id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210125.3N.6 Rolnummer: C.18.0055.N Zaak: PROCUREUR-GENERAAL HOF VAN BEROEP TE GEN contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Familierecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2021-11-15 Raadplegingen: 1159 - laatst gezien 2026-06-18 19:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een huwelijk te voltrekken is een administratieve rechtshandeling. Thesaurus CAS: HUWELIJK Vrije woorden: Ambtenaar van de burgerlijke stand - Huwelijksvoltrekking - Uitstel - Termijn - Verstrijken - Weigering - Aard van de rechtshandeling Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 167, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 860 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Uit artikel 167, eerste, tweede en derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek volgt dat indien de ambtenaar van de burgerlijke stand nog geen definitieve beslissing heeft genomen binnen de door hem verlengde termijn van maximum twee maanden vanaf de huwelijksdatum, gebeurlijk verlengd door de procureur des Konings met een periode van maximum drie maanden, hij verplicht is om het huwelijk onverwijld te voltrekken, zelfs indien de in artikel 165, § 3, Oud Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn van zes maanden reeds is verstreken; de ambtenaar van de burgerlijke stand die na het verstrijken van de voormelde termijn alsnog weigert het huwelijk te voltrekken, begaat machtsoverschrijding. Thesaurus CAS: HUWELIJK Vrije woorden: Ambtenaar van de burgerlijke stand - Huwelijksvoltrekking - Uitstel - Termijn - Verstrijken - Weigering - Gevolg Fiches 3 - 4 De rechterlijke macht is bevoegd om een door het bestuur begane onrechtmatige aantasting van een subjectief recht zowel te voorkomen als te herstellen; krachtens het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten vermag de rechter daarbij aan het bestuur zijn beleidsvrijheid niet te ontnemen en zich in de plaats van het bestuur te stellen. Thesaurus CAS: SCHEIDING VAN DE MACHTEN Vrije woorden: Administratieve rechtshandeling - Huwelijksvoltrekking - Bevoegdheid ambtenaar van de burgerlijke stand - Toetsing - Rechterlijke macht Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 144 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: MACHTEN - RECHTERLIJKE MACHT Vrije woorden: Bevoegdheid - Bestuurshandeling - Subjectief recht - Aantasting Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 144 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiche 5 De bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand om het huwelijk te voltrekken overeenkomstig artikel 167, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek heeft een gebonden karakter. Thesaurus CAS: HUWELIJK Vrije woorden: Ambtenaar van de burgerlijke stand - Huwelijksvoltrekking - Uitstel - Termijn - Verstrijken - Voltrekking van het huwelijk - Aard van bevoegdheid Annotaties Publicaties: Droit bancaire et financier [DBF] - 2020, n° 4, p. 234-
- - FRANKIGNOUL, Laurent; Note'Les derniers enseignements délivrés par la Cour de cassation en matière de qualification d'un contrat de crédit' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0055.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen
- B.V.,
- K.T., eerste en tweede verweerder, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 8 februari 2018, nr. G.18.0034.N, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 november
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 5 november 2020 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- De weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een huwelijk te voltrekken is een administratieve rechtshandeling. In zoverre het middel ervan uitgaat dat deze beslissing een proceshandeling is waarop artikel 860 Gerechtelijk Wetboek toepasselijk is, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het naar recht.
- Het middel legt niet uit hoe en waarom het arrest artikel 146bis Burgerlijk Wetboek schendt. In zoverre het schending van die wetsbepaling aanvoert, is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.
- De appelrechter oordeelt niet dat de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand laattijdig is omdat zij meer dan twee maanden na de vooropgestelde huwelijksdatum ter kennis werd gebracht, maar wel dat de beslissing laattijdig is omdat zij meer dan twee maanden na de vooropgestelde huwelijksdatum werd genomen. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
- Krachtens artikel 167, eerste lid, Burgerlijk Wetboek weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk te voltrekken wanneer blijkt dat niet is voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan, of indien hij van oordeel is dat de voltrekking in strijd is met de beginselen van de openbare orde. Krachtens artikel 167, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand, indien er een ernstig vermoeden bestaat dat niet is voldaan aan de in het vorige lid gestelde voorwaarden, de voltrekking van het huwelijk uitstellen, na eventueel het advies van de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de verzoekers voornemens zijn te huwen te hebben ingewonnen, gedurende ten hoogste twee maanden vanaf de door de belanghebbende partijen vooropgestelde huwelijksdatum, teneinde bijkomend onderzoek te verrichten. De procureur des Konings kan deze termijn verlengen met een periode van hoogstens drie maanden. In dat geval geeft hij daarvan kennis aan de ambtenaar van de burgerlijke stand die de belanghebbende partijen ervan in kennis stelt. Krachtens artikel 167, derde lid, Burgerlijk Wetboek, dient de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld het huwelijk te voltrekken, zelfs in die gevallen waar de in artikel 165, § 3, bedoelde termijn van zes maanden reeds is verstreken, indien hij binnen de in het vorig lid gestelde termijn nog geen definitieve beslissing heeft genomen.
- Uit deze bepalingen volgt dat indien de ambtenaar van de burgerlijke stand nog geen definitieve beslissing heeft genomen binnen de door hem verlengde termijn van maximum twee maanden vanaf de huwelijksdatum, gebeurlijk verlengd door de procureur des Konings met een periode van maximum drie maanden, hij verplicht is om het huwelijk onverwijld te voltrekken, zelfs indien de in artikel 165, § 3, Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn van zes maanden reeds is verstreken. De ambtenaar van de burgerlijke stand die na het verstrijken van de voormelde termijn alsnog weigert het huwelijk te voltrekken, begaat machtsoverschrijding. Een onderzoek door de rechter, bij wie beroep wordt aangetekend tegen de laattijdige weigeringsbeslissing, of het voorgenomen huwelijk al dan niet een schijnhuwelijk is, is daardoor niet aan de orde. In zoverre berust het middel op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het naar recht.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de ambtenaar van de burgerlijke stand bij brief van 26 november 2015 de verweerders in kennis heeft gesteld dat de voltrekking van het huwelijk werd uitgesteld met maximaal drie maanden na de door de verweerders vooropgestelde huwelijksdatum van 23 december 2015, om hem toe te laten het noodzakelijke onderzoek af te handelen; - de ambtenaar van de burgerlijke stand met toepassing van artikel 167, tweede lid, Burgerlijk Wetboek de voltrekking van het huwelijk slechts kan uitstellen met een termijn van twee maanden, in casu tot 23 februari 2016, en niet voor een termijn van drie maanden zoals hij stelt in zijn brief van 26 november 2015; - de termijn van twee maanden niet werd verlengd met een termijn van drie maanden door de procureur des Konings, die overigens reeds voordien zijn advies had verleend, zodat een verlenging zich voor hem niet opdrong; - de weigeringsbeslissing van 24 februari 2016 bijgevolg laattijdig is; - de vraag rijst welk gevolg hieraan moet worden gekoppeld omdat de laatst mogelijke huwelijksdatum om het huwelijk na een huwelijksaangifte te voltrekken, immers zes maanden en veertien dagen na de opmaak van de aangifte is; - hiervan evenwel kan worden afgeweken met toepassing van artikel 167, derde lid, Burgerlijk Wetboek, dat het geval betreft waarin de ambtenaar van de burgerlijke stand het geplande huwelijk met twee maanden heeft uitgesteld, maar hij binnen deze termijn geen beslissing heeft genomen; - het huwelijk alsdan dient te worden voltrokken, ook al is de termijn van zes maanden en veertien dagen inmiddels verstreken, en de verlenging van de termijn zelfs niet moet worden gevorderd; - de ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk tussen de verweerders bijgevolg moet voltrekken, ook al is intussen de termijn van zes maanden en veertien dagen manifest verstreken; - hiertoe, anders dan de verweerders vorderen, de termijn niet moet worden verlengd met toepassing van artikel 165, § 3, tweede lid, Burgerlijk Wetboek; - een onderzoek of het voorgenomen huwelijk al dan niet een schijnhuwelijk is, verder niet aan de orde is daar de laattijdige beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand impliceert dat hij het huwelijk tussen de verweerders alsnog moet voltrekken. Met die redenen verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- De rechterlijke macht is bevoegd om een door het bestuur begane onrechtmatige aantasting van een subjectief recht zowel te voorkomen als te herstellen. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten vermag de rechter daarbij aan het bestuur zijn beleidsvrijheid niet te ontnemen en zich in de plaats van het bestuur te stellen.
- De bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand om het huwelijk te voltrekken overeenkomstig artikel 167, derde lid, Burgerlijk Wetboek heeft een gebonden karakter. De rechter kan aldus, zonder miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten noch van de artikelen 146bis en 167 Burgerlijk Wetboek, de ambtenaar van de burgerlijke stand bevelen om het huwelijk te voltrekken. In zoverre het middel op een andere rechtsopvatting berust, faalt het naar recht.
- Voor het overige is het middel geheel afgeleid uit de in het eerste middel vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 26,70 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210125.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div