← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210126.2N.12 Rolnummer: P.21.0076.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-02-03 Raadplegingen: 573 - laatst gezien 2026-06-20 02:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Artikel 16, § 2, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet verplicht de onderzoeksrechter, die wordt geconfronteerd met de onaangekondigde afwezigheid van de correct verwittigde advocaat van de inverdenkinggestelde, niet om ambtshalve maatregelen te nemen opdat de inverdenkinggestelde tijdens de ondervraging alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, alsnog zou worden bijgestaan door een andere advocaat; de fundamentele aard van het bijstandsrecht doet daaraan geen afbreuk

(1).
(1)Zie Cass. 5 juli 2017, AR P.17.0738.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170705.1, AC 2017, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Voorafgaand verhoor door de onderzoeksrechter - Recht op bijstand van een advocaat - Verwittiging advocaat - Onaangekondigde afwezigheid van de advocaat - Gevolgen Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Voorafgaand verhoor door de onderzoeksrechter - Recht op bijstand van een advocaat - Verwittiging van de advocaat - Onaangekondigde afwezigheid van de advocaat - Gevolgen Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Strafzaken - Voorlopige hechtenis - Voorafgaand verhoor door de onderzoeksrechter - Recht op bijstand van een advocaat - Verwittiging van de advocaat - Onaangekondigde afwezigheid van de advocaat - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Voorafgaand verhoor door de onderzoeksrechter - Recht op bijstand van een advocaat - Onaangekondigde afwezigheid van de advocaat - Gevolgen Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor strafrecht [T.Strafr.] - 2021, nr. 4, p. 233-
  2. - DAENINCK, Philip; Noot'De voorafgaande ondervraging van de verdachte door de onderzoeksrechter' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0076.N R. R., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 januari
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat het bevel tot aanhouding dat de onderzoeksrechter lastens de eiser heeft verleend zonder dat de eiser bij de voorafgaande ondervraging werd bijgestaan door een advocaat, regelmatig is omdat eisers advocaat niet is komen opdagen; het stelt immers niet vast dat de eiser afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van zijn advocaat, dat de termijn voor het verlenen van een bevel tot aanhouding in het gedrang kwam of dat het onmogelijk was te voorzien in een tijdige vervanging van de aangewezen raadsman.
  5. Artikel 16, § 2, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt: “De onderzoeksrechter verwittigt de advocaat tijdig van de plaats en het uur van de ondervraging die hij kan bijwonen. De ondervraging kan op het voorziene uur aanvangen, zelfs indien de advocaat nog niet aanwezig is. Als de advocaat ter plaatse komt, woont hij het verhoor bij.” Die bepaling verplicht de onderzoeksrechter, die wordt geconfronteerd met de onaangekondigde afwezigheid van de correct verwittigde advocaat van de inverdenkinggestelde, niet om ambtshalve maatregelen te nemen opdat de inverdenkinggestelde tijdens de ondervraging alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, alsnog zou worden bijgestaan door een andere advocaat. De fundamentele aard van het bijstandsrecht doet daaraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Het arrest oordeelt als volgt: - de aangestelde advocaat had de opdracht om de eiser bij te staan aanvaard, werd regelmatig in kennis gesteld van de plaats en het uur waarop de ondervraging was gepland en had reeds bijstand aan de eiser verleend bij het voorafgaande politionele verhoor, maar zij kwam niet opdagen zodat de ondervraging zonder haar bijstand verliep; - er was klaarblijkelijk geen melding dat de advocaat verhinderd was door overmacht of om een andere reden niet tijdig aanwezig kon zijn; - de ondervraging is pas een uur na het voorziene uur aangevat, waaruit blijkt dat de onderzoeksrechter nog ruimschoots heeft gewacht om een eventuele laattijdige aanmelding van de advocaat op te vangen; - in de gegeven omstandigheden was het niet aan de onderzoeksrechter om verdere initiatieven te nemen; - dat de maximale termijn van vrijheidsberoving voor het verlenen van een bevel tot aanhouding nog niet verstreken was, is hierbij niet relevant; - zolang er geen aanwijzingen waren dat de bedoelde advocaat niet langer over een mandaat beschikte of in de onmogelijkheid verkeerde om de ondervraging bij te wonen, kan niet van de onderzoeksrechter worden verwacht dat hij opnieuw contact zou nemen met de permanentiedienst van de balie met het oog op de aanstelling van een andere advocaat; - terecht wees de raadkamer op de mogelijke misbruiken die een andere interpretatie van artikel 16 Voorlopige Hechteniswet met zich zou kunnen brengen. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 26 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210126.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170705.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.