id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210126.2N.2 Rolnummer: P.20.0998.N Zaak: D. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-02-01 Raadplegingen: 645 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Hoewel het proces-verbaal van de rechtszitting in beginsel de vermeldingen bevat die nodig zijn om de regelmatigheid van de rechtspleging te kunnen beoordelen en bijgevolg ook vermeldingen kan bevatten betreffende het al dan niet instemmen door een beklaagde met probatievoorwaarden, kan een dergelijke vermelding ook worden opgenomen in het vonnis of arrest zelf; de in een vonnis of arrest opgenomen vaststellingen betreffende het verloop van de rechtszitting en onder meer betreffende het feit of een partij al dan niet een bepaalde verklaring heeft afgelegd, hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Proces-verbaal van de terechtzitting - Regelmatigheid van de rechtspleging - Vermeldingen in het vonnis of arrest - Wijze Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Instemming door de beklaagde met probatievoorwaarden - Vermelding in het vonnis of arrest - Uitwerking Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Vaststellingen betreffende het verloop van de rechtszitting - Vermeldingen in het vonnis of arrest - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Vaststellingen betreffende het verloop van de rechtszitting - Vermeldingen in het vonnis of arrest - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.0998.N K. A. D. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Vincke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen C. D. B., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 18 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319 en 1320 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de eiser niet instemde met een probatie-uitstel miskent het arrest de bewijskracht van het proces-verbaal van de rechtszitting van 11 juni 2020, waaruit niet blijkt dat de eiser niet instemde met een probatie-uitstel.
- De miskenning van de bewijskracht van een akte bestaat erin dat de bekritiseerde beslissing verwijst naar een geschrift en aanvoert dat de beslissing aan dit geschrift een vermelding toeschrijft die niet erin voorkomt dan wel verklaart dat dit geschrift een vermelding niet bevat die wel erin voorkomt, of met andere woorden dat de beslissing het geschrift doet liegen.
- Het arrest verwijst voor het met het onderdeel bekritiseerde oordeel niet van naar het proces-verbaal van de rechtszitting van 11 juni
- Het kan dan ook de bewijskracht ervan niet miskennen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 8 Probatiewet: hoewel de eiser wel degelijk akkoord ging met probatie-voorwaarden wordt dit niet vastgesteld in het proces-verbaal van de rechtszitting zodat het arrest niet naar recht verantwoord is; hoewel uit het proces-verbaal van de rechtszitting blijkt dat het openbaar ministerie een gevangenisstraf heeft gevorderd, deels met probatie-uitstel, blijkt uit dit proces-verbaal niet dat aan de eiser werd gevraagd of hij met probatievoorwaarden kon instemmen.
- Hoewel het proces-verbaal van de rechtszitting in beginsel de vermeldingen bevat die nodig zijn om de regelmatigheid van de rechtspleging te kunnen beoordelen en bijgevolg ook vermeldingen kan bevatten betreffende het al dan niet instemmen door een beklaagde met probatievoorwaarden, kan een dergelijke vermelding ook worden opgenomen in het vonnis of arrest zelf. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De in een vonnis of arrest opgenomen vaststellingen betreffende het verloop van de rechtszitting en onder meer betreffende het feit of een partij al dan niet een bepaalde verklaring heeft afgelegd, hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid.
- Het onderdeel dat opkomt tegen de authentieke vaststelling in het arrest dat de eiser heeft verklaard niet te willen instemmen met probatievoorwaarden, zonder die vaststelling in het arrest van valsheid te betichten, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Gelet op de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep, verkrijgt de beslissing op de strafvordering kracht van gewijsde. In zoverre het cassatieberoep ook is gericht tegen de beslissing waarbij eisers onmiddellijke aanhouding is bevolen, heeft het geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 26 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210126.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div