← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210126.2N.5 Rolnummer: P.20.1283.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-02-03 Raadplegingen: 1061 - laatst gezien 2026-06-20 01:42 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210126.2N.5 Fiches 1 - 2 Uit de bepalingen van artikel 16 Interneringswet, artikel 42, 1° en 43, eerste lid, Strafwetboek volgt dat de rechter, ook als hij een internering beveelt in beginsel verplicht is de bijzondere verbeurdverklaring uit te spreken van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen; hij mag die bijzondere verbeurdverklaring evenwel niet uitspreken indien de verbeurdverklaring tot gevolg zou hebben dat daardoor aan de veroordeelde een onredelijk zware straf wordt opgelegd. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Verplichte verbeurdverklaring - Onredelijk zware straf - Invloed Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Verplichte verbeurdverklaring - Onredelijk zware straf - Invloed Fiches 3 - 5 De rechter oordeelt onaantastbaar of het bevelen van de bijzondere verbeurdverklaring van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen tot gevolg heeft dat hij daardoor aan de veroordeelde een onredelijk zware straf oplegt; bij die beoordeling kan de rechter onder meer rekening houden met de aard en de zwaarwichtigheid van het bewezen verklaarde misdrijf, de nagestreefde verrijking, de rol van de veroordeelde bij de feiten, zijn persoonlijkheid en zijn vermogenstoestand, zonder dat het noodzakelijk is dat hij al die toetsingscriteria in zijn beoordeling betrekt

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Verplichte verbeurdverklaring - Onredelijk zware straf - Matigingsbevoegdheid - Criteria - Wijze Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Bepaling van de sanctie - Verplichte verbeurdverklaring van zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Onredelijk zware straf - Matigingsbevoegdheid - Criteria - Wijze Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Verplichte verbeurdverklaring - Matigingsbevoegdheid - Criteria - Wijze Fiches 6 - 7 De rechter dient enkel uitdrukkelijk vast te stellen dat hij door het uitspreken van de bijzondere verbeurdverklaring van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen geen onredelijk zware straf oplegt, indien hij daartoe door de veroordeelde wordt uitgenodigd; het komt ook de veroordeelde toe de gegevens aan te reiken welke de rechter in staat moeten stellen die beoordeling te maken. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Verplichte verbeurdverklaring - Onredelijk zware straf - Vaststelling door de rechter - Wijze Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Verplichte verbeurdverklaring van zaken welke bestemd waren of gediend hebben tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf - Onredelijk zware straf - Vaststelling door de rechter - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.20.1283.N P. A., inverdenkinggestelde, eiser, aangehouden, met als raadsman mr. Nelson Vanlocke, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 november
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft op 11 januari 2021 ter griffie een schriftelijke conclusie ingediend. Op de rechtszitting van 26 januari 2021 heeft raadsheer Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM en de artikelen 10, 11 en 149 Grondwet: het arrest neemt met het oordeel dat de verbeurdverklaring moet worden uitgesproken aan dat de appelrechters geen appreciatiemarge hebben en dat de wetgever uitgaat van een automatisme; deze contra legem-motivering staat gelijk met het ontbreken van een motivering; de strafrechter mag nochtans op grond van artikel 85 Strafwetboek straffen milderen en bijgevolg ook de bijzondere verbeurdverklaring matigen; een verbeurdverklaring kan dermate afbreuk doen aan de financiële toestand van de betrokkene dat die een onevenredige maatregel oplevert in het licht van het ermee nagestreefde doel en zo een miskenning inhoudt van het door artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM gewaarborgde eigendomsrecht; een verplichte verbeurdverklaring is in die omstandigheden strijdig met deze verdragsbepaling; de verblijfssituatie van de eiser is precair, wat maakt dat hij zich niet op de reguliere arbeidsmarkt kan begeven; hij heeft geen enkele legale vorm van inkomsten; hij is dakloos en dus niet vermogend; de beoogde maatregel zal dus fundamenteel ingrijpen op het zeer beperkte patrimonium van de eiser. Het tweede onderdeel voert schending van artikel 6.1 EVRM en artikel 149 Grondwet: door de gsm van de eiser verbeurd te verklaren, miskent het arrest eisers fundamentele eigendomsrechten; de maatregel is niet proportioneel met het beoogde doel; de gsm is een middel voor de eiser om in contact te blijven met zijn zus en zijn raadsman tijdens de internering; de gsm kan door de politiediensten worden gewist, zodat er geen beelden meer aanwezig zijn; aangezien de eiser wordt geïnterneerd, kan het beoogde doel niet in bestraffing bestaan.
  3. Artikel 16 Interneringswet bepaalt dat ingeval van internering de bijzondere verbeurdverklaring wordt uitgesproken. Uit die bepaling volgt dat de rechter die de maatregel van de internering uitspreekt bovendien de bijzondere verbeurdverklaring kan of moet bevelen van de voorwerpen waarvoor de wet in een verbeurdverklaring voorziet, voor zover daartoe aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De omstandigheid dat die verbeurdverklaring het karakter heeft van een bijkomende straf doet daaraan niets af.
  4. Artikel 42, 1°, Strafwetboek bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklaring wordt uitgesproken van zaken welke hebben gediend of waren bestemd tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom zijn van de veroordeelde.
  5. Artikel 43, eerste lid, eerste zin, Strafwetboek bepaalt dat bij misdaad of wanbedrijf de bijzondere verbeurdverklaring van onder meer de zaken bedoeld in artikel 42, 1°, Strafwetboek altijd wordt uitgesproken.
  6. Artikel 43, eerste lid, tweede zin, Strafwetboek, zoals gewijzigd door artikel 19 van de wet van 18 maart 2018 houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht, bepaalt dat de verbeurdverklaring van zaken die hebben gediend of waren bestemd tot het plegen van de misdaad of het wanbedrijf wordt uitgesproken, behoudens wanneer dit tot gevolg zou hebben dat de veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen.
  7. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever met deze wijziging wenste tegemoet te komen aan de door het Grondwettelijk Hof bij arrest nr. 12/2017 van 9 februari 2017 vastgestelde schending door artikel 43, eerste lid, Strafwetboek van de artikelen 10 en 11 Grondwet, gelezen in samenhang met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, in zoverre het de rechter verplicht de verbeurdverklaring uit te spreken van een zaak die heeft gediend om een misdaad of een wanbedrijf te plegen, wanneer die straf dermate afbreuk doet aan de financiële toestand van de persoon aan wie ze is opgelegd dat ze een miskenning inhoudt van het eigendomsrecht.
  8. Uit het voorgaande volgt dat de rechter, ook als hij een internering beveelt, in beginsel verplicht is de bijzondere verbeurdverklaring uit te spreken van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen. Hij mag die bijzondere verbeurdverklaring evenwel niet uitspreken indien de verbeurdverklaring tot gevolg zou hebben dat daardoor aan de veroordeelde een onredelijk zware straf wordt opgelegd.
  9. De rechter oordeelt onaantastbaar of het bevelen van de bijzondere verbeurdverklaring van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen tot gevolg dat heeft dat hij daardoor aan de veroordeelde een onredelijk zware straf oplegt. Bij die beoordeling kan de rechter onder meer rekening houden met de aard en de zwaarwichtigheid van het bewezen verklaarde misdrijf, de nagestreefde verrijking, de rol van de veroordeelde bij de feiten, zijn persoonlijkheid en zijn vermogenstoestand, zonder dat het noodzakelijk is dat hij al die toetsingscriteria in zijn beoordeling betrekt.
  10. De rechter dient enkel uitdrukkelijk vast te stellen dat hij door het uitspreken van de bijzondere verbeurdverklaring van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen geen onredelijk zware straf oplegt, indien hij daartoe door de veroordeelde wordt uitgenodigd. Het komt ook de veroordeelde toe de gegevens aan te reiken welke de rechter in staat moeten stellen die beoordeling te maken.
  11. In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  12. Het arrest stelt weliswaar het verplicht karakter vast van de op grond van artikel 16 Interneringswet en de artikelen 42, 1°, en 43 Strafwetboek te bevelen bijzondere verbeurdverklaring van de gsm als zaak die eigendom is van de eiser en die werd gebruikt bij het plegen van het misdrijf omschreven onder de telastlegging B, maar het toetst die verbeurdverklaring ook aan de beschikbare gegevens betreffende de financiële situatie van de eiser en op de evenredigheid ervan met het nagestreefde doel. Die redenen zijn niet tegenstrijdig. In zoverre berusten de onderdelen op een onjuiste lezing van het arrest en missen ze feitelijke grondslag.
  13. In zoverre de onderdelen verplichten tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, zijn ze niet ontvankelijk.
  14. Het arrest oordeelt dat de bijzondere verbeurdverklaring van de gsm verplicht is op grond van artikel 16 Interneringswet en de artikelen 42, 1°, en 43 Strafwetboek, dat een verbeurdverklaring belet dat de eiser het toestel nog verder zou gebruiken om gelijkaardige feiten te plegen en dat bovendien uit geen enkel gegeven blijkt dat de eiser door de verbeurdverklaring dermate in zijn financiële toestand zou worden getroffen dat die maatregel onevenredig zou zijn ten opzichte van het daarmee nagestreefde doel. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat de bijzondere verbeurdverklaring van de gsm wordt uitgesproken en is die beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 26 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210126.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210126.2N.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.9 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251007.2N.19 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210317.2F.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.14 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250128.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.