id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.21 Rolnummer: F.19.0064.N Zaak: B. contra STAD GENT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 1230 - laatst gezien 2026-06-18 22:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Een gemeentelijk belastingreglement op ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen en gebouwen dat als doel heeft het verslechteren van de woonkwaliteit in de gemeente tegen te gaan en de strijd aan te binden tegen de verpaupering van buurten, kan niet op wettige wijze voorzien in een vrijstelling voor de houders van een zakelijk recht die slechts beschikken over een enkele ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woning of gebouw en daarin wonen; een dergelijke vrijstelling doorkruist immers het sturend doel dat met dit belastingreglement wordt nagestreefd. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Vrije woorden: Gemeentebelastingen - Stad Gent - Belasting op ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woningen - Vrijstelling - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Vrije woorden: Gemeentebelastingen - Stad Gent - Belasting op ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woningen - Vrijstelling - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Vrije woorden: Gemeentebelastingen - Stad Gent - Belasting op ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woningen - Vrijstelling - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Stad Gent - Belasting op ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woningen - Vrijstelling - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0064.N J.-P. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen STAD GENT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 november 2018 (rolnummer 2017/AR/1247). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 7 december 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel
- De in artikel 10 Grondwet vervatte regel van de gelijkheid van de Belgen, de in artikel 11 Grondwet neergelegde regel van non-discriminatie in het genot van de aan de Belgen erkende rechten en vrijheden, alsmede de regel van artikel 172 Grondwet inzake de gelijkheid voor de belastingen, impliceren dat allen, die zich in dezelfde toestand bevinden, gelijkelijk worden behandeld, maar sluiten niet uit dat een verschillende fiscale behandeling wordt ingesteld ten aanzien van bepaalde categorieën van personen, voor zover daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. De aanwezigheid van zodanige verantwoording moet worden getoetst aan het doel en de gevolgen van de getroffen maatregel of van de ingestelde belasting. Het gelijkheidsbeginsel wordt miskend, indien er geen redelijke en evenredige verhouding bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. Indien in een gemeentelijk belastingreglement in een vrijstelling wordt voorzien voor een bepaalde categorie van belastingplichtigen, moet die vrijstelling in redelijkheid kunnen worden verantwoord door het doel van de belasting.
- Een gemeentelijk belastingreglement op ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen en gebouwen dat als doel heeft het verslechteren van de woonkwaliteit in de gemeente tegen te gaan en de strijd aan te binden tegen de verpaupering van buurten, kan niet op wettige wijze voorzien in een vrijstelling voor de houders van een zakelijk recht die slechts beschikken over een enkele ongeschikte of onbewoonbaar verklaarde woning of gebouw en daarin wonen. Een dergelijke vrijstelling doorkruist immers het sturend doel dat met dit belastingreglement wordt nagestreefd.
- Krachtens artikel 8, eerste lid, van het belastingreglement van de verweerster van 26 april 2010 is de belasting op de woningen en gebouwen die gedurende het aanslagjaar voorkomen op de stedelijke inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen verschuldigd bij het verstrijken van één of meerdere periodes van 12 maanden aanwezigheid op de inventaris, voor zover op die datum geen vrijstelling van belasting wordt verleend. Krachtens artikel 13.5 van dit belastingreglement geniet de belastingplichtige van een vrijstelling wanneer de geïnventariseerde woning door hem als houder van het zakelijk recht bewoond wordt en dit zijn enig onroerend zakelijk recht is.
- De appelrechter stelt vast dat het doel van het belastingreglement van 26 april 2010 erin bestaat de strijd aan te binden tegen de verpaupering van buurten zodat meer ruimte ontstaat voor een vernieuwd en actief stedenbouwkundig beleid en woonbeleid. Hij oordeelt dat: - de bewoning door de houder van een zakelijk recht impliceert dat de woning niet in het woonaanbod is opgenomen, wat dan weer normalerwijze niet het geval is wanneer de betrokkene meer dan een woning heeft; - uit de aard van de vrijstelling dergelijke objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de vrijstelling is af te leiden; - dergelijke objectieve en redelijke rechtvaardiging, gelet op het hoger aangehaald sturend doel van de belasting, een wettelijke rechtvaardiging is.
- De appelrechter, die oordeelt dat het sturend doel van de belasting erin bestaat de strijd aan te binden tegen de verpaupering van buurten, vermocht op die gronden niet te oordelen dat de in artikel 13.5 van het belastingreglement voorziene vrijstelling in overeenstemming is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 29 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.21 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231109.1N.6 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.10 ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.015 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div