id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.8 Rolnummer: F.19.0030.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN FIN contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 975 - laatst gezien 2026-06-16 04:10 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210129.1N.8 Fiche De uitgaven van een bedrijfsleider zijn slechts aftrekbare beroepskosten van de bedrijfsleider wanneer ze inherent zijn aan zijn activiteiten als bedrijfsleider binnen de vennootschap en niet aan de maatschappelijke activiteit van de vennootschap; daartoe moet worden nagegaan of de uitgaven in hoofdzaak aan de bedrijfsleider dan wel aan de vennootschap ten goede komen
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten Vrije woorden: Bedrijfsleider - Afschrijving gebouw - Aftrekbaarheidsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 49 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0030.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het KMO Centrum Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, Vincke-Dujardinstraat 4, eiser, tegen
- C. V.,
- C. D., vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 juni
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 14 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 49 WIB92 zijn als beroepskosten aftrekbaar, de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Uit deze wetsbepaling volgt dat uitgaven kunnen worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten wanneer ze inherent zijn aan de uitoefening van het beroep. Hieruit volgt dat de uitgaven van een bedrijfsleider slechts aftrekbare beroepskosten van de bedrijfsleider zijn wanneer ze inherent zijn aan zijn activiteiten als bedrijfsleider binnen de vennootschap en niet aan de maatschappelijke activiteit van de vennootschap. Daartoe moet worden nagegaan of de uitgaven in hoofdzaak aan de bedrijfsleider dan wel aan de vennootschap ten goede komen.
- De appelrechter stelt vast dat: - de verweerders beiden notarissen zijn en zij dat beroep uitoefenen in een vennootschap waarvan zij beiden bedrijfsleiders zijn; - het notariskantoor gevestigd is in gebouwen die volledig eigendom zijn van de verweerders; - de verweerders elk voor de helft het kantoorgebouw van het notariaat als beroepsactief hebben gekwalificeerd en de afschrijvingen als beroepskosten voor het verkrijgen van hun bedrijfsleidersbezoldiging in aftrek nemen in de personenbelasting; - de verweerder de afschrijvingen van het notarisgebouw integraal heeft verworpen. Hij oordeelt dat: - de basisvoorwaarde van artikel 49 WIB92 is dat kosten, om als beroepskosten aftrekbaar te zijn, moeten zijn gedaan om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden; - er op basis van de feiten moet worden nagegaan of de kosten werden gemaakt om de bezoldiging van bedrijfsleider te verkrijgen of te behouden, dan wel om de inkomsten van de vennootschap, waarvan de belastingplichtige bedrijfsleider is, te verkrijgen of te behouden; - een bedrijfsleider overeenkomstig artikel 49 WIB92 de uitgaven die hij doet, enkel als beroepskost in mindering kan brengen als ze ertoe bijdragen om de specifieke werkzaamheden van bedrijfsleider in de uitoefening van zijn mandaat mogelijk te maken; - het feit bedrijfsleider te zijn van een vennootschap niet belet dat die opdracht niet uitsluitend bestaat uit het leiden van de vennootschap, maar ook uit operationele taken die tot de kernactiviteiten van de vennootschap behoren; - een notarisvennootschap een bedrijfsleidersvergoeding kan uitbetalen die vergoeding inhoudt voor zowel prestaties als leider van de vennootschap als voor prestaties als notaris; - het in casu onbetwist is dat de verweerders ook en vooral operationele prestaties leveren, namelijk als notaris werken en daar middels de bedrijfsleidersvergoeding voor verloond worden; - de vennootschap geen enkel inkomen zou kunnen verwerven zonder de operationele prestaties als notaris van de verweerders; - de kosten die de eiser heeft verworpen, wel degelijk verband houden met het verrichten van werkzaamheden door de verweerders als notaris, aangezien zonder het beschikbaar zijn voor de notarisvennootschap van een onroerend goed er geen sprake zou zijn van inkomsten, niet alleen voor de vennootschap, maar ook voor de beide verweerders; - de wijze waarop de verweerders het onroerend goed aan de vennootschap ter beschikking stellen, zonder invloed is op de band die bestaat tussen de kosten van het onroerend goed en het ontvangen van de bedrijfsleidersbezoldigingen; - er rekening moet mee worden gehouden dat een notarisvennootschap krachtens de wet geen onroerend goed mag bezitten; - de eiser de desbetreffende kosten bijgevolg niet kon verwerpen op grond van de stelling dat het geen kosten zou betreffen die de verweerders gemaakt hebben om hun bedrijfsleidersvergoedingen te verkrijgen of te behouden.
- Door op deze gronden te oordelen dat de verweerders de betrokken kosten als beroepskost kunnen aftrekken, zonder na te gaan of de uitgaven in hoofdzaak aan de bedrijfsleider dan wel aan de vennootschap ten goede komen, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 29 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van Der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210129.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div