id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.9 Rolnummer: F.19.0033.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT, FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 1128 - laatst gezien 2026-06-16 22:02 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210129.1N.9 Fiche De omstandigheid dat een onroerend goed niet beantwoordt aan een van de in artikel 41 WIB92 opgesomde categorieën van activa, heeft niet tot gevolg dat de met betrekking tot dit goed verwezenlijkte meerwaarde moet worden geacht “buiten het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid” in de zin van artikel 90,1° WIB92 te zijn behaald; het in artikel 41 WIB92 neergelegde vermoeden geldt immers slechts “voor de toepassing van de artikelen 24, eerste lid, 2°, 27, tweede lid, 3°, en 28” en dus niet voor de toepassing van artikel 90, 1° WIB92
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Meerwaarden Vrije woorden: Actiefbestanddeel niet gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid - Belastbaarheid als divers inkomen - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 37, 41 en 90, 1° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0033.N
- T. D. W.,
- T. V. M., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal BBI, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6, bus 801, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. 2018/6952 van het hof van beroep te Gent van 9 oktober
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 14 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde middel
- Artikel 6 WIB92 bepaalt, in het eerste lid, dat het belastbare inkomen wordt gevormd door het totale netto-inkomen, verminderd met de aftrekbare bestedingen en, in het tweede lid, dat het totale netto-inkomen de som is van de netto-inkomens van de volgende categorieën: 1° inkomen van onroerende goederen; 2° inkomen van roerende goederen en kapitalen; 3° beroepsinkomen; 4° divers inkomen. Volgens artikel 7, § 1, 2°, WIB92 bevatten de inkomsten van de eerste categorie met name de inkomsten van verhuurde onroerende goederen. Krachtens artikel 24, eerste lid, 2°, WIB92 inzake beroepsinkomen bestaat winst uit inkomsten van alle nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen die voortkomen uit o.a. enige waardevermeerdering van activa die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en uit enige uit die werkzaamheid volgende waardevermindering van passiva, wanneer de desbetreffende meerwaarden of minderwaarden zijn verwezenlijkt of in de boekhouding of de jaarrekening zijn uitgedrukt. Krachtens artikel 41 WIB92 worden voor voornoemd artikel 24, eerste lid, 2° geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te worden gebruikt: 1° de vaste activa die in het kader van die werkzaamheid zijn aangeschaft of vervaardigd en als activabestanddeel zijn geboekt; 2° de vaste activa of gedeelten ervan waarvoor fiscaal afschrijvingen of waardeverminderingen zijn aangenomen; 3° de immateriële activa die tijdens de beroepswerkzaamheid zijn tot stand gekomen, ongeacht of zij als activabestanddeel zijn geboekt. De meerwaarde gerealiseerd op een onroerend goed dat niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 41 WIB92 om te worden beschouwd als een actiefbestanddeel dat voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid wordt gebruikt, kan niet als beroepsinkomen in de zin van artikel 24, eerste lid, 2°, WIB92 worden belast.
- Krachtens artikel 90, 1°, WIB92 zijn diverse inkomsten de winst of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen. De omstandigheid dat een onroerend goed niet beantwoordt aan een van de in artikel 41 WIB92 opgesomde categorieën van activa, heeft niet tot gevolg dat de met betrekking tot dit goed verwezenlijkte meerwaarde moet worden geacht “buiten het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid” in de zin van artikel 90,1° WIB92 te zijn behaald. Het in artikel 41 WIB92 neergelegde vermoeden geldt immers slechts “voor de toepassing van de artikelen 24, eerste lid, 2°, 27, tweede lid, 3° en 28” en dus niet voor de toepassing van artikel 90,1° WIB
- Onverminderd de toepassing van de onroerende voorheffing worden inkomsten van onroerende goederen krachtens artikel 37, eerste lid, WIB92 als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer de desbetreffende onroerende goederen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten.
- De rechter die oordeelt dat de inkomsten van een onroerend goed bij toepassing van artikel 37, eerste lid, WIB92 als beroepsinkomsten belastbaar zijn omdat het onroerend goed wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid, kan niet tegelijk oordelen dat de met betrekking tot dit goed verwezenlijkte meerwaarde werd behaald buiten het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en derhalve bij toepassing van artikel 90,1° WIB92 als divers inkomen belastbaar is.
- De appelrechter die enerzijds oordeelt dat de huurinkomsten van de appartementen terecht werden belast als beroepsinkomsten op basis van artikel 37, eerste lid, WIB92, maar anderzijds oordeelt dat de ingevolge de aankoop en de latere inbreng in vennootschap van deze appartementen verwezenlijkte meerwaarde belastbaar is als divers inkomen bij toepassing van artikel 90,1° WIB92 op grond dat “de betrokken appartementen (…) niet geboekt [zijn] en er geen afschrijvingen zijn aangenomen” zodat zij “wat betreft het belastingregime van de meerwaarde [dienen] te worden beschouwd als behorend tot het privévermogen” en de inbreng van de appartementen in de vennootschap CCR nv “los staat van de kwalificatie van de huurinkomsten als beroepsinkomsten” aangezien “de appartementen geen bedrijfsactiva [zijn]” zodat “deze verrichting zich situeert buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid”, schendt de artikelen 41 en 90,1° WIB
- Het middel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de belastbaarheid van de meerwaarde met betrekking tot de appartementen ‘Wellington’ en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 29 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210129.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210129.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div