← België

ALGEMEEN ZIEKENHUIS JAN PALFIJN GENT contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.6 Rolnummer: C.18.0464.N Zaak: ALGEMEEN ZIEKENHUIS JAN PALFIJN GENT contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 1003 - laatst gezien 2026-06-19 04:11 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het door de wet van 6 juli 2017 ingevoegde artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek dat de gevolgen regelt van een door het Hof uitgesproken vernietigingsarrest, is slechts van toepassing op arresten van het Hof die zijn gewezen na de inwerkingtreding van die bepaling. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Algemeen Vrije woorden: Vernietigingsarrest - Gevolgen - Wet 6 juli 2017 - Inwerkingtreding - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1110, vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0464.N ALGEMEEN ZIEKENHUIS JAN PALFIJN GENT, autonome verzorgingsinstelling, met zetel te 9000 Gent, Henri Dunantlaan 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0262.926.616, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. G.V.H.,
  2. DOKTER G.V.H. bv, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 maart 2018, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 25 januari
  3. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 6 januari 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (...) Tweede onderdeel
  4. Artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, in de versie van toepassing vóór het werd gewijzigd bij artikel 149 van de wet van 6 juli 2017, bepaalde dat ingeval cassatie wordt uitgesproken met verwijzing, deze plaats heeft naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft. Vóór het werd opgeheven bij artikel 150 van de wet van 6 juli 2017, bepaalde artikel 1119 Gerechtelijk Wetboek dat wanneer, na cassatie, tegen de tweede beslissing dezelfde middelen worden aangevoerd als tegen de eerste, de zaak wordt gebracht voor de verenigde kamers van het Hof van Cassatie, samengesteld zoals bepaald in artikel 131, en dat tegen de tweede beslissing, in zover zij overeenstemt met het eerste cassatiearrest, geen voorziening in cassatie wordt toegelaten. Vóór het werd opgeheven bij artikel 150 van de wet van 6 juli 2017, bepaalde artikel 1120 Gerechtelijk Wetboek dat indien de tweede beslissing wordt vernietigd op dezelfde gronden als bij de eerste cassatie, de feitenrechter naar wie de zaak is verwezen zich voegt naar de beslissing van het Hof van Cassatie betreffende het door dat hof beslechte rechtspunt. Uit die bepalingen volgt dat, na een eerste vernietiging, de feitenrechter naar wie de zaak werd verwezen, niet verplicht was zich te voegen naar de beslissing van het Hof betreffende het door het Hof beslechte rechtspunt.
  5. Artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 149 van de wet van 6 juli 2017, bepaalt dat in geval van vernietiging, het Hof van Cassatie, indien daartoe aanleiding bestaat, de zaak verwijst, hetzij naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft, hetzij naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld. Krachtens artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 149 van de wet van 6 juli 2017, voegt dat gerecht zich naar het arrest van het Hof van Cassatie betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt en wordt tegen de beslissing van dat gerecht geen voorziening in cassatie toegelaten in zoverre deze beslissing overeenstemt met het vernietigingsarrest. De aldus gewijzigde bepalingen zijn in werking getreden op 3 augustus
  6. Het door de wet van 6 juli 2017 ingevoegde artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek dat de gevolgen regelt van een door het Hof uitgesproken vernietigingsarrest, is slechts van toepassing op arresten van het Hof die zijn gewezen na de inwerkingtreding van die bepaling. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de rechter naar wie de zaak is verwezen, krachtens artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek verplicht is zich te voegen naar een vóór 3 augustus 2017 gewezen beslissing van het Hof, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 909,24 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221128.3F.4 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.