id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.9 Rolnummer: C.19.0205.N Zaak: B. contra PROVINCIALE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ AN Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 669 - laatst gezien 2026-06-19 00:22 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210208.3N.9 Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 50, eerste lid, Potpourri I, zoals gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 18 december 2015, zijn de artikelen 14 tot 17 van deze wet, die betrekking hebben op de mededeling van vorderingen aan het openbaar ministerie, van toepassing op de zaken die aanhangig worden gemaakt of, met toepassing van artikel 1253ter/7, § 1, Gerechtelijk Wetboek opnieuw voor de rechtbank worden gebracht vanaf 1 januari 2016
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Mededeling - Potpourri I - Overgangsbepalingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie - 19-10-2015 - Artt. 14 tot 17, 50, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1253ter/7, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Openbaar ministerie - Verplichte mededeling - Advies - Potpourri I - Overgangsbepalingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie - 19-10-2015 - Artt. 14 tot 17, 50, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 2015009530 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1253ter/7, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0205.N
- M. B. D. W.-M.,
- H. B. D. W.-M., eisers, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen PROVINCIALE ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ ANTWERPEN, met kantoor te 2018 Antwerpen, Koningin Elisabethlei 22, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0881.701.987, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Laurierlaan 1, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 januari 2019 (2012/AR/2748). De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 14 januari 2021 verwezen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 13 januari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel aan: de artikelen 764 en 766 (oud) Gerechtelijk Wetboek, waarvan enkel artikel 766 als geschonden wordt aangevoerd, bepalen niet dat het advies zelf van het openbaar ministerie op straffe van nietigheid of enige andere sanctie is voorgeschreven en volstaan bijgevolg niet om te besluiten tot de onregelmatigheid van de procedure wanneer het openbaar ministerie, na mededeling van de zaak, beslist om geen advies te geven. Voor zover dergelijke beslissing al gesanctioneerd zou zijn, is die sanctie hoogstens te vinden in artikel 780, 1°, Gerechtelijk Wetboek, dat door de eisers echter niet als geschonden wordt aangevoerd.
- Het onderdeel verwijt de appelrechters ten onrechte toepassing te hebben gemaakt van de nieuwe regels inzake de mededeling aan en het advies van het openbaar ministerie zoals ingevoerd bij wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, hierna Potpourri I, terwijl in voorliggend geval de oude regels, krachtens dewelke het openbaar ministerie verplicht advies diende te verlenen, van toepassing waren.
- De als geschonden aangewezen wetsbepalingen, waaronder artikel 50 Potpourri I hebben betrekking op de aangevoerde grief, zodat aan het vereiste van artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek voldaan is. De grond van niet-ontvankelijkheid dient in zoverre te worden verworpen.
- Uit de samenhang van de artikelen 764 en 766, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging van deze bepalingen door Potpourri I, volgt dat het openbaar ministerie, in verplicht mededeelbare zaken, ook verplicht advies diende te verlenen en dat bij gebreke hiervan het vonnis nietig is.
- In zoverre de verweerster aanvoert dat de verplichte adviesverlening door het openbaar ministerie onder de vroegere regeling niet op straffe van nietigheid van het vonnis was voorgeschreven, dient de grond van niet-ontvankelijkheid eveneens te worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 50, eerste lid, Potpourri I, zoals gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 18 december 2015, zijn de artikelen 14 tot 17 van deze wet, die betrekking hebben op de mededeling van vorderingen aan het openbaar ministerie, van toepassing op de zaken die aanhangig worden gemaakt of, met toepassing van artikel 1253ter/7, § 1, Gerechtelijk Wetboek opnieuw voor de rechtbank worden gebracht vanaf 1 januari
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de vordering van de eisers tot herroeping van het gewijsde van het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 december 2009 bij dit hof aanhangig werd gemaakt bij verzoekschrift neergelegd op 19 september
- Bijgevolg diende, wat de mededeling van de zaak aan het openbaar ministerie betreft, toepassing te worden gemaakt van de artikelen 764 en 766 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing voor de wijziging ervan door Potpourri I.
- De appelrechters stellen vast dat: - de vordering strekt tot herroeping van het gewijsde van het arrest van het hof van beroep van 1 december 2009; - het dossier verplicht werd meegedeeld aan het openbaar ministerie conform artikel 764, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek; - het openbaar ministerie mededeelt dat zij geen advies zal verlenen ter zitting van 3 december
- Aldus maken de appelrechters toepassing van de nieuwe wetsbepalingen en schenden zij artikel 50 Potpourri I. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210208.3N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210208.3N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div