← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.5 Rolnummer: P.20.1118.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-02-11 Raadplegingen: 579 - laatst gezien 2026-06-19 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 79, § 1, eerste lid, Interneringswet stelt de advocaat van de veroordeelde cassatieberoep in binnen een termijn van vijf dagen te rekenen van de uitspraak; die termijn geldt eveneens indien het cassatieberoep is ingesteld tegen een beslissing tot internering van een veroordeelde overeenkomstig artikel 77/7 Interneringswet. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Duur, begin en einde Vrije woorden: Internering tijdens de uitvoering van een vrijheidsstraf - Hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Artt. 77/7 en 79, § 1, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Internering bevolen tijdens de uitvoering van een vrijheidsstraf - Beslissing van de kamer voor bescherming van de maatschappij - Hoger beroep - Cassatieberoep - Termijn Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Artt. 77/7 en 79, § 1, eerste lid - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1118.N B B, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Hannelore Annemans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 oktober

  1. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de door de eiser ingediende geschriften
  2. De eiser heeft buiten de in artikel 79, § 1, tweede lid, Interneringswet bedoelde termijn van vijf dagen na het instellen van het cassatieberoep geschriften ingediend, die niet door zijn raadsman zijn ondertekend. Deze geschriften zijn niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Krachtens artikel 79, § 1, eerste lid, Interneringswet stelt de advocaat van de veroordeelde cassatieberoep in binnen een termijn van vijf dagen te rekenen van de uitspraak van het vonnis. Die termijn geldt eveneens indien het cassatieberoep is ingesteld tegen een beslissing tot internering van een veroordeelde overeenkomstig artikel 77/7 Interneringswet.
  4. Het cassatieberoep werd ingesteld op 4 november 2020, dit is meer dan vijf dagen na de uitspraak van het arrest. Het cassatieberoep is laattijdig en bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 9 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.