id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.6 Rolnummer: P.20.1093.N Zaak: Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2021-02-11 Raadplegingen: 1166 - laatst gezien 2026-06-19 05:50 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210209.2N.6 Fiches 1 - 3 Uit de omstandigheid dat de mededeling door de uitkeringsgerechtigde aan zijn verzekeringsinstelling dat hij een beroepsactiviteit heeft hervat, hem zou verplichten om de inkomsten van zijn criminele activiteit op te nemen in zijn belastingaangifte, volgt niet dat hij met zijn op grond van artikel 66 KB 20 juli 1971 verplicht af te leggen verklaring zichzelf incrimineert, noch dat uit dit feitelijk gegeven kan worden afgeleid dat het om een criminele activiteit gaat
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Wetens en willens nalaten of weigeren een verplichte verklaring af te leggen om ten onrechte een sociaal voordeel te bekomen - Invaliditeitsuitkering voor zelfstandigen - Inkomsten van een criminele activiteit - Verplicht bericht van werkhervatting - Inhoud van de informatieplicht - Zwijgrecht - Afleggen van een belastende verklaring - Grens Wettelijke bepalingen: KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten - 20-07-1971 - Art. 66 - 01 ELI link Pub nr 1971072008 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Zwijgrecht - Afleggen van een belastende verklaring - Wetens en willens nalaten of weigeren een verplichte verklaring af te leggen om ten onrechte een sociaal voordeel te bekomen - Invaliditeitsuitkering voor zelfstandigen - Uitoefenen van een criminele activiteit - Verplicht bericht van werkhervatting - Inhoud van de informatieplicht - Grens Wettelijke bepalingen: KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten - 20-07-1971 - Art. 66 - 01 ELI link Pub nr 1971072008 Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING Vrije woorden: Wetens en willens nalaten of weigeren een verplichte verklaring af te leggen om ten onrechte een sociaal voordeel te bekomen - Invaliditeitsuitkering voor zelfstandigen - Inkomsten van een criminele activiteit - Verplicht bericht van werkhervatting - Inhoud van de informatieplicht - Zwijgrecht - Afleggen van een belastende verklaring - Grens Wettelijke bepalingen: KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten - 20-07-1971 - Art. 66 - 01 ELI link Pub nr 1971072008 Fiches 4 - 6 Krachtens artikel 66, eerste lid, 2°, KB 20 juli 1971 moet de uitkeringsgerechtigde binnen de twee dagen aan zijn verzekeringsinstelling de hervatting kenbaar maken van een beroepsbezigheid; deze verplichting geldt zowel voor een gedeeltelijke als een volledige hervatting van een beroepsbezigheid; de gerechtigde is daarbij niet verplicht mede te delen welke beroepsactiviteit hij heeft hervat; de omstandigheid dat die informatie nodig kan zijn indien de gerechtigde, bij toepassing van de artikelen 23 en 23bis KB 20 juli 1971 toelating wil vragen om tijdens een periode van invaliditeit een bepaalde beroepsactiviteit te hervatten met behoud van de uitkering en dat dit tot gevolg kan hebben dat hij incriminerende verklaringen aflegt, ontslaat hem niet van de met artikel 66, eerste lid, 2°, KB 20 juli 1971 opgelegde verplichting waarvoor hij geen incriminerende verklaringen moet afleggen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Wetens en willens nalaten of weigeren een verplichte verklaring af te leggen om ten onrechte een sociaal voordeel te bekomen - Invaliditeitsuitkering voor zelfstandigen - Hervatten van een beroepsactiviteit - Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid - Meedelen van gegevens over de aard van de beroepsactiviteit - Inkomsten van een criminele activiteit - Afleggen van een potentieel incriminerende verklaring Wettelijke bepalingen: KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten - 20-07-1971 - Artt. 23 en 23bis - 01 ELI link Pub nr 1971072008 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Zwijgrecht - Wetens en willens nalaten of weigeren een verplichte verklaring af te leggen om ten onrechte een sociaal voordeel te bekomen - Invaliditeitsuitkering voor zelfstandigen - Hervatten van een beroepsactiviteit - Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid - Meedelen van gegevens over de aard van de beroepsactiviteit - Inkomsten van een criminele activiteit - Afleggen van een potentieel incriminerende verklaring Wettelijke bepalingen: KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten - 20-07-1971 - Artt. 23 en 23bis - 01 ELI link Pub nr 1971072008 Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING Vrije woorden: Wetens en willens nalaten of weigeren een verplichte verklaring af te leggen om ten onrechte een sociaal voordeel te bekomen - Invaliditeitsuitkering voor zelfstandigen - Hervatten van een beroepsactiviteit - Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid - Meedelen van gegevens over de aard van de beroepsactiviteit - Inkomsten van een criminele activiteit - Afleggen van een potentieel incriminerende verklaring Wettelijke bepalingen: KB van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten - 20-07-1971 - Artt. 23 en 23bis - 01 ELI link Pub nr 1971072008 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1093.N K Z, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Serge Defrenne, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 1 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 22 januari 2021 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Op de openbare rechtszitting van 9 februari 2021 heeft raadsheer Antoine Lievens verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 233 Sociaal Strafwetboek en de artikelen 23 en 23bis van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten (hierna KB 20 juli 1971): met het oordeel dat de eiser, die voor de appelrechters heeft aangevoerd dat hij met de aangifte in detail de uitgevoerde activiteiten moet omschrijven, in alle gevallen had moeten melden dat hij zijn beroepsbezigheden in het algemeen heeft hervat en hij nooit mocht of kon aanspraak maken op een gedeeltelijke invaliditeitsuitkering omdat er sprake is van illegale feiten van drughandel, voegt het arrest bijkomende voorwaarden toe aan de artikelen 23 en 23bis KB 20 juli 1971 en miskent dit het begrip gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
- Het middel verduidelijkt niet hoe het arrest artikel 149 Grondwet schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 66, eerste lid, 2°, KB 20 juli 1971, zoals hier toepasselijk, moet de gerechtigde binnen de twee dagen aan zijn verzekeringsinstelling de hervatting kenbaar maken van een beroepsbezigheid.
- Deze verplichting geldt zowel voor een gedeeltelijke als een volledige hervatting van een beroepsbezigheid. De gerechtigde is daarbij niet verplicht mede te delen welke beroepsactiviteit hij heeft hervat.
- De omstandigheid dat die informatie nodig kan zijn indien de gerechtigde, bij toepassing van de artikelen 23 en 23bis KB 20 juli 1971 toelating wil vragen om tijdens een periode van invaliditeit een bepaalde beroepsactiviteit te hervatten met behoud van de uitkering en dat dit tot gevolg kan hebben dat hij incriminerende verklaringen aflegt, ontslaat hem niet van de met artikel 66, eerste lid, 2°, KB 20 juli 1971 opgelegde verplichting waarvoor hij geen incriminerende verklaringen moet afleggen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest dat oordeelt dat de eiser om te voldoen aan de door artikel 66, eerste lid, 2°, KB 20 juli 1971 opgelegde verplichting geen voor zichzelf belastende of zelf-incriminerende verklaringen moet afleggen of gegevens meedelen die zijn drugactiviteiten kunnen ontmaskeren, voegt geen bijkomende voorwaarde toe aan de artikelen 23 en 23bis KB 20 juli 1971 en miskent evenmin het begrip gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, maar verantwoordt de beslissing naar recht. Die reden draagt de bekritiseerde beslissing. In zoverre het middel is gericht tegen een overtollige reden en dus niet tot cassatie kan leiden, is het niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 en 14.3.g IVBPR, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat artikel 6 EVRM hier niet toepasselijk is; voor de strafrechtelijke rechtsbescherming van artikel 6 EVRM volstaat het immers dat er een dreiging is van een strafrechtelijke vervolging; de eiser kan niet worden gestraft omdat hij heeft nagelaten aan de verzekeringsinstelling te melden dat hij zich schuldig maakte aan druggerelateerde feiten; door de eiser te veroordelen, verplicht het arrest de eiser om mee te werken aan zijn eigen strafbaarstelling; hij kon immers redelijkerwijze vermoeden dat hij op basis van de informatie die hij volgens het arrest had moeten meedelen, zou worden vervolgd voor drugfeiten; de eiser werd hiervoor ook effectief vervolgd en veroordeeld.
- Het arrest oordeelt niet dat de eiser heeft nagelaten aan de verzekeringsinstelling te melden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan druggerelateerde feiten, maar wel dat hij dat niet hoefde te doen en enkel de hervatting van een beroepsactiviteit diende mee te delen aan zijn verzekeringsinstelling. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige zijn de grieven afgeleid uit deze onjuiste lezing en zijn ze bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat er geen sprake zou zijn van een zelf-incriminerende verklaring doordat de eiser niet moest vermelden dat de hervatting van de beroepsactiviteiten drughandel betrof; dit betekent een complete uitholling van het non-incriminatiebeginsel en is in strijd met de EHRM-rechtspraak dat de EVRM-rechten op concrete en effectieve wijze moeten worden gewaarborgd; de mededeling dat de eiser opnieuw inkomsten genereerde, zou immers betekenen dat hij werd verplicht om zijn inkomsten uit de drughandel aan te geven aan een overheidsinstantie, wat een zelf-incriminerende verklaring uitmaakt; de eiser kon redelijkerwijze verwachten dat het meedelen aan de verzekeringsinstelling dat hij zich schuldig maakte aan de invoer en handel in verdovende middelen, tot een inverdenkingstelling zou leiden waardoor zijn positie in het strafrechtelijk onderzoek in gevaar wordt gebracht; het betreft informatie die later kan worden gebruikt in de strafprocedure, terwijl op de RSVZ- en RIZIV-ambtenaren de aangifteplicht van artikel 29 Wetboek van Strafvordering rust.
- In zoverre het onderdeel dezelfde strekking heeft als het tweede middel, is het om de redenen gegeven in het antwoord op dat middel te verwerpen.
- Uit de omstandigheid dat de mededeling door de eiser aan zijn verzekeringsinstelling dat hij een beroepsactiviteit heeft hervat, hem zou verplichten om de inkomsten van zijn criminele activiteit op te nemen in zijn belastingaangifte, volgt niet dat hij met zijn op grond van artikel 66 KB 20 juli 1971 verplicht af te leggen verklaring zichzelf incrimineert, noch dat uit dit feitelijk gegeven kan worden afgeleid dat het om een criminele activiteit gaat. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 9 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210209.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div