← België

MUO ARCHITECTEN bvba contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.1 Rolnummer: C.20.0066.N Zaak: MUO ARCHITECTEN bvba contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 2049 - laatst gezien 2026-06-20 10:52 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210212.1N.1 Fiches 1 - 2 De bijzondere aansprakelijkheid van architect en aannemer voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of van een van zijn hoofdbestanddelen aantasten of in gevaar brengen raakt de openbare orde en kan bijgevolg contractueel niet worden uitgesloten of beperkt, zodat een beding tot beperking van deze aansprakelijkheid dat ertoe strekt, in geval van samenlopende fouten van architect en aannemer, hun aansprakelijkheid te beperken tot hun aandeel in de totstandkoming van de schade, bijgevolg nietig is, ongeacht de al dan niet aanvaarding van de werken

(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Architect en aannemer - Bijzondere aansprakelijkheid voor ernstige gebreken - Aard - Afwijkend contractueel beding - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Architect en aannemer - Bijzondere aansprakelijkheid voor ernstige gebreken - Aard - Afwijkend contractueel beding - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1792 en 2270 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2021, nr. 5, p. 486-
  1. - BAEYENS, Sander; Noot'Een beding tot beperking van de tienjarige aansprakelijkheid is nietig, ongeacht de al dan niet aanvaarding van de werken' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0066.N MUO ARCHITECTEN bv, met zetel te 2000 Antwerpen, Schildersstraat 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0503.783.158, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. S. B.,
  3. H. S., eerste en tweede verweerders, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eerste en tweede verweerders woonplaats kiezen,
  4. Paul VAN ROMPAEY, advocaat, met kantoor te 2260 Westerlo, Zandberg 19, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Partnerbuild bv, met zetel te 2270 Herenthout, Uilenberg 17 A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0820.229.624, derde verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de derde verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 juli
  5. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 30 november 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. Artikel 1792 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, de architect en de aannemer daarvoor gedurende tien jaren aansprakelijk zijn. Volgens artikel 2270 van hetzelfde wetboek zijn architecten en aannemers na verloop van tien jaren ontslagen van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid. De bijzondere aansprakelijkheid van architect en aannemer voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of van een van zijn hoofdbestanddelen aantasten of in gevaar brengen, zoals neergelegd in voormelde bepalingen, raakt de openbare orde en kan bijgevolg contractueel niet worden uitgesloten of beperkt. Een beding tot beperking van deze aansprakelijkheid dat ertoe strekt, in geval van samenlopende fouten van architect en aannemer, hun aansprakelijkheid te beperken tot hun aandeel in de totstandkoming van de schade, is bijgevolg nietig, ongeacht de al dan niet aanvaarding van de werken.
  7. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste en tweede verweerders een architectenovereenkomst hebben gesloten met de eiseres en een aannemingsovereenkomst met Partnerbuild bv; - de architectenovereenkomst met wederzijdse toestemming werd beëindigd op voorwaarde dat de werken zouden worden opgeleverd; - er geen voorlopige oplevering plaatsvond; - de eerste en tweede verweerders hun aannemer en architect vervolgens dagvaardden wegens wanprestatie; - ten gevolge van de fouten van zowel de aannemer als de architect ernstige gebreken werden vastgesteld waarbij de stevigheid van het gebouw in het gedrang is.
  8. De appelrechters die vervolgens oordelen dat, ook al vond geen aanvaarding van de werken plaats, de eiseres geen beroep kan doen op het beding in de architectenovereenkomst krachtens welk de in solidum aansprakelijkheid met de aannemers wordt uitgesloten en die vervolgens de eiseres en Partnerbuild bv in solidum veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan de eerste en tweede verweerders, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1047,33 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 12 februari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210212.1N.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251121.1F.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220210.1N.4 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220210.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.