id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.5 Rolnummer: C.20.0086.N Zaak: V. contra CHALIE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 1586 - laatst gezien 2026-06-20 01:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een partij is enkel gedaagde in hoger beroep in de zin van deze bepaling wanneer een hoofd- of incidenteel beroep tegen haar wordt ingesteld, wat impliceert dat een partij voor de appelrechter een vordering heeft ingesteld, waardoor zij in haar belangen kan worden geschaad. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep Vrije woorden: Gedaagde in hoger beroep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1054, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 De aanwijzing, in een cassatiemiddel, van een wettelijke bepaling, zonder verdere precisering, verwijst naar die bepaling zoals zij is gewijzigd of vervangen. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Vrije woorden: Cassatiemiddel - Wettelijke bepaling - Aanwijzing zonder precisering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Vereiste vermeldingen Vrije woorden: Wettelijke bepaling - Aanwijzing zonder precisering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0086.N
- P. V.,
- SHOWTOWN nv, met zetel te 3550 Heusden-Zolder, Molenveld 55, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0456.581.374, eisers, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen CHALIE nv, met zetel te 9051 Gent (Sint-Denijs-Westrem), Poolse-Winglaan 92, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.272.029, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 november
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede middel Ontvankelijkheid
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel aan: het middel beantwoordt niet aan artikel 1080 Gerechtelijk Wetboek omdat het nalaat te preciseren welke versie van artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek van toepassing is: de versie vóór of na de wijziging ervan door artikel 43 van de wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde.
- De aanwijzing, in een cassatiemiddel, van een wettelijke bepaling, zonder verdere precisering, verwijst naar die bepaling zoals zij is gewijzigd of vervangen. Het middel voert schending aan van artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek, zonder verdere precisering. Het middel voert aldus schending aan van artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing ingevolgde de wijziging ervan bij artikel 43 van de wet van 25 mei
- Deze wijziging is in werking getreden op 9 juni
- De appelrechter diende derhalve, in zijn arrest van 4 november 2019, de aangewezen gewijzigde bepaling toe te passen. Het middel dat artikel 1054 als geschonden aanwijst en de appelrechter verwijt het incidenteel hoger beroep van de eiseres te hebben afgewezen als niet-ontvankelijk omdat de eiseres geen gedaagde in hoger beroep in de zin van artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek was, is ontvankelijk. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 1054, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, kan alleen een gedaagde in hoger beroep incidenteel hoger beroep instellen. Een partij is enkel gedaagde in hoger beroep in de zin van deze bepaling wanneer een hoofd- of incidenteel beroep tegen haar wordt ingesteld, wat impliceert dat een partij voor de appelrechter een vordering heeft ingesteld, waardoor zij in haar belangen kan worden geschaad.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eerste rechter bij vonnis van 17 december 2012 de vordering van de eiser tegen de verweerster ontvankelijk en in beperkte mate gegrond heeft verklaard, de vordering van de eiseres tegen de verweerster ontvankelijk doch ongegrond heeft verklaard, de verweerster tot de kosten van het geding heeft veroordeeld en de rechtsplegingsvergoedingen tussen de partijen heeft omgeslagen; - de verweerster in haar verzoekschrift tot hoger beroep van 15 april 2013 vorderde dat de eiser en de eiseres, die allebei als geïntimeerden worden aangewezen, solidair worden verwezen in de gedingkosten van beide aanleggen, die de verweerster begrootte op 5.500 euro basisrechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg, 210 euro rolrecht in hoger beroep en 5.500 euro basisrechtsplegingsvergoeding in hoger beroep.
- De appelrechter die vaststelt dat de verweerster in haar verzoekschrift tot hoger beroep niets vordert van de eiseres en vervolgens het incidenteel hoger beroep van de eiseres afwijst als niet-ontvankelijk omdat de eiseres geen gedaagde in hoger beroep in de zin van artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de ontvankelijkheid van het incidenteel beroep van de eiseres. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 12 februari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210212.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231117.1F.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220106.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div