id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210216.2N.11 Rolnummer: P.21.0114.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 621 - laatst gezien 2026-06-19 01:15 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit artikel 5.1.e en 5.4 EVRM volgt dat de vrijheidsberoving van een geesteszieke slechts rechtmatig is, indien (
- a)uit een objectieve en medische expertise blijkt dat de betrokkene is getroffen door een reële en voortdurende mentale stoornis, (
- b)die stoornis van aard is dat zij de vrijheidsberoving rechtvaardigt en (
- c)de vrijheidsberoving niet langer duurt dan noodzakelijk is; bij deze beoordeling spelen niet alleen strikt medische elementen een rol, maar ook het gevaar dat de betrokkene vormt voor de samenleving. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Bescherming van de maatschappij - Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Voorwaarden Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Bescherming van de maatschappij - Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Voorwaarden Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Behoud van de detentie - Beoordeling - Gevaar voor de samenleving - Wijze Fiches 4 - 5 Indien een van zijn vrijheid beroofde geesteszieke terug gezond is, moet hij in beginsel in vrijheid worden gesteld; de vaststelling dat de betrokkene niet langer geestesziek is, impliceert evenwel niet dat die invrijheidstelling dadelijk en onvoorwaardelijk moet gebeuren, voor zover de uitgestelde invrijheidstelling in overeenstemming is met de doelstellingen van artikel 5.1.e EVRM en die vrijlating niet onredelijk lang wordt uitgesteld. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Niet langer geestesziek - Invrijheidstelling - Wijze Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Bescherming van de maatschappij - Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Niet langer geestesziek - Invrijheidstelling - Wijze Fiches 6 - 8 Uit artikel 5.1.e en 5.4 EVRM volgt niet dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij, multidisciplinair en gespecialiseerd rechtscollege inzake internering, gebonden is door de zienswijze van een deskundige betreffende het nog steeds bestaan van een ernstige geestesziekte, de actuele gevaarlijkheid van de betrokkene en de behandelmogelijkheden; uit die bepalingen volgt evenmin dat de kamer verplicht is de definitieve invrijheidstelling van een geïnterneerde te bevelen op de enkele grond dat een psychiatrisch deskundige van oordeel zou zijn dat het behandelplafond van die geïnterneerde is bereikt en dat niet te verwachten is dat zijn persoonlijkheidsstoornis nog verder kan worden beïnvloed. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Zienswijze van de deskundige - Behandelmogelijkheden - Beoordeling - Wijze Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Bescherming van de maatschappij - Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Zienswijze van de deskundige - Behandelmogelijkheden - Beoordeling - Wijze Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Bescherming van de maatschappij - Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Zienswijze van de deskundige - Behandelmogelijkheden - Beoordeling - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.21.0114.N M. P. M., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Brussel, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 19 januari 2021. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Uit artikel 78 Interneringswet volgt dat tegen de beslissing tot plaatsing in een afdeling tot bescherming van de maatschappij en betreffende de toekenning van uitgaansvergunningen geen cassatieberoep openstaat. In zovere is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste middel 2. Het middel voert schending aan van de artikelen 5.1.e), 5.4 en 13 EVRM: het vonnis wijst ten onrechte de vraag tot definitieve invrijheidstelling van de eiser en om zijn internering te beëindigen af; de motivering dat artikel 5.1 EVRM niet van toepassing is, tart elke verbeelding; gelet op het gegeven dat de eiser niet langer lijdt aan een ernstige geestesstoornis waarvoor behandeling noodzakelijk is, staat het onweerlegbaar vast dat zijn verdere opsluiting onrechtmatig is. 3. Artikel 5.1 EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op persoonlijke vrijheid en veiligheid en dat niemand van zijn vrijheid mag worden beroofd behalve in de navolgende gevallen en langs wettelijke weg:
- e)in het geval van een rechtmatige gevangenhouding van geesteszieken. Artikel 5.4 EVRM bepaalt dat eenieder die door gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht heeft voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt, indien de gevangenhouding onrechtmatig is. 4. Uit artikel 5.1.e), en 5.4 EVRM volgt dat: - de vrijheidsberoving van een geesteszieke slechts rechtmatig is, indien (
- a)uit een objectieve en medische expertise blijkt dat de betrokkene is getroffen door een reële en voortdurende mentale stoornis, (
- b)die stoornis van aard is dat zij de vrijheidsberoving rechtvaardigt en (
- c)de vrijheidsberoving niet langer duurt dan noodzakelijk is; - bij de voormelde beoordeling niet alleen strikt medische elementen een rol spelen, maar ook het gevaar dat de betrokkene vormt voor de samenleving; - indien een van zijn vrijheid beroofde geesteszieke terug gezond is, hij in beginsel in vrijheid moet worden gesteld. De vaststelling dat de betrokkene niet langer geestesziek is, impliceert evenwel niet dat die invrijheidstelling dadelijk en onvoorwaardelijk moet gebeuren, voor zover de uitgestelde invrijheidstelling in overeenstemming is met de doelstellingen van artikel 5.1.e), EVRM en die vrijlating niet onredelijk lang wordt uitgesteld. 5. Het staat aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij om: - zich bij de beslissingen over de verdere tenuitvoerlegging van de internering uit te spreken over het al dan niet nog bestaan van een geestesstoornis, indien zij daartoe door de geïnterneerde wordt uitgenodigd; - indien blijkt dat de toestand van de geïnterneerde dermate is geëvolueerd dat niet langer sprake is van een geestesstoornis, te oordelen of, in het licht van het risico op het opnieuw plegen van door artikel 9, § 1, 1°, Interneringswet bedoelde misdrijven, alsook rekening houdend met de doelstellingen van artikel 5.1.e), EVRM, een plaatsing nog wel noodzakelijk is en of het voormelde risico niet kan worden weggenomen door minder verdergaande uitvoeringsmaatregelen van de internering, zoals een invrijheidstelling op proef; - indien blijkt dat de toestand van de geïnterneerde dermate is geëvolueerd dat niet langer sprake is van een geestesstoornis en er niet langer redelijkerwijze te vrezen is dat de geïnterneerde door artikel 9, § 1, 1°, Interneringswet bedoelde misdrijven zal plegen, de kamer voor de bescherming van de maatschappij aan de geïnterneerde een definitieve invrijheidstelling moet toekennen, zelfs al is de door artikel 42, § 1, Interneringswet bepaalde proefperiode nog niet verstreken. 6. Uit de voormelde verdragsbepalingen volgt niet dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij, multidisciplinair en gespecialiseerd rechtscollege inzake internering, gebonden is door de zienswijze van een deskundige betreffende het nog steeds bestaan van een ernstige geestesziekte, de actuele gevaarlijkheid van de betrokkene en de behandelmogelijkheden. Uit die bepalingen volgt evenmin dat de kamer verplicht is de definitieve invrijheidstelling van een geïnterneerde te bevelen op de enkele grond dat een psychiatrisch deskundige van oordeel zou zijn dat het behandelplafond van die geïnterneerde is bereikt en dat niet te verwachten is dat zijn persoonlijkheidsstoornis nog verder kan worden beïnvloed. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 7. Het vonnis oordeelt als volgt: - uit diagnostisch onderzoek, dat slechts in 2011 kon worden uitgevoerd, komt naar voor dat er sprake was van een ernstige problematiek, namelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en paranoïde trekken en een hoge mate van psychopathie; - de eerdere diagnoses werden bevestigd door psychiater dr. Gerritsen en door psycholoog van Giessen; - zij concluderen in hun later verslag van 1 januari 2019 dat er bij de eiser nog steeds sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en een hoge mate van psychopathie; - de stelling van de eiser dat er geen sprake meer zou zijn van een ernstige persoonlijkheidsstoornis en dat verdere behandeling niet meer noodzakelijk zou zijn, kan niet worden bijgetreden; - de ernstige persoonlijkheidsstoornis van de eiser houdt het gevaar in dat hij, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw een misdaad of wanbedrijf zou plegen die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt; - alle deskundigen zijn het erover eens dat de eiser nog steeds lijdt aan een ernstige geestesstoornis die niet zomaar "geneest", ook al kan deze door behandeling niet verder worden beïnvloed; - het risico op het plegen van strafbare feiten is nog steeds aanwezig en het kan niet verder worden verminderd door een intensieve klinische of ambulante behandeling, zoals wordt beschreven in het laatste verslag van dr. Gerritsen; - het zijn de beschermende factoren die hierbij een bepalende rol spelen, maar er kan niet met zekerheid worden aangenomen dat die protectieve componenten zoals werk en een stabiele relatie, aanwezig zijn; - er is dan ook niet voldaan aan de voorwaarden voor een definitieve invrijheidstelling. Met die redenen oordeelt het vonnis niet dat de eiser niet kan genieten van de bescherming die artikel 5.1.e), en 5.4 EVRM hem biedt, maar wel dat uit de bepalingen niet volgt dat in het concrete geval van de eiser aan zijn internering onmiddellijk een einde moet worden gesteld. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel 8. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5.1.e), EVRM en artikel 2 Interneringswet: het vonnis had aan de vrijheidsberoving van de eiser onmiddellijk een einde moeten stellen; hij wordt opgesloten in de gevangenis, genoemd de afdeling tot bescherming van de maatschappij, wat een begrip is zonder wettelijke inhoud en in verschijningsvorm en doelstelling een gevangenis; de eiser verblijft sinds 8 juli 2020 onafgebroken in de gevangenis te Sint-Gillis; hij wordt thans opnieuw voor acht maanden in een gevangenis geplaatst; de redelijke termijn om hem gepaste zorg te verstrekken, is verstreken. 9. Artikel 19 Interneringswet bepaalt dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij een door artikel 3, 4°, b), Interneringswet bedoelde afdeling tot bescherming van de maatschappij kan aanwijzen als plaats waar de internering zal worden ten uitvoer gelegd. In zoverre het middel aanvoert dat een afdeling tot bescherming van de maatschappij een begrip is zonder wettelijke inhoud, faalt het naar recht. 10. In zoverre het middel aanvoert dat een plaatsing in een afdeling tot bescherming van de maatschappij in werkelijkheid een plaatsing is in een gevangenis, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het middel niet ontvankelijk. 11. Voor het overige is het middel afgeleid uit vergeefs aangevoerde wetsschendingen. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk. Derde middel 12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdige rechter: de onpartijdigheid van de kamer voor de bescherming van de maatschappij is niet langer gewaarborgd, minstens is er een schijn van partijdigheid; de kamer veegt immers zonder meer het door de eiser voorgestelde plan voor een ambulante behandeling van tafel en ze beveelt zijn verdere opsluiting in de gevangenis, waardoor ze zijn mensenrechten miskent; de kamer is bovendien volledig blind voor de vaststaande problemen van het interneringssysteem zoals dit door de verschillende actoren van de Belgische Staat wordt uitgevoerd. 13. Geen miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid van de rechter kan worden afgeleid uit het enkele feit dat de rechter een aanvoering van een partij verwerpt. Dat is ook zo indien de rechter de aanvoering van een partij verwerpt dat de overheid zijn mensenrechten miskent. Anders oordelen zou het rechtspreken onmogelijk maken. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek 14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 16 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210216.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.