id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210223.2N.11 Rolnummer: P.21.0008.N Zaak: H. contra DEFAWES N.V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 489 - laatst gezien 2026-06-17 18:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan cassatieberoep in beginsel slechts worden ingesteld na de eindbeslissing en er is een eindbeslissing indien de rechter uitspraak doet over de gehele vordering en hij zijn rechtsmacht betreffende die vordering volledig heeft uitgeoefend
(1).
(1)F. VAN VOLSEM, "Het onmiddellijk en het uitgestelde cassatieberoep tegen beslissingen op de strafvordering na potpourri II", noot onder Cassatie 8 maart 2016, RABG 2016/14, 1033-1059. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen Vrije woorden: Eindbeslissing - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 3 Het arrest dat geen uitspraak heeft gedaan wat betreft het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep betreffende een beklaagde , heeft zijn rechtsmacht over de beslissing op strafvordering betreffende die beklaagde niet volledig uitgeput en het arrest is in die mate geen eindbeslissing, zodat er afstand kan worden gedaan van het cassatieberoep; in zoverre dat arrest wel een eindbeslissing is wat betreft de uitspraak op de burgerlijke rechtsvordering gericht tegen die beklaagde kan er geen afstand worden gedaan van het cassatieberoep
(1).
(1)S. VAN OVERBEKE, Afstand van cassatieberoep in strafzaken, Kluwer,
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Strafvordering Vrije woorden: Hoger beroep door het openbaar ministerie - Geen uitspraak door de appelrechters - Geen eindbeslissing - Gevolg Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Afstand - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Uitspraak door de appelrechters over de burgerlijke rechtsvordering - Eindbeslissing - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.0008.N
- S A M H, beklaagde,
- M R L D S, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Luc Deceuninck, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen DEFAWES nv, met zetel te 9032 Wondelgem, Industrieweg 112-114, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 13 november
- De eisers voeren geen grieven aan. De eisers doen afstand van hun cassatieberoepen omdat het arrest geen eindbeslissing is. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - de eisers werden bij vonnis van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 februari 2019, dat wat hen betreft bij verstek is gewezen, veroordeeld wegens inbreuken op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en bij dit vonnis werd ook uitspraak gedaan over de tegen hen ingestelde burgerlijke rechtsvordering van de verweerster; dit vonnis werd aan de eisers betekend op 4 april 2019; - tegen dit vonnis hebben de eisers op 7 mei 2019 hoger beroep ingesteld; - tegen dit vonnis heeft ook het openbaar ministerie op 8 mei 2019 hoger beroep ingesteld, waarbij volgens het grievenformulier enkel grieven werden aangevoerd wat betreft de aan de eiser 2 opgelegde bestraffing; - op de rechtszitting van 15 oktober 2020 heeft het openbaar ministerie verklaard afstand te doen van het ingestelde hoger beroep; - het arrest verklaart de hogere beroepen van de eisers vervallen wegens laattijdigheid, aangezien ze werden ingesteld op 7 mei 2019, terwijl bij toepassing van artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering de termijn van dertig dagen na de betekening van het verstekvonnis van 19 februari 2019 op 4 april 2019, een einde nam op 6 mei 2019; - het arrest neemt geen beslissing over de verklaring van het openbaar ministerie dat het afstand doet van zijn hoger beroep.
- Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan cassatieberoep, behoudens in hier niet toepasselijke gevallen, slechts worden ingesteld na de eindbeslissing. Er is een eindbeslissing indien de rechter uitspraak doet over de gehele vordering en hij zijn rechtsmacht betreffende die vordering volledig heeft uitgeoefend.
- Aangezien het arrest geen uitspraak heeft gedaan wat betreft het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep betreffende de eiser 2, is de rechtsmacht van het appelgerecht over de beslissing op strafvordering betreffende de eiser 2 niet volledig uitgeput en is het arrest in die mate geen eindbeslissing.
- Het arrest is daarentegen wel een eindbeslissing wat betreft de uitspraak op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster tegen de eiser
- Er dient dan ook akte te worden verleend van de afstand door de eiser 2 van zijn cassatieberoep in de mate dat dit is gericht tegen de beslissing op de strafvordering. Voor het overige wordt geen akte verleend van de afstand van het cassatieberoep van de eiser
- Aangezien het appelgerecht met het arrest zijn rechtsmacht wat betreft de tegen de eiseres 1 ingestelde vorderingen volledig heeft uitgeoefend, kan geen akte worden verleend van de door de eiseres 1 gedane afstand van haar cassatieberoep. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eisers hun cassatieberoep hebben laten betekenen aan de verweerster, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster, zijn de cassatieberoepen niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van de eiser 2 in zoverre gericht tegen de beslissing op de strafvordering. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers elk tot de helft van de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210223.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div