← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 65

, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 2 - 3 Indien een beklaagde met verwijzing naar een rechterlijke beslissing op aannemelijke wijze aanvoert dat er gelet op die beslissing reden is om artikel 65, tweede lid, Strafwetboek toe te passen, kan de rechter die aanvoering niet verwerpen op de enkele grond dat geen eensluidend verklaard afschrift van die beslissing met de vermelding dat ze definitief is voorligt en dient hij in een dergelijk geval het openbaar ministerie te verzoeken die stukken bij te brengen of de beklaagde de gelegenheid te geven dit alsnog te doen; daaruit volgt dat indien een beklaagde om de toepassing verzoekt van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek op grond van een veroordeling voor bepaalde feiten en de veroordeling voor die feiten vaststaat, de rechter dat verzoek niet mag afwijzen om de enkele reden dat de rechterlijke beslissing waarnaar de beklaagde verwijst niet de beslissing is die hem heeft veroordeeld en dient de rechter in voorkomend geval het openbaar ministerie te verzoeken de stukken betreffende de veroordelende beslissing te laten voegen dan wel de beklaagde alsnog de gelegenheid te geven dit te doen

(1).
(1)Cass. 15 maart 2016, AR P.15.1435.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160315.2, AC 2016, nr. 182, RW 2017-18, 577-580 en noot S. RAATS, "De toepassing van artikel 65, tweed lid, Sw. en het bewijs van hoger beroep". Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Gescheiden berechting Vrije woorden: Collectief misdrijf - Toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek - Verwijzing door de beklaagde naar een verkeerde beslissing van veroordeling - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 65

, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Verwijzing door de beklaagde naar een verkeerde beslissing van veroordeling - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 65, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.20.1126.N M S, beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Christian Clement en mr. Koen De Backer, beiden advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Haantjeslei 69A, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiser ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 65, tweede lid, Strafwetboek: het arrest wijst de toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek op basis van het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2017 af omdat dit arrest enkel beslist tot de onontvankelijkheid van het verzet van de eiser tegen het op tegenspraak gewezen arrest van hetzelfde hof van beroep van 23 maart 2017, zonder het debat op dat punt te heropenen, terwijl een afschrift van het eerst vermelde arrest op vraag van de procureur des Konings bij het dossier werd gevoegd, de eerste rechter artikel 65, tweede lid, Strafwetboek heeft toegepast op basis van dit arrest, de partijen geen voorbehoud hebben geformuleerd betreffende de aard van dit arrest en dit ook niet al appelgrief is aangevoerd door het openbaar ministerie; de eiser kreeg aldus geen mogelijkheid om alsnog een afschrift van het arrest bij te brengen; de rechter is verplicht artikel 65, tweede lid, Strafwetboek toe te passen als hij vaststelt dat daartoe aan de voorwaarden is voldaan; de appelrechters hadden kennis van het arrest van het hof van beroep van 23 maart 2017; zij motiveren niet waarom artikel 65, tweede lid, Strafwetboek niet kan worden toegepast op basis van dit arrest.
  4. De rechter is verplicht artikel 65, tweede lid, Strafwetboek toe te passen als hij vaststelt dat de voorwaarden daartoe zijn vervuld.
  5. Indien een beklaagde met verwijzing naar een rechterlijke beslissing op aannemelijke wijze aanvoert dat er gelet op die beslissing reden is om artikel 65, tweede lid, Strafwetboek toe te passen, kan de rechter die aanvoering niet verwerpen op de enkele grond dat geen eensluidend verklaard afschrift van die beslissing met de vermelding dat ze definitief is, voorligt. De rechter dient in een dergelijk geval het openbaar ministerie te verzoeken die stukken bij te brengen of de beklaagde de gelegenheid te geven dit alsnog te doen.
  6. Daaruit volgt dat indien een beklaagde om de toepassing verzoekt van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek op grond van een veroordeling voor bepaalde feiten en de veroordeling voor die feiten vaststaat, de rechter dat verzoek niet mag afwijzen om de enkele reden dat de rechterlijke beslissing waarnaar de beklaagde verwijst niet de beslissing is die hem heeft veroordeeld. De rechter dient in voorkomend geval het openbaar ministerie te verzoeken de stukken betreffende de veroordelende beslissing te laten voegen dan wel de beklaagde alsnog de gelegenheid te geven dit te doen.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser wordt vervolgd voor een inbreuk op artikel 383bis Strafwetboek, te Rumst op 26 mei 2016; - het beroepen vonnis heeft aangenomen dat deze feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet met de feiten vervat in het in kracht van gewijsde getreden arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2017 en dat aan de eiser geen bijkomende bestraffing moet worden opgelegd; - het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2017 geen veroordelend arrest is: de eiser werd bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 maart 2017, dat uitspraak doet over de hogere beroepen van de eiser en het openbaar ministerie tegen het vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 3 december 2016, bij verstek veroordeeld wegens meerdere zedenmisdrijven die onder meer werden gepleegd te Rumst in de periode tussen 1 mei 2016 en 27 mei 2016 en onder meer op 25 mei 2016; zijn verzet tegen dit arrest van 2 maart 2017 werd bij verstekarrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 maart 2017 onontvankelijk verklaard; het verzet van de eiser tegen het arrest van 23 maart 2017 werd bij op tegenspraak gewezen arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2017 onontvankelijk verklaard.
  8. Daaruit volgt dat de eiser wel degelijk is veroordeeld voor de feiten waarop het arrest van het hof van beroep van 27 april 2017 betrekking heeft, ook al is dat arrest zelf geen veroordelend arrest. De appelrechters die oordelen dat met het arrest van 27 april 2017 het verzet van de eiser tegen een arrest van 23 maart 2017 onontvankelijk werd verklaard en het arrest van 27 april 2017 dan ook niet in aanmerking kan worden genomen voor de toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, schenden deze bepaling. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  9. De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing over de toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek met betrekking tot het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2017 leidt tot de vernietiging van de beslissing over de aan de eiser opgelegde bestraffing en zijn veroordeling tot het betalen van een bijdrage aan het Slachtofferfonds, maar laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 115,06 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210223.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160315.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.