← België

A. contra INTERGEM N.V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210223.2N.5 Rolnummer: P.20.1117.N Zaak: A. contra INTERGEM N.V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 476 - laatst gezien 2026-06-16 03:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 90sexies, § 1, 2°, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de aangewezen officieren van gerechtelijke politie aan de onderzoeksrechter de overschrijving of weergave van de voor het onderzoek van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of gegevens en de eventuele vertaling ervan ter beschikking stellen en de naleving van die vormvoorwaarde is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven; uit artikel 90septies, § 6, Wetboek van Strafvordering volgt dat iedere procespartij de mogelijkheid heeft om het geheel van de opgenomen communicaties of gegevens zelf te raadplegen en de rechter kan verzoeken om bijkomende delen van de opgenomen communicatie of gegevens over te schrijven of weer te geven, zodat aldus iedere procespartij de juistheid en de betrouwbaarheid van de politionele samenvatting van een opgenomen communicatie kan controleren en nagaan of bepaalde delen bijkomend moeten worden overgeschreven of weergegeven waardoor het recht van verdediging afdoende gewaarborgd is

(1).
(1)L. ARNOU, "Afluisteren tijdens het gerechtelijk onderzoek", Comm.Straf., afl. 59, pp. 70-
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Telefoontap - Weergave van de opgenomen communicaties - Draagwijdte - Bijkomende weergave - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90sexies, § 1, 2°, en 90septies, § 6 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksverrichtingen - Telefoontap - Weergave van de opgenomen communicaties - Draagwijdte - Bijkomende weergave - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90sexies, § 1, 2°, en 90septies, § 6 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1117.N V I A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest, tegen INTERGEM, met zetel te 9200 Dendermonde, Franz Courtensstraat 11, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert miskenning aan van het recht op verdediging: het arrest grondt eisers schuldigverklaring onder meer op een afgeluisterd telefoongesprek van 22 november 2016; van de inhoud van dat gesprek bevindt zich slechts een loutere samenvatting in het strafdossier, wat een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft; de appelrechters laten evenwel na het gesprek om die reden nietig te verklaren; aldus wordt het recht van verdediging van de eiser aangetast.
  4. Artikel 90sexies, § 1, 2°, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de aangewezen officieren van gerechtelijke politie aan de onderzoeksrechter de overschrijving of weergave van de voor het onderzoek van belang geachte gedeelten van de opgenomen communicaties of gegevens en de eventuele vertaling ervan ter beschikking stellen. De naleving van die vormvoorwaarde is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven.
  5. Uit artikel 90septies, § 6, Wetboek van Strafvordering volgt dat iedere procespartij de mogelijkheid heeft om het geheel van de opgenomen communicaties of gegevens zelf te raadplegen en de rechter kan verzoeken om bijkomende delen van de opgenomen communicatie of gegevens over te schrijven of weer te geven. Aldus kan iedere procespartij de juistheid en de betrouwbaarheid van de politionele samenvatting van een opgenomen communicatie controleren en nagaan of bepaalde delen bijkomend moeten worden overgeschreven of weergegeven. Op die wijze is het recht van verdediging afdoende gewaarborgd.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Met overname van de redenen van het beroepen vonnis en met eigen redenen oordeelt het arrest (p. 18) dat de niet-naleving van het voorschrift van artikel 90sexies, § 1, 2°, Wetboek van Strafvordering de betrouwbaarheid van het bewijs niet aantast en dat het gebruik van het bedoelde telefoongesprek niet in strijd is met eisers recht op een eerlijk proces of met zijn recht van verdediging. Bijkomend stelt het arrest vast dat de eiser ter zake nooit enig bijkomend onderzoek heeft gevraagd, noch aan de onderzoeksrechter noch tijdens de rechtspleging ten gronde. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat er geen aanleiding is om het afgeluisterd telefoongesprek van 22 november 2016 nietig te verklaren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  8. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel
  9. Het middel voert miskenning aan van de motiveringsverplichting: het arrest verklaart de eiser onder de telastleggingen A en B ook schuldig aan de verzwarende omstandigheid van als leidend persoon te hebben deelgenomen aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, maar het motiveert dit niet; het arrest preciseert geen leidinggevende handelingen, het neemt de motivering van de eerste rechter onveranderd over daar waar deze voor de eiser geen hoedanigheid van leidend persoon aannam en vervolgens gebruikt het die hoedanigheid om andere bewijselementen ten gunste van de eiser zoals de afwezigheid van sporen te weerleggen; bovendien motiveert het arrest onvoldoende waarom het de door de eiser aangevoerde beweegreden om te H. een bedrijfspand te huren niet aanneemt.
  10. In zoverre het middel formeel een motiveringsgebrek aanvoert, maar in werkelijkheid opkomt tegen de onaantastbare beoordeling door de rechter van de bewijswaarde van de hem regelmatig voorgelegde feitelijke gegevens, is het niet ontvankelijk.
  11. Het arrest oordeelt niet enkel zoals het middel vermeldt. Met eigen en van het beroepen vonnis overgenomen redenen oordeelt het dat, ook wat de eiser betreft, de verzwarende omstandigheid van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging bewezen is. Het oordeelt verder ook (p. 20): "Op basis van hetgeen reeds werd uiteengezet, staat het voor het hof (van beroep) vast dat [de eiser] wetens en willens deel uitmaakte van een samenwerkingsverband met het opzet zoals hiervoor omschreven. Hij is aldus te beschouwen als deelnemer aan een groter geheel, met name de vereniging. Tevens staat vast dat er een taakverdeling bestond binnen de litigieuze vereniging. (...) Wat betreft [de eiser] komt uit de dossiergegevens naar voor dat hij de leider was van de vereniging. Hij gaf instructies aan de leden van de vereniging en stuurde hen aan." Met het geheel van de vermelde redenen die het arrest aldus bevat en die het bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie niet nader diende te preciseren, motiveert het arrest naar recht eisers schuld aan de verzwarende omstandigheid om bij de feiten van de telastleggingen A en B als leidend persoon te hebben deelgenomen aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210223.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.