← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 59, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Wegverkeer - Artikel 59, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet - Artikel 26, KB Ademtest- en analysetoestellen - Ademanalyse - Recht om een tweede analyse te vragen - Kennisgevingsplicht van de verbalisant - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 59, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Vermoeden van onschuld - Wegverkeer - Artikel 59, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet - Artikel 26, KB Ademtest- en analysetoestellen - Ademanalyse - Recht om een tweede analyse te vragen - Kennisgevingsplicht van de verbalisant - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 59, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 59 Vrije woorden: Artikel 59, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet - Ademanalyse - Artikel 26, KB Ademtest- en analysetoestellen - Recht om een tweede analyse te vragen - Kennisgevingsplicht van de verbalisant - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 59, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1209.N P E M V D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Croonen, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, van 9 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis spreekt de eiser vrij van de telastlegging D. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 59 Wegverkeerswet, artikel 26 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen (hierna: KB Ademtest- en analysetoestellen), alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces, het recht van verdediging en het vermoeden van onschuld: het bestreden vonnis oordeelt dat het bij een alcoholcontroleprocedure niet verplicht is in het proces-verbaal van vaststelling specifiek te verwijzen naar artikel 26 KB Ademtest- en analysetoestellen en dat het volstaat enkel te vermelden dat de in dat besluit bepaalde procedure werd gevolgd; er moet evenwel zijn aangetoond dat de eiser effectief op de hoogte werd gebracht van de mogelijkheid tot afname van een tweede ademanalyse; daarom moet dat in het proces-verbaal ook uitdrukkelijk zijn vermeld; aangezien dit voor de eiser niet het geval was, kunnen de appelrechters niet wettig oordelen dat de alcoholcontroleprocedure correct werd nageleefd.
  4. De artikelen 23 tot en met 28 KB Ademtest- en analysetoestellen bepalen de controleprocedure indien een persoon een ademtest of ademanalyse moet ondergaan. Krachtens artikel 26 KB Ademtest- en analysetoestellen moet aan de persoon aan wie een ademanalyse werd opgelegd, worden uitgelegd dat hij een tweede ademanalyse mag vragen en dat bij een eventueel verschil tussen de twee resultaten van meer dan de in bijlage 2 van dat besluit bepaalde nauwkeurigheidsvoorwaarden een derde ademanalyse wordt uitgevoerd.
  5. Uit artikel 59, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet volgt dat indien de betrokkene dat vraagt, onmiddellijk een tweede analyse moet worden uitgevoerd en dat indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt als voormeld, een derde analyse moet worden uitgevoerd.
  6. Noch uit deze bepalingen, die enkel tot doel hebben de betrokkene te wijzen op de mogelijkheid om een tweede analyse te vragen, noch uit artikel 6 EVRM of uit de beginselen die het middel aanhaalt, volgt voor de verbalisant de verplichting om uitdrukkelijk en met verwijzing naar artikel 26 KB Ademtest- en analysetoestellen in het proces-verbaal op te nemen dat aan de betrokkene werd uitgelegd dat hij een tweede ademanalyse mag vragen. De enkele vermelding in het proces-verbaal dat de controleprocedure bepaald in het KB Ademtest- en analysetoestellen werd gevolgd, kan voor de rechter volstaan om te oordelen dat aan de bedoelde kennisgevingsplicht werd voldaan. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het bestreden vonnis oordeelt dat: - het aanvankelijk proces-verbaal onder punt 12 vermeldt dat de opstellers de procedure van het KB Ademtest- en analysetoestellen hebben gevolgd zonder dat specifiek wordt verwezen naar artikel 26 van dat besluit; - geen wets- of verordeningsbepaling de verbalisanten verplicht de daarin bedoelde mededeling in hun proces-verbaal te vermelden; - een eventuele nalatigheid daarbij geen vermoeden kan opleveren van een miskenning van de in dat besluit gestelde regels; - de alcoholprocedure correct is verlopen en er niet de minste redenen zijn om te twijfelen aan de wetenschappelijke betrouwbaarheid van het bewijs dat door de ademanalyse werd opgeleverd; - de eiser in zijn geschreven verklaring van 2 december 2018 het vastgestelde meetresultaat van de ademanalyse, namelijk 0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht, als dusdanig niet in vraag stelde; - de eiser verder noteerde "vier pinten" te hebben genuttigd en niet van oordeel te zijn dat er bepaalde factoren in zijn voordeel pleiten; - de eiser de feiten niet betwistte en niet heeft gevraagd om te worden verhoord; - de verbalisanten bij de eiser een alcoholgeur vaststelden en van oordeel waren dat hij licht onder invloed was van alcohol; - de eiser voorafgaand aan de ademanalyse een positieve ademtest aflegde; - er geen reden is om te twijfelen aan de vaststellingen van de verbalisanten. Met die redenen verantwoordt het bestreden vonnis de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210223.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001025.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.