← België

B. contra DECAPAC

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210226.1N.10 Rolnummer: C.20.0300.N Zaak: B. contra DECAPAC Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 887 - laatst gezien 2026-06-16 19:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Hetgeen krachtens een overeenkomst werd betaald kan niet worden teruggevorderd wanneer de vordering tot nietigverklaring van de overeenkomst verjaard is. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Overeenkomst - Nietigverklaring - Terugvordering van het betaalde - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1235, eerste lid, en 2262bis, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 Een factuur is een schriftelijke bevestiging van een contractuele schuldvordering die strekt tot het bewijs van de overeenkomst waarop zij is gesteund, zodat de grondslag voor de betaling van een factuur niet berust op de factuur maar op de overeenkomst. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Algemeen Vrije woorden: Factuur - Grondslag voor betaling Thesaurus CAS: BETALING Vrije woorden: Factuur - Grondslag voor betaling Tekst van de beslissing Nr. C.20.0300.N Romana BREMER q.q., advocaat, met kantoor te 8939 AA Leeuwarden (Nederland), Wiardaplantage 9, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van Fanofinefood bv, met zetel te 8431 HG Oosterwolde (Nederland), Venekoterweg 3, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen DECAPAC nv, met zetel te 2200 Herentals, Toekomstlaan 28, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.248.860, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 mei

  1. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
  2. Krachtens artikel 2262bis, § 1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek verjaren alle persoonlijke rechtsvorderingen door verloop van tien jaar.
  3. Krachtens artikel 1235, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek onderstelt iedere betaling een schuld en kan hetgeen betaald is zonder verschuldigd te zijn, worden teruggevorderd. Aldus heeft de nietigverklaring van een overeenkomst tot gevolg dat hetgeen krachtens die overeenkomst werd betaald kan worden teruggevorderd. Deze betaling kan niet worden teruggevorderd zolang de overeenkomst niet werd nietig verklaard.
  4. Uit het voorafgaande volgt dat wanneer de vordering tot nietigverklaring van een overeenkomst is verjaard, hetgeen krachtens deze overeenkomst werd betaald niet meer als onverschuldigd kan worden teruggevorderd.
  5. Een factuur is een schriftelijke bevestiging van een contractuele schuldvordering die strekt tot het bewijs van de overeenkomst waarop zij is gesteund zodat de grondslag voor de betaling van een factuur niet berust op de factuur maar op de overeenkomst.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerster op 18 november 2002 aan Fanifood bv een factuur zond die werd aanvaard; - Fanifood bv de factuur betaalde op 3 december 2002; - de factuur voortvloeit uit een op 30 oktober 2002 tussen de partijen gesloten overeenkomst; - Fanifood bv op 5 december 2003 werd failliet verklaard en de eiseres als curator werd aangesteld; - in een strafrechtelijke procedure is komen vast te staan dat de factuur vals was omdat ze niet beantwoordde aan reële leveringen; - de eiseres op 28 november 2012 overging tot dagvaarding van de verweerster strekkende tot de terugbetaling van het factuurbedrag; - de terugvordering van het betaalde na een vernietiging van een overeenkomst gebeurt volgens de regels van de restitutieverbintenissen na retroactieve nietigheid; - de nietigheidsvordering onderworpen is aan de tienjarige verjaringstermijn vanaf de totstandkoming van de overeenkomst.
  7. De appelrechters die oordelen dat de terugvordering werd ingesteld “op 28 november 2012, d.i. meer dan tien jaar na de totstandkoming van de overeenkomst” en die vervolgens oordelen dat “de verjaringstermijn loopt vanaf het ontstaan van de overeenkomst […] zodat de verjaring niet pas vanaf 3 december 2002 loopt en de vordering van [de eiseres] te laat werd ingesteld” en op grond hiervan beslissen dat de vordering van de eiseres verjaard is en zij haar vordering aldus niet kan baseren op onverschuldigde betaling, verantwoorden hun beslissing naar recht en voldoen aan het voorschrift van artikel 149 Grondwet. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 492,96 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters KoenMestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 26 februari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210226.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.