← België

STAD AALST contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 februari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210226.1N.2 Rolnummer: C.20.0334.N Zaak: STAD AALST contra K. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2021-07-02 Raadplegingen: 759 - laatst gezien 2026-06-16 04:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een inschrijving in het bevolkingsregister is niet vereist om een huwelijksaangifte te kunnen indienen. Thesaurus CAS: HUWELIJK Vrije woorden: Huwelijksaangifte - Bevolkingsregister - Inschrijving - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 63, § 1, eerste en tweede lid, en 64, § 1, 5° - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0334.N STAD AALST, met zetel te 9300 Aalst, Grote Markt 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.437.468, voor wie optreedt de ambtenaar van de burgerlijke stand, met kantoor te 9300 Aalst, Werf 9, eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. Y. K.,
  2. H. D. H., toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 11 augustus 2020 (nr. G.20.0161.N), verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 februari
  3. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede middel
  4. Krachtens artikel 63, § 1, eerste en tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, in de versie zoals hier van toepassing, moeten zij die een huwelijk willen aangaan, daarvan onder voorlegging van de in artikel 64 bedoelde documenten, aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar één van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister heeft op de datum van de opmaak van de akte van aangifte. Indien geen van de aanstaande echtgenoten een inschrijving heeft in één van de in het eerste lid bedoelde registers, of indien de actuele verblijfplaats van één van hen of beiden om gegronde redenen niet met deze inschrijving overeenstemt, kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de actuele verblijfplaats van een van de aanstaande echtgenoten. Krachtens artikel 64, § 1, 5°, Oud Burgerlijk Wetboek, in de versie zoals hier van toepassing, worden bij de aangifte van het huwelijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand tegen bericht van ontvangst, dat wordt afgeleverd na ontvangst van alle documenten, voor ieder der aanstaande echtgenoten het volgende document voorgelegd: een bewijs van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele verblijfplaats evenals in voorkomend geval een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden.
  5. Uit deze bepalingen volgt dat een inschrijving in het bevolkingsregister niet vereist is om een huwelijksaangifte te kunnen indienen. In zoverre het middel ervan uitgaat dat een vreemdeling die niet is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar hij verblijft, niet voldoet aan de formele voorwaarden vereist om in België een huwelijk te mogen aangaan, faalt het naar recht.
  6. In zoverre het middel opkomt tegen het oordeel van de appelrechter dat "te meer [...] bij nalezing van het stuk 15 van [de eiser] geen adres in Antwerpen kan worden teruggevonden", is het gericht tegen een overtollige reden en bijgevolg niet ontvankelijk.
  7. Voor het overige is het middel afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde miskenning van bewijskracht en bijgevolg niet ontvankelijk. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 700,34 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 26 februari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210226.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.