id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210302.2N.21 Rolnummer: P.21.0250.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-03-05 Raadplegingen: 926 - laatst gezien 2026-06-20 05:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche Indien er voorafgaandelijk ernstige en objectieve aanwijzingen bestaan dat een lokaal wordt gebruikt voor het vervaardigen, het bereiden, het bewaren of het opslag van de door de Drugswet bedoelde stoffen, kan dit lokaal worden betreden overeenkomstig artikel 6bis Drugswet
(1); noch uit deze bepaling noch uit enig andere bepaling volgt dat de zoeking dadelijk moet worden uitgevoerd nadat de opsporingsambtenaren kennis kregen van die ernstige en objectieve aanwijzingen; de enkele omstandigheid dat er enige tijd verstrijkt tussen het ogenblik waarop de opsporingsambtenaren kennis kregen van de aanwijzingen en het tijdstip waarop ze de huiszoeking hebben uitgevoerd, maakt de zoeking niet onregelmatig.
(1)Cass. 19 november 2019, AR P.19.1107.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.14, AC 2019, nr. 611; Cass. 18 juni 2019, AR P.19.0588.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.4, AC 2019, nr. 378, NC 2021, 32 noot L. ARNOU; Cass. 11 maart 2014, AR P.14.0382.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140311.8, AC 2014, nr. 196; Cass. 3 december 2013, AR P.13.1859.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131203.6, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Opslag en aanmaak van verdovende middelen - Zoeking op basis van artikel 6bis Drugswet - Ernstige en objectieve aanwijzingen - Kennis van deze aanwijzingen door de opsporingsambtenaren - Tijdspanne tussen deze kennis en de uitvoering van de zoekin - Regelmatigheid van de zoeking - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 6bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0250.N S. D., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Philip De Cleene, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6bis Drugwet, alsmede miskenning van het algemeen principe van de onschendbaarheid van de woning: het arrest neemt ten onrechte aan dat het aanhoudingsbevel niet onregelmatig is en dat de uitgevoerde huiszoeking zonder gemotiveerd huiszoekingsbevel niet onrechtmatig is; op het ogenblik van deze huiszoeking waren de aanwijzingen reeds gekend en er werd te lang getalmd om de huiszoeking wettig te kunnen verantwoorden.
- Indien er voorafgaandelijk ernstige en objectieve aanwijzingen bestaan dat een lokaal wordt gebruikt voor het vervaardigen, het bereiden, het bewaren of het opslaan van door de Drugwet bedoelde stoffen, kan dit lokaal worden betreden overeenkomstig artikel 6bis Drugwet. Noch uit deze bepaling van de Drugwet noch uit enig andere bepaling volgt dat de zoeking dadelijk moet worden uitgevoerd nadat de opsporingsambtenaren kennis kregen van die ernstige en objectieve aanwijzingen. De enkele omstandigheid dat er enige tijd verstrijkt tussen het ogenblik waarop de opsporingsambtenaren kennis kregen van de aanwijzingen en het tijdstip waarop ze de huiszoeking hebben uitgevoerd, maakt de zoeking niet onregelmatig. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman, en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 2 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210302.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230822.VAK.7 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131203.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140311.8 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.4 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191119.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div