← België

TELENET BVBA contra CNOCKAERT nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210305.1N.3 Rolnummer: C.20.0166.N Zaak: TELENET BVBA contra CNOCKAERT nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-08-18 Raadplegingen: 1925 - laatst gezien 2026-06-18 19:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter die het bestaan aanneemt van schade, veroorzaakt door een fout in de zin van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, kan de vordering tot vergoeding van die schade niet afwijzen op de enkele grond dat de benadeelde het gevorderde bedrag niet bewijst. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen Vrije woorden: Bestaan van de schade - Geen bewijs van de omvang - Taak van de rechter Tekst van de beslissing Nr. C.20.0166.N TELENET bv, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.416.418, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen CNOCKAERT nv, met zetel te 7780 Komen-Waasten, Langemarkweg, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.469.304, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 januari

  1. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. De rechter die het bestaan aanneemt van schade, veroorzaakt door een fout in de zin van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, kan de vordering tot vergoeding van die schade niet afwijzen op de enkele grond dat de benadeelde het gevorderde bedrag niet bewijst.
  3. Het arrest oordeelt dat de verweerster aansprakelijk is voor het schadegeval waarbij tijdens door de verweerster uitgevoerde graafwerken de ondergrondse telecom-installaties van de eiseres werden beschadigd. Het arrest neemt aldus aan dat de eiseres schade heeft geleden ingevolge een fout van de verweerster.
  4. Het arrest oordeelt verder dat: - de door de eiseres voorgebrachte schadeafrekening ten belope van 5.529,87 euro niet voldoet aan de verplichtingen opgelegd in de toepasselijke Assuralia/Cets-overeenkomst, die tal van bepalingen bevat met het oog op een tegensprekelijke vaststelling van de schade, alsook bepaling en verantwoording van het schadebedrag; - de geclaimde som niet steunt op enige nuttige/tegensprekelijke vaststelling of expertise van BCE en de voorgebrachte schadeafrekening met een factuur van onderaannemer V. nv niet binnen dit kader werd aangenomen, zodat de eiseres voormelde overeenkomst hier geenszins naar analogie kan toepassen; - ook naar gemeen recht deze eenzijdige stukken niet als afdoende schadebewijs kunnen worden aangenomen.
  5. Door aldus de vordering tot schadevergoeding van de eiseres af te wijzen op de enkele grond dat de eiseres het gevorderde bedrag van de door haar geleden schade niet bewijst, schendt het arrest artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué en raadsheer Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 5 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210305.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.