← België

SVK SOVEKANS-LEEFBAAR WONEN contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210308.3N.1 Rolnummer: C.20.0212.N Zaak: SVK SOVEKANS-LEEFBAAR WONEN contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-10-06 Raadplegingen: 1081 - laatst gezien 2026-06-16 04:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de eigenaar zelf de huurschade herstelt en vervolgens het goed verkoopt, ontvangt hij de koopprijs van de koper als tegenprestatie voor de eigendomsoverdracht en de betaling van de koopprijs strekt niet tot vergoeding van de huurschade; de koopprijs die de eigenaar ontvangt, kan bijgevolg niet worden toegerekend op de vergoeding die de huurder verschuldigd is omwille de huurschade. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HUISHUUR - Einde (Opzegging. Verlenging. Enz) Vrije woorden: Huurschade - Herstelling - Verkoop van het pand - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1582 en 1732 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Tijdschrift van de Vrederechters [T.Vred.] - 2021, nr. 7-8, p. 309-

  1. - VYNCKE, Hanne; Noot'De vergoeding van huurschade, de renovatie en de verkopende verhuurder' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0212.N SVK SOVEKANS-LEEFBAAR WONEN vzw, met zetel te 8000 Brugge, Krommestraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.218.755, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. W.V.,
  3. J.C., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 8 januari
  4. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 8 oktober 2020 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Krachtens artikel 1732 Oud Burgerlijk Wetboek is de huurder aansprakelijk voor de beschadiging of de verliezen die gedurende zijn huurtijd zijn ontstaan, tenzij hij bewijst dat die buiten zijn schuld hebben plaatsgehad. Uit deze bepaling volgt dat de huurder gehouden is tot vergoeding van de huurschade waarvoor hij aansprakelijk is, en dat, in geval de eigenaar zelf de huurschade herstelt, hij recht heeft op terugbetaling van de herstelkosten.
  6. Krachtens artikel 1582 Oud Burgerlijk Wetboek is koop een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een zaak te leveren, en de andere om daarvoor een prijs te betalen. De tegenprestatie voor de eigendomsoverdracht van de zaak is een prijs in geld.
  7. Uit het voorgaande volgt dat, wanneer de eigenaar zelf de huurschade herstelt en vervolgens het goed verkoopt, hij de koopprijs van de koper ontvangt als tegenprestatie voor de eigendomsoverdracht en de betaling van de koopprijs niet strekt tot vergoeding van de huurschade. De koopprijs die de eigenaar ontvangt, kan bijgevolg niet worden toegerekend op de vergoeding die de huurder verschuldigd is omwille de huurschade. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.
  8. Met de redenen dat de vraag “of [de eigenaars] de woning na het einde van de huur al dan niet totaal hebben gerenoveerd, geen enkel belang [heeft] bij het bepalen van de omvang van hun vergoedingsrecht”, verwerpt en beantwoordt de appelrechter het in het middel bedoelde verweer. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, mist het feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 657,12 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210308.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.