← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210308.3N.6 Rolnummer: C.17.0407.N Zaak: J. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-08-18 Raadplegingen: 600 - laatst gezien 2026-06-16 06:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 30, § 2 tot § 6, Wet Bescherming Persoon Geesteszieke neemt de regels niet over die vermeld zijn in de artikelen 7, § 2 en § 3, en 13 van deze wet; de voorwaarden waaronder de laatstvermelde twee artikelen de verdere ziekenhuisopname van de zieke regelen, zijn niet van toepassing zijn in hoger beroep. Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Ziekenhuisopname - Handhaving - Hoger beroep - Procedure Wettelijke bepalingen: Wet 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke - 26-06-1990 - Artt. 7, §§ 2 en 3, 13 en 30, §§ 2 tot 6 - 32 ELI link Pub nr 1990009905 Fiche 2 Uit de artikel 30, § 3, tweede lid, en vierde lid Wet Bescherming Persoon Geesteszieke en de wetsgeschiedenis volgt dat wanneer de zieke in de beroepsprocedure gebruik wil maken van zijn recht zich te laten bijstaan door een geneesheer-psychiater, hieruit niet voortvloeit dat deze laatste een bijkomende termijn moet worden verleend om hem een schriftelijk advies te verstrekken. Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Ziekenhuisopname - Handhaving - Hoger beroep - Recht op tegenspraak - Procedure - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke - 26-06-1990 - Art. 30, § 3, tweede en vierde lid - 32 ELI link Pub nr 1990009905 Tekst van de beslissing Nr. C.17.0407.N M.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 15 juni

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 28 januari 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Het hoger beroep tegen de beslissing van de vrederechter die de ziekenhuisopname van de geesteszieke handhaaft, wordt geregeld bij artikel 30, § 2 tot § 6, Wet Bescherming Persoon Geesteszieke. Dit artikel neemt de regels niet over die vermeld zijn in de artikelen 7, § 2 en § 3, en 13 van deze wet, die van toepassing zijn voor de vrederechter.
  3. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de voorwaarden waaronder de laatstvermelde twee artikelen de verdere ziekenhuisopname van de zieke regelen, van toepassing zijn in hoger beroep, faalt het naar recht.
  4. Artikel 5.1, e), EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op persoonlijke vrijheid en veiligheid en dat niemand van zijn vrijheid mag worden beroofd behalve langs wettelijke weg en onder meer in het geval van rechtmatige gevangenhouding van geesteszieken. Uit dit artikel volgt dat de zieke het recht heeft op verschillende waarborgen, waaronder het recht om gehoord te worden, het recht op informatie en het recht om zich te laten vertegenwoordigen. Deze waarborgen zijn echter niet zo verstrekkend als de waarborgen in artikel 6.1, EVRM met betrekking tot het recht op een eerlijk proces. Het is verder aan de nationale wetgever om te voorzien in het meest gepaste systeem van gerechtelijke toetsing.
  5. Krachtens artikel 30, § 3, tweede lid, Wet Bescherming Persoon Geesteszieke worden de procureur des Konings en de zieke, bijgestaan door een advocaat en, in voorkomend geval, door de geneesheer psychiater van zijn keuze, gehoord. Volgens artikel 30, § 3, vierde lid, van deze wet lopen de maatregelen ter bescherming onmiddellijk ten einde, betreffende de beslissingen gewezen met toepassing van artikel 13 inzake verder verblijf, indien de rechtbank over het verzoekschrift geen uitspraak heeft gedaan binnen een maand na de indiening, zij het door het gelasten van een onderzoeksmaatregel. Uit deze wetsbepalingen en de wetsgeschiedenis volgt dat wanneer de zieke in de beroepsprocedure gebruik wil maken van zijn recht zich te laten bijstaan door een geneesheer-psychiater, hieruit niet voortvloeit dat deze laatste een bijkomende termijn moet worden verleend om hem een schriftelijk advies te verstrekken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiser stelde dat hij via zijn persoonlijke raadsman op 15 mei 2017 verzocht om een psychiater te mogen aanstellen om hem te onderzoeken als "eigen geneesheer-psychiater" en niet als "deskundige"; - op de rechtszitting in hoger beroep van 8 juni 2017 de persoonlijke raadsman van de eiser nog steeds aandrong op de mogelijkheid om een geneesheer-psychiater naar keuze toe te laten om een onderzoek te doen; - er in eerste aanleg onduidelijkheid was over de vraag van de persoonlijke raadsman van de eiser inzake een aanvullend onderzoek door een geneesheer-psychiater, met name of dit als gerechtsdeskundige of raadgevend geneesheer zou zijn; - de eerste rechter kan worden gevolgd dat er geen noodzaak was om te wachten op een onderzoek door nog een andere geneesheer-psychiater; - thans, drie weken na het beroepen vonnis, nog steeds geen enkel document voorligt van een geconsulteerd psychiater en dat via de bewindvoerder vernomen moest worden dat de door eiser aangezochte psychiater zich bij de eiser heeft aangeboden op 5 juni 2017; - er geen enkel attest voorligt dat tegen de adviezen en de beoordeling door de vrederechter ingaat.
  7. De appelrechters die op grond van deze redenen eisers vordering om het beroepen vonnis teniet te doen en de zaak een tweetal maanden te verdagen om de eigen gekozen geneesheer-psychiater toe te laten de eiser te onderzoeken en hem een advies te verstrekken op medisch vlak, als ongegrond afwijzen, schenden artikel 5.1, e), EVRM en artikel 30 Wet Bescherming Persoon Geesteszieke niet, noch miskennen zij het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 395 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210308.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.