← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.12 Rolnummer: P.21.0225.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-03-12 Raadplegingen: 719 - laatst gezien 2026-06-18 05:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat aan een veroordeelde slechts strafuitvoeringsmodaliteiten kunnen worden toegekend voor zover de strafuitvoeringsrechtbank vaststelt dat er geen tegenaanwijzingen zijn als bedoeld in deze bepaling waaraan niet kan worden tegemoetgekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden; de afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit op grond van deze bepaling is slechts regelmatig met redenen omkleed indien de strafuitvoeringsrechtbank duidelijk vaststelt welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen zij in aanmerking neemt, zonder dat zij daarbij de letterlijke bewoordingen van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering moet gebruiken. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsmodaliteiten - Afwijzing - Bestaan van tegenaanwijzing - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Strafuitvoeringsmodaliteiten - Afwijzing - Bestaan van tegenaanwijzing - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0225.N G. M., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 5 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: de motivering van het vonnis is onduidelijk, zodat het Hof zijn wettigheidstoezicht niet kan uitoefenen; het vonnis oordeelt enkel dat er geen voldoende veilig sociaal reclasseringsplan is, maar niet dat er een afwezigheid is van vooruitzichten op een veilig sociaal reclasseringsplan zoals bepaald in artikel 47, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering; het oordeelt ook dat het plan niet tegemoet komt aan het recidiverisico, maar zegt niet waarin dit recidiverisico bestaat.
  3. Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat aan een veroordeelde slechts strafuitvoeringsmodaliteiten kunnen worden toegekend voor zover de strafuitvoeringsrechtbank vaststelt dat er geen tegenaanwijzingen zijn als bedoeld in deze bepaling waaraan niet kan worden tegemoetgekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. De afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit op grond van deze bepaling is slechts regelmatig met redenen omkleed indien de strafuitvoeringsrechtbank duidelijk vaststelt welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen zij in aanmerking neemt, zonder dat zij daarbij de letterlijke bewoordingen van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering moet gebruiken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Het vonnis oordeelt als volgt: - de eiser heeft de feiten gepleegd uit geldgewin, hij komt volgens de PSD over als iemand die lak heeft aan regels en normen, als een persoon die zijn eigen zin doet en hij ontkent of minimaliseert de feiten waarvoor hij thans de straffen uitvoert; - hij stelt zelf al jarenlang sporadisch speed te gebruiken; - hij wil zijn intrek nemen in zijn eigen woning, waar hij alleen woont; - hij beschikt over een werkloosheidsuitkering en heeft vrijwilligerswerk gevonden in een dierenasiel. Hij beweert wegens lichamelijke klachten niet te kunnen werken, maar er ligt geen medisch attest voor waaruit zijn arbeidsongeschiktheid blijkt. Hij heeft ook geen enkele poging ondernomen om via onder meer de VDAB tijdens de detentie op zoek te gaan naar een betaalde tewerkstelling, terwijl de strafuitvoeringsrechtbank van oordeel is dat hij in de eerste plaats op zoek moet gaan naar een betaalde voltijdse dagbesteding; - er ligt een attest voor van de Zorggroep Zin waaruit blijkt dat de eiser in aanmerking komt voor een ambulante begeleiding, maar aangezien de eiser van oordeel is dat er bij hem geen sprake is van verslaving, stelt zich de vraag in hoeverre deze ambulante begeleiding daadwerkelijk zal plaatsvinden.
  5. Op grond van die redenen oordeelt het vonnis dat er geen voldoende veilig sociaal reclasseringsplan voorligt dat tegemoet komt aan het recidiverisico. Aldus stelt het duidelijk de afwezigheid vast van vooruitzichten op sociale reclassering, alsook het voorhanden zijn van het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten in de zin van artikel 47, § 1, 1°, en 2°, Wet Strafuitvoering. Met die motivering, die het Hof niet belet zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen, is de beslissing tot afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.18 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231121.2N.9 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.40 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.