id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.8 Rolnummer: P.21.0127.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-03-12 Raadplegingen: 554 - laatst gezien 2026-06-18 09:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De enkele vaststelling dat de betrokkene aan een geestesstoornis lijdt bestaande in een antisociale persoonlijkheidsstoornis volstaat niet voor het oordeel dat aan de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde is voldaan, dat voor een internering onder meer vereist dat de betrokkene op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast; de rechter dient indien hij daartoe wordt uitgenodigd vast te stellen dat de geestesstoornis het oordeelsvermogen van de betrokkene of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Geestesstoornis die het oordeelsvermogen of de controle over de daden teniet doet of ernstig aantast - Voorwaarden - Beoordeling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 1, 2° - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Internering - Geestesstoornis die het oordeelsvermogen of de controle over de daden teniet doet of ernstig aantast - Voorwaarden - Beoordeling - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 1, 2° - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0127.N E. C., inverdenkingestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Anne Marie De Clerck, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 9, § 1, Interneringswet: het ar-rest beantwoordt niet eisers in zijn appelconclusie gevoerde verweer dat de des-kundigen bij hem geen defecten op cognitief vlak vaststellen en dat dr. Steemans ten onrechte besluit dat het vertonen van antisociale persoonlijkheidskenmerken als basis van een geestesstoornis voldoende is.
- Artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet vereist voor een internering onder meer dat de betrokkene op het ogenblik van de beslissing lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast.
- De enkele vaststelling dat de betrokkene aan een geestesstoornis lijdt be-staande in een antisociale persoonlijkheidsstoornis volstaat niet voor het oordeel dat aan de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde is voldaan. De rechter dient indien hij daartoe wordt uitgenodigd vast te stellen dat de gees-tesstoornis het oordeelsvermogen van de betrokkene of de controle over zijn da-den teniet doet of ernstig aantast.
- Het arrest oordeelt onder meer als volgt: - doordat er sprake was van een onderrapporterende antwoordattitude kon het testpyschologisch onderzoek over het cognitief niveau en het persoonlijk-heidsfunctioneren van de eiser niet worden geobjectiveerd; - het klinisch psychologisch onderzoek stelt dat identiteit en doelen egocen-trisch zijn en op het eigen belang zijn gericht met in de meeste sociale rollen weinig loyauteit of plichtsbesef; - de morele functies zouden onvoldoende begrensd en sturend zijn waardoor de eiser terugkerend antisociaal gedrag laat zien; - anamnestisch zijn er aanwijzingen voor een verminderde impulscontrole en een lage frustratiecontrole; - er zouden vooral cluster B (persoonlijkheidsstoornis) trekken te zien zijn; - de forensisch psycholoog besluit in zijn psychodiagnose dat het functioneren door de eiser passend is bij een cluster B-persoonlijkheidsstoornis met over-wegend antisociale en narcistische kenmerken; - het functioneren wordt omschreven als immaturiteit en dysharmonie waarbij innerlijke remmende of begrenzende vermogens over impulsen en affecten tekort schieten; - de gewetensfuncties zouden lacunair ontwikkeld zijn en weinig begrenzend en sturend; - frustratietolerantie en zelfcontrole zijn laag; - de gerechtspsychiater nam de bevindingen van de psychodiagnose over en stelde een antisociale persoonlijkheidsontwikkeling en een zwakbegaafdheid vast; - de gerechtspsychiater besloot tot een geestesstoornis die het oordeelsver-mogen van de eiser of de controle over zijn daden heeft teniet gedaan of ern-stig heeft aangetast; - de bevindingen van de door de eiser geraadpleegde klinisch orthopedagoge betreffende onder meer een zekere mate aan zelfcontrole ontkrachten de con-clusie van het college van de gerechtspsychiater en de forensisch psycholoog over de cluster B-persoonlijkheidsstoornis niet; - er zijn geen redenen om te twijfelen aan de professionaliteit en grondigheid waarmee het college zich van zijn taak heeft gekweten. Met die redenen beantwoordt het arrest de door eiser gevoerde betwisting over het voldaan zijn aan de in artikel 9, § 1, 2°, Interneringswet bepaalde voorwaarde en verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat is voldaan aan de in arti-kel 9, § 1, Interneringswet bepaalde voorwaarden voor internering en dat de be-roepen beslissing tot internering is te bevestigen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div