← België

TOP CARS BVBA

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Artikel 4, § 6, Drugswet - Voertuig gediend om drugsmisdrijven te plegen - Rechten van derden - Derde niet veroordeeld voor het drugsmisdrijf - Goede trouw - Beoordeling - Criteria - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Persoonlijkheid van de straf - Bijzondere verbeurdverklaring - Voertuig gediend om drugsmisdrijven te plegen - Rechten van derden - Derde niet veroordeeld voor het drugsmisdrijf - Goede trouw - Beoordeling - Criteria - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: EIGENDOM Vrije woorden: Recht op eigendom - Strafzaken - Bijzondere verbeurdverklaring - Voertuig gediend om drugsmisdrijven te plegen - Rechten van derden - Derde niet veroordeeld voor het drugsmisdrijf - Goeder trouw - Beoordeling - Criteria - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Fiches 5 - 7 Het feit dat artikel 4, § 6, Drugswet bepaalt dat het voor het drugsmisdrijf dienstige voertuig kan worden verbeurdverklaard zonder dat het eigendom hoeft te zijn van de veroordeelde, impliceert dat de eigenaar van dat voertuig niet zelf voor dat misdrijf moet zijn vervolgd opdat die verbeurdverklaring kan worden uitgesproken; enkel is vereist dat de betrokkene voor de rechter zijn aanspraken op dat voertuig kan laten gelden en op die grond kan opkomen tegen de verbeurdverklaring ervan waardoor het recht van verdediging is geëerbiedigd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Artikel 4, § 6, Drugswet - Voertuig gediend om drugsmisdrijven te plegen - Aanspraak op dat goed door een derde - Derde niet veroordeeld voor het drugsmisdrijf - Tussenkomst of aanwezigheid in de procedure - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Artikel 4, § 6, Drugswet - Voertuig gediend om drugsmisdrijven te plegen - Aanspraak op dat goed door een derde - Derde niet veroordeeld voor het drugsmisdrijf - Tussenkomst of aanwezigheid in de procedure - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Artikel 4, § 6, Drugswet - Voertuig gediend om drugsmisdrijven te plegen - Aanspraak op dat goed door een derde - Derde niet veroordeeld voor het drugsmisdrijf - Tussenkomst of aanwezigheid in de procedure - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... -

Art. 4

, § 6 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2021, nr. 11, p. 1021-

  1. - WAETERINCKX, Patrick; Noot'De rechten van derden te goeder trouw bij de verbeurdverklaring van zaken die hen 'toebehoren'. Wat houdt het toetsingscriterium 'te goeder trouw' in... NC-Nullum Crimen: Tijdschrift voor straf-en strafprocesrecht - 2022, nr. 1, p. 37-
  2. - TERSAGO, Peter; Noot'Een gerichte focus op malafide autoverhuurbedrijven' Tekst van de beslissing Nr. P.20.1171.N TOP CARS bv, met zetel te 2100 Antwerpen (Deurne), Te Couwelaarlei 38, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, met als raadsman mr. Tanja Smit, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 222, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 oktober
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Op 18 februari 2021 heeft advocaat-generaal Dirk Schoeters een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 9 maart 2021 heeft raadsheer Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf: het arrest verklaart de vordering van de eiseres tot teruggave of vrijgave van haar voertuig dat zij aan de veroordeelde I.I. heeft verhuurd ongegrond en bevestigt de verbeurdverklaring van dat voertuig lastens I.I. op grond van artikel 4, § 6, Drugwet omdat hij het heeft gebruikt voor het plegen van het drugmisdrijf; het arrest steunt dat oordeel op de vaststelling dat de eiseres geen derde te goeder trouw is; de eiseres werd echter niet verantwoordelijk gesteld en kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor het plegen van of de deelname aan het misdrijf, zodat zij moet worden beschouwd als een derde te goeder trouw; aldus kan zij niet worden gestraft voor het misdrijf doordat de ervoor opgelegde straf wordt uitgevoerd op haar vermogen.
  5. Op grond van artikel 4, § 6, Drugwet kan de rechter, onverminderd de toepassing van de artikelen 42 en 43 Strafwetboek, de verbeurdverklaring bevelen van voertuigen die hebben gediend om drugmisdrijven te plegen, zelfs indien ze geen eigendom zijn van de veroordeelde.
  6. Die verbeurdverklaring kan bijgevolg een derde treffen die eigenaar is van het voertuig. Die derde kan dan ook zijn aanspraken op dat voertuig voor de rechter doen gelden en op die grond opkomen tegen de verbeurdverklaring ervan.
  7. Het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf en het recht op eigendom verzetten zich ertegen dat een dergelijke verbeurdverklaring wordt opgelegd aan een derde te goeder trouw die niet wist en niet kon weten dat zijn voertuig werd of zou worden gebruikt om het drugmisdrijf te plegen.
  8. Het enkele feit dat de derde niet is veroordeeld voor het drugmisdrijf voor het plegen waarvan zijn voertuig heeft gediend, volstaat bijgevolg niet om de verbeurdverklaring ervan lastens de dader van het misdrijf te beletten. Daarvoor is ook vereist dat de derde te goeder trouw is. Bij het bepalen van die goede trouw kan de rechter rekening houden met het gegeven dat de derde ingevolge een hem verwijtbare gedraging heeft bijgedragen tot de totstandkoming van het drugmisdrijf.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Het staat aan de rechter om op grond van de concrete gegevens van de zaak te oordelen of de derde die opkomt tegen de verbeurdverklaring van het voertuig op grond van artikel 4, § 6, Drugwet, te goeder trouw is.
  11. Het arrest oordeelt dat de eiseres niet kan worden beschouwd als een derde te goeder trouw omdat: - de eiseres als professionele verhuurder van auto's niet onwetend kan zijn van de gangbare praktijk in en rond Antwerpen, waarbij huurvoertuigen worden gebruikt door vaak jonge drugdealers voor het dealen van drugs; - de huurovereenkomst bepaalt dat de huurder minstens 5 jaar houder dient te zijn van een rijbewijs en een minimumleeftijd dient te hebben van 23 jaar; - de eiseres desondanks zonder enig probleem het voertuig heeft verhuurd aan de beklaagde, die op dat ogenblik slechts 18 jaar oud was en die nog maar enkele maanden beschikte over zijn rijbewijs, dit zonder enige bijkomende waarborg; - de huurprijs voor de eerste maand (1.000,00 euro) en de waarborg (250,00 euro) bij de ondertekening van de huurovereenkomst cash werden betaald door deze 18-jarige huurder, hetgeen ongebruikelijk is en bij de verhuurder de nodige vragen moet doen rijzen; - het voertuig onmiddellijk werd meegegeven aan de 18-jarige huurder, terwijl enkel de eerste maand huur betaald werd en de tweede maand huur door de huurder zo snel als mogelijk zou worden betaald, hetgeen eveneens ongebruikelijk is en vragen doet rijzen. Het arrest oordeelt verder dat het feit dat de eiseres in de procedure ten gronde zelf niet werd vervolgd als mededader of medeplichtige geen afbreuk doet aan het vermelde oordeel van de appelrechters aangezien het tot het autonome vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie behoort om te beslissen wie het vervolgt en wie niet. Aldus is de beslissing tot verbeurdverklaring naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede miskenning van het vermoeden van onschuld en het recht van verdediging: het arrest oordeelt dat het verweer van de eiseres dat zij zelf niet is vervolgd voor het drugmisdrijf, geen afbreuk doet aan het oordeel dat zij geen derde te goeder trouw is omdat het openbaar ministerie een autonoom vervolgingsbeleid heeft; het arrest stelt impliciet vast dat de eiseres haar medewerking heeft verleend aan het drugmisdrijf en aldus medeplichtig eraan is, terwijl de eiseres daarvoor niet is vervolgd.
  13. Het feit dat artikel 4, § 6, Drugwet bepaalt dat het voor het drugmisdrijf dienstige voertuig kan worden verbeurdverklaard zonder dat het eigendom hoeft te zijn van de veroordeelde, impliceert dat de eigenaar van dat voertuig niet zelf voor dat misdrijf moet zijn vervolgd opdat die verbeurdverklaring kan worden uitgesproken. Enkel is vereist dat de betrokkene voor de rechter zijn aanspraken op dat voertuig kan laten gelden en op die grond kan opkomen tegen de verbeurdverklaring ervan. Aldus is het recht van verdediging geëerbiedigd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  14. Met de redenen op grond waarvan het arrest het verzet van de eiseres tegen de verbeurdverklaring van het voertuig verwerpt, verklaart het de eiseres niet schuldig aan het drugmisdrijf voor het plegen waarvan haar voertuig is gebruikt en miskent het niet het vermoeden van onschuld van de eiseres, maar motiveert het waarom zij geen derde te goeder trouw is en haar verzet tegen de verbeurdverklaring bijgevolg niet gegrond is. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 44,41 euro waarvan 9,41 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 9 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210309.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210309.2N.9 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220322.2N.13 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.9 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240220.2N.22 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251112.2F.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.