← België

B. contra VLAAMSE GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210312.1N.10 Rolnummer: F.19.0147.N Zaak: B. contra VLAAMSE GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-08-18 Raadplegingen: 623 - laatst gezien 2026-06-16 04:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche De vordering tot voldoening van de superheffing vindt haar oorzaak in de productie of verwerking/export van mest in het betrokken kalenderjaar en ontstaat op 1 januari van het jaar volgend op het productiejaar; het aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn is aldus 1 januari van het jaar volgend op het productiejaar waarop de superheffing betrekking heeft. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: Mestdecreet 1991 - Superheffing - Vordering tot voldoening van de heffing - Verjaringstermijn - Aanvangspunt Wettelijke bepalingen: Decr. 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen - 23-01-1991 - Art. 26 - 38 ELI link Pub nr 1991035274 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0147.N J. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert Il-laan 15, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 juli

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 februari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF (...) Middel
  2. Krachtens artikel 21, § 6, eerste lid, van het Decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen in zijn toepasselijke versie (hierna Mestdecreet 1991) is er een superheffing SH1 en SH2 verschuldigd, waarvan de opbrengst integraal wordt toegekend aan de Mestbank, lastens elke producent: 1° die meer dierlijke mest heeft geproduceerd dan de nutriëntenhalte, bedoeld in artikel 33bis; het bedrag van deze superheffing SH1 wordt door middel van de volgende formule berekend: SH1 = (( (MPBFn) - NHn) x Xspn) + (( (MPFp) - NHp) x Xspp) waarin: - MPBFn = de forfaitaire bruto productie van dierlijke mest uitgedrukt in kg N: zijnde het product van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de overeenkomstige forfaitaire bruto-uitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in kg N, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1; - MPFp = de forfaitaire productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P205, zijnde het product van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- of landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de overeenkomstige forfaitaire uitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in kg P205, zoals vastgesteld in artikel 5, §
  3. Als de producent gebruik maakt van het nutriëntenbalansstelsel van het type mestuitscheidingsbalans, wordt voor de diersoort andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg de waarde 5,33 kg P205 per dier per jaar gebruikt tenzij de reële uitscheidingshoeveelheid hoger is. In dat geval wordt de rëele uitscheidingshoeveelheid gebruikt die verkregen is in de mestuitscheidingsbalans; - NHn = de N-nutriëntenhalte, uitgedrukt in kg N, zoals bepaald in artikel 33bis; - NHp = de P205-nutriëntenhalte, uitgedrukt in kg P205, zoals bepaald in artikel 33bis; - Xspn = de superheffingsvoet voor de N-productie hoger dan de nutriëntenhalte NHn; - Xspp = de superheffingsvoet voor de P205 productie hoger dan de nutriëntenhalte NHp. 2° die niet heeft voldaan aan de mestverwerkingsplicht en/of exportplicht, bedoeld in artikel 9; het bedrag van deze superheffing SH2 wordt door middel van de volgende formule berekend: SH2 = ((VPn GVn) x Xvn) + ((VPp GVp) x Xvp) waarin: - VPn = de verwerkingsplicht van dierlijke mest uitgedrukt in Kg N, zoals gedefinieerd in artikel 9; - VPp = de verwerkingsplicht van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P205, zoals bepaald in artikel 9; - GVn = de conformde aangifte gerealiseerde verwerkingsplicht van dierlijke mest, uitgedrukt in kg N; - GVp = de conform de aangifte gerealiseerde verwerkingsplicht van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P205; - Xvn = de superheffingsvoet voor de niet-gerealiseerde mestverwerkingsplicht van dierlijke mest, uitgedrukt in N; - Xvp = de superheffingsvoet voor de niet-gerealiseerde mestverwerkingsplicht van dierlijke mest, uitgedrukt in P
  4. Krachtens het tweede lid van die wetsbepaling worden de heffingsvoeten bedoeld in het eerste lid als volgt vastgesteld: - Xspn = 0,99 EUR/kg N; - Xspp = 0,99 EUR/kg P205; - Xvn = - 0,24 EUR/kg N voor het productiejaar 2000; - 0,49 EUR/kg N voor de productiejaren 2001 en 2002; - 0,99 EUR/kg N vanaf het productiejaar 2003; - Xvp = - 0,24 EUR/ kg P205 voor het productiejaar 2000; - 0,49 EUR/kg P205 voor de productiejaren 2001 en 2002; - 0,99 EUR/kg P205 vanaf het productiejaar
  5. Krachtens artikel 22, § 2, Mestdecreet 1991 is de heffingsplichtige verplicht de verschuldigde heffing te betalen binnen een termijn van zestig kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Krachtens artikel 26 Mestdecreet 1991 verjaart de vordering tot voldoening van de heffingen, van de intresten en van de administratieve geldboete door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan; de verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende Oud Burgerlijk Wetboek. Krachtens artikel 28, § 1, eerste lid, Mestdecreet 1991 wordt bij gebrek aan voldoening van de heffing, intresten, administratieve geldboete en toebehoren, door de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd. Krachtens het tweede lid van die wetsbepaling wordt dit dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar. Uit het geheel van die bepalingen volgt dat de in artikel 21, § 6, Mestdecreet 1991 bedoelde vordering haar oorzaak vindt in de productie of verwerking/export van mest in het betrokken kalenderjaar en dat de vordering tot voldoening van de superheffing bijgevolg ontstaat op 1 januari van het jaar volgend op het productiejaar. Het aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn is aldus 1 januari van het jaar volgend op het productiejaar waarop de superheffing betrekking heeft.
  6. De appelrechter oordeelt dat: - de vordering ontstaat nadat bij gebrek aan vrijwillige betaling van de superheffing een geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel wordt uitgevaardigd; - de vordering gesteld is op het ogenblik van de betekening van het dwangbevel dat geldt als aanvangspunt van de verjaring; - de verjaring bijgevolg niet is ingetreden.
  7. De appelrechter schendt aldus de artikelen 21, § 6, 26 en 28 Mestdecreet
  8. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210312.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.