← België

BELGIAN FRUIT FORWARDING COMPANY c. BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210312.1N.7 Rolnummer: F.18.0060.N Zaak: BELGIAN FRUIT FORWARDING COMPANY c. BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-08-18 Raadplegingen: 1071 - laatst gezien 2026-06-18 20:16 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210312.1N.7 Fiche Op grond van artikel 55, § 4, tweede lid, Btw-wetboek is de aansprakelijke vertegenwoordiger met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het Btw-wetboek; deze hoofdelijke gehoudenheid beoogt, ook in zoverre zij de aan de btw-plichtige opgelegde administratieve boete betreft, niet de bestraffing van de aansprakelijke vertegenwoordiger en is bijgevolg geen straf in de zin van artikel 6 EVRM

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Niet in België gevestigde belastingplichtige - Aansprakelijke vertegenwoordiger - Hoofdelijke gehoudenheid voor opgelegde administratieve boete - Aard Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 55 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Nr. F.18.0060.N BELGIAN FRUIT FORWARDING COMPANY nv, met zetel te 2030 Antwerpen, Rostockweg 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0418.777.011, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur van de Stafdienst Logistiek, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan, 33 bus 971, North Galaxy, Toren B, 2de verdieping, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 16 januari 2018 (rolnummer 2012/AR/2795). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 februari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede middel
  1. Op grond van artikel 55, § 2, Btw-wetboek kan de niet in België gevestigde belastingplichtige die gevestigd is in een andere lidstaat van de Gemeenschap, door of vanwege de minister van Financiën, een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen, wanneer die belastingplichtige hier te lande handelingen verricht die, indien zij door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werden verricht, de erkenning van een in België gevestigde vertegenwoordiger zouden vereisen. Op grond van artikel 55, § 4, tweede lid, Btw-wetboek is die vertegenwoordiger met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het Btw-wetboek. Het stelsel van de aansprakelijke vertegenwoordiger beoogt de deugdelijkheid van de aangiften in het btw-systeem en de betrouwbaarheid ervan te verhogen door een bijzondere aansprakelijkheid op te leggen aan de hoofdelijk aansprakelijke vertegenwoordiger, die een professioneel is, en waarbij de aansprakelijke vertegenwoordiger, als lasthebber van de btw-belastingplichtige, desgevallend beschikt over een verhaalsrecht tegen deze laatste. De bedoelde hoofdelijke gehoudenheid beoogt aldus, ook in zoverre zij de aan de btw-plichtige opgelegde administratieve boete betreft, niet de bestraffing van de aansprakelijke vertegenwoordiger en is bijgevolg geen straf in de zin van artikel 6 EVRM. Het middel dat uitgaat van het tegendeel, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht.
  2. De prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof en aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, die uitgaan van deze onjuiste rechtsopvatting, dienen niet te worden gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 450,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210312.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210312.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.