← België

S. contra VLAAMS GEWEST’

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021

Art. 130

- 36 Link Justel databank 19391130-36 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag - Registratierecht - Artikel 130 Wetboek Registratierechten - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek der registratie-, hypotheek-

Art. 130

- 36 Link Justel databank 19391130-36 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Grondwettelijk Hof - Aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag - Registratierecht - Artikel 130 Wetboek Registratierechten - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek der registratie-, hypotheek-

Art. 130

- 36 Link Justel databank 19391130-36 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Vrije woorden: Registratierecht - Artikel 130 Wetboek Registratierechten - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek der registratie-, hypotheek-

Art. 130

- 36 Link Justel databank 19391130-36 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Vrije woorden: Registratierecht - Artikel 130 Wetboek Registratierechten - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek der registratie-, hypotheek-

Art. 130

- 36 Link Justel databank 19391130-36 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Vrije woorden: Registratierecht - Artikel 130 Wetboek Registratierechten - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek der registratie-, hypotheek-

Art. 130

- 36 Link Justel databank 19391130-36 Annotaties Publicaties: Rec.gén.enr.not.-Recueil général de l'enregistrement et du notariat (ook als RGEN) - 2021, n° 7, p. 363-

  1. - DAS, Jennifer; Note'L'interprétation administrative de l'article 130 du C.enreg.: bientôt constitutionnelle?' BJS-Bulletin juridique social - 2021, n° 681, p.
  2. - MARNETTE, Ludovic; Note'L'acquisition par un associé d'un immeuble appartenant à la société soumise au droit de vente? La Cour de cassation saisit la Cour constitutionnelle' Tekst van de beslissing Nr. F.19.0026.N J. S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Daniel Garabedian, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Goedheidsstraat 5, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, met kabinet te 1000 Brussel, Kreupelenstraat 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 juni
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 februari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN Uit het arrest blijken de volgende feiten: - op 23 oktober 2003 verwierven de eiser en de Carimat Group nv (hierna: de vennootschap) samen en in onverdeeldheid de volle eigendom van een onroerend goed gelegen te D. voor de prijs van 632.128,49 euro; - de vennootschap eigenaar werd voor 95 pct. en de eiser voor 5 pct.; - de aankoop onderworpen werd aan het evenredig registratierecht van 10 pct.; - op 25 november 2014 de vennootschap de totaliteit van haar rechten in de onverdeeldheid (95 pct.) heeft afgestaan aan de eiser voor de prijs van 950.000 euro zodat er een einde kwam aan de onverdeeldheid; - op deze transactie het evenredig registratierecht van 2,5 pct. werd toegepast voor verdelingen overeenkomstig artikel 109, 2°, Wetboek Registratierechten; - de ontvanger in een latere beslissing van oordeel was dat de transactie diende te worden onderworpen aan het evenredig recht van 10 pct. bedoeld in artikel 130 Wetboek Registratierecht; - de eiser de terugbetaling vorderde voor de bijkomend gevorderde registratierechten; - de eerste rechter deze vordering gegrond verklaarde met het oordeel dat artikel 109, 2°, Wetboek Registratierechten van toepassing is; - de verweerder tegen dit vonnis hoger beroep aantekende en de appelrechter dit hoger beroep gegrond verklaarde. IV. BESLISSING VAN HET HOF Eerste onderdeel Tweede subonderdeel
  4. Krachtens artikel 109, 2°, Wetboek Registratierechten wordt het recht op 2,5 pct. vastgesteld voor de afstanden onder bezwarende titel, onder mede-eigenaars, van onverdeelde delen in onroerende goederen.
  5. Krachtens artikel 130 Wetboek Registratierechten geeft het verkrijgen anderszins dan bij inbreng in vennootschap door één of meer vennoten van in België gelegen onroerende goederen, voortkomende van een vennootschap op aandelen, een samenwerkende vennootschap, welke ook de wijze zij waarop het geschiedt, aanleiding tot het heffen van het voor verkopingen gesteld recht.
  6. Volgens de appelrechter blijkt uit de tekst van artikel 130 Wetboek Registratierechten dat deze bepaling van toepassing is op iedere verkrijging door een vennoot op in België gelegen onroerende goederen voortkomende van een kapitaalvennootschap, welke ook de wijze is waarop zij is geschied. Aldus is, nog steeds volgens de appelrechter, artikel 130 Wetboek Registratierechten als lex specialis ook van toepassing op de verwerving door een vennoot in zijn hoedanigheid van mede-eigenaar van een onroerend goed van de onverdeelde rechten in het goed voortkomende van de kapitaalvennootschap waarvan hij vennoot is.
  7. Het subonderdeel voert aan dat deze uitleg van artikel 130 Wetboek Registratierechten strijdig is met de artikelen 10, 11 en 172 Grondwet, op zichzelf beschouwd of in samenhang gelezen met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM en artikel 14 EVRM, aangezien hierdoor een niet redelijk verschil in behandeling ontstaat tussen enerzijds, de verwerving door de mede-eigenaar van onverdeelde rechten in een onroerend goed van een mede-eigenaar die een vennootschap is, waarvan hij aandeelhouder of vennoot is en die onderworpen is aan het evenredig recht van 10 pct., en anderzijds de verwerving door de mede-eigenaar van onverdeelde rechten in een onroerend goed van een mede-eigenaar die een vennootschap is waarvan hij geen aandeelhouder of vennoot is en die onderworpen is aan het verdeelrecht van 2,5 pct. bedoeld in artikel 109, 2°, Wetboek Registratierechten.
  8. Het Grondwettelijk Hof doet overeenkomstig artikel 26, § 3, 1°, van de Bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bij wege van arrest uitspraak over de vragen omtrent de schending door een wet van de artikelen 10, 11 en 172 Grondwet.
  9. Krachtens artikel 26, § 2, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, dient het Hof de in het dictum van dit arrest weergegeven prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  10. Het eerste subonderdeel voert in wezen aan dat artikel 130 Wetboek Registratierechten in ieder geval niet van toepassing is indien, zoals te dezen, de aankoop die aanleiding gaf tot de onverdeeldheid tussen de vennoot en zijn vennootschap onderworpen was aan het evenredig registratierecht van 10 pct.. Volgens de eiser heeft artikel 130 Wetboek Registratierechten tot doel belastingontduiking tegen te gaan en met name te verhinderen dat een overdracht van een onroerend goed, via een constructie opgezet rond een vennootschap, zou plaatsvinden zonder betaling van het evenredig registratierecht van 10 pct., bijvoorbeeld wanneer de overdrager het goed inbrengt in een vennootschap, vervolgens de aandelen van deze vennootschap overdraagt aan de verkrijger en deze laatste tenslotte overgaat tot ontbinding van de vennootschap. Wanneer bij de oorspronkelijke aankoop door de vennootschap en de vennoot het evenredig registratierecht van 10 pct. werd geheven, is er, zo betoogt de eiser, geen ontduikingsopzet voorhanden en strookt de toepassing van artikel 130 Wetboek Registratierechten niet met de doelstelling van deze bepaling. Door deze bepaling toch in de voorliggende situatie toch toe te passen, zou de appelrechter zijn beslissing niet naar recht verantwoord hebben.
  11. In het licht van deze kritiek komt het passend voor om aan het Grondwettelijk Hof ook de vraag voor te leggen of artikel 130 Wetboek Registratierechten het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, op zichzelf beschouwd of in samenhang met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM en met artikel 14 EVRM schendt doordat het, in de interpretatie dat deze bepaling de belastingadministratie toelaat het evenredig registratierecht van 10 pct. te heffen op de afstand van onverdeelde rechten tussen mede-eigenaars waarbij de verkrijger aandeelhouder of vennoot is van de vennootschap/overdrager ook al werd bij de oorspronkelijke gezamenlijke verkrijging het evenredig registratierecht van 10 pct. geheven, aanleiding geeft tot een gelijke behandeling van personen die zich in wezenlijk verschillende situaties bevinden, te weten enerzijds de vennoot/aandeelhouder die zich in de voormelde situatie bevindt en anderzijds de vennoot/aandeelhouder, die door tussenplaatsing van een vennootschap, een onroerend goed verwerft zonder dat op enig ogenblik het evenredig registratierecht van 10 pct. zou kunnen worden geheven. Dictum Het Hof, Houdt iedere nadere beslissing aan tot het Grondwettelijk Hof zal hebben geantwoord op de volgende prejudiciële vragen: “Schendt artikel 130 Wetboek Registratierechten het door de gecoördineerde Grondwet in de artikelen 10, 11 en 172 gewaarborgde gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 Eerste Aanvullende Protocol EVRM en artikel 14 EVRM, wanneer het aldus wordt uitgelegd dat wanneer een mede-eigenaar onverdeelde rechten in een onroerend goed verwerft van een mede-eigenaar die een vennootschap is, waarvan eerstgenoemde mede-eigenaar een aandeelhouder of vennoot is, die verwerving aan het evenredig kooprecht onderworpen is, terwijl de mede-eigenaar die onverdeelde rechten in een onroerend goed verkrijgt van een mede-eigenaar die een vennootschap is waarvan hij geen aandeelhouder of vennoot is, onderworpen is aan het verdeelrecht van artikel 109, 2°, Wetboek Registratierechten?” “Schendt artikel 130 Wetboek Registratierechten het door de gecoördineerde Grondwet in de artikelen 10, 11 en 172 gewaarborgde gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 Eerste Aanvullende Protocol EVRM en artikel 14 EVRM, doordat het, in de interpretatie dat deze bepaling de belastingadministratie toelaat het evenredig registratierecht van 10 pct. te heffen op de afstand van onverdeelde rechten tussen mede-eigenaars waarbij de verkrijger aandeelhouder of vennoot is van de vennootschap-overdrager ook al werd bij de oorspronkelijke gezamenlijke verkrijging het evenredig registratierecht van 10 pct. geheven, aanleiding geeft tot een gelijke behandeling van personen die zich in wezenlijk verschillende situaties bevinden, te weten enerzijds de vennoot/aandeelhouder die zich in de voormelde situatie bevindt en anderzijds de vennoot/aandeelhouder, die door tussenplaatsing van een vennootschap, een onroerend goed verwerft zonder dat op enig ogenblik het evenredig registratierecht van 10 pct. zou kunnen worden geheven?” Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210312.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230106.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.