← België

D.

Obsah (8)Art. 619Art. 621Art. 622Art. 623Art. 624Art. 625Art. 626Art. 627

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021

Art. 619

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 621

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 622

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De kamer van inbeschuldigingstelling kan een verzoek tot herstel in eer en rechten dat aan de vormvoorwaarden voldoet enkel afwijzen indien het vaststelt dat niet is voldaan aan één of meerdere van de in de artikelen 621 tot en met 627 Wetboek van Strafvordering opgenomen voorwaarden; noch de aard of de zwaarwichtigheid van de misdrijven waarvoor een verzoeker werd veroordeeld, noch het aantal veroordelingen dat hij heeft opgelopen, noch het eventueel verstekkarakter van die veroordelingen noch de omstandigheid dat de bijkomende straf van het levenslang rijverbod uitwerking blijft hebben, leveren elk als dusdanig en zelfs in hun onderlinge verband beschouwd een wettige grond op om het verzoek tot herstel in eer en rechten af te wijzen, ook al kunnen die omstandigheden een impact hebben op de beoordeling of de verzoeker tijdens de proeftijd blijk heeft gegeven van verbetering en van goed gedrag in de zin van artikel 624 Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)Zie M. DE SWAEF, “Cassatierechtspraak over herstel in eer en rechten”, NC 2013/3,252-253 (onder Cass. 28 november 2012, AR P.12.1122.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121128.4, AC 2012, nr. 644). Thesaurus CAS: HERSTEL IN EER EN RECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Afwijzing - Voorwaarden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 621

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 622

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 623

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 624

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 625

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 626

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 627- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.20.1328.N R. E. H. D., verzoeker tot herstel in eer en rechten, eiser, met als raadsman mr. Lode Robben, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3540 Herk-de-Stad, Hasseltsesteenweg 15, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het arrest verklaart eisers verzoek ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 624 Wetboek van Strafvordering: de weigering om herstel in eer en rechten toe te kennen is gebaseerd op elementen uit de aan de proefperiode voorafgaande jaren, terwijl de proefperiode de relevante periode is om te oordelen of de eiser blijk heeft gegeven van verbetering en goed gedrag.
  4. Uit de artikelen 619, 621, eerste lid, en 622 Wetboek van Strafvordering volgt dat een levenslang rijverbod een straf is die niet in aanmerking komt voor uitwissing en dus het voorwerp kan uitmaken van herstel in eer en rechten op voorwaarde dat, behoudens in hier niet toepasselijke uitzonderingen, de veroordeelde de vrijheidsstraffen heeft ondergaan en de geldstraffen heeft gekweten.
  5. De kamer van inbeschuldigingstelling kan een verzoek tot herstel in eer en rechten dat aan de vormvoorwaarden voldoet enkel afwijzen indien het vaststelt dat niet is voldaan aan één of meerdere van de in de artikelen 621 tot en met 627 Wetboek van Strafvordering opgenomen voorwaarden.
  6. Noch de aard of de zwaarwichtigheid van de misdrijven waarvoor een verzoeker werd veroordeeld, noch het aantal veroordelingen dat hij heeft opgelopen, noch het eventueel verstekkarakter van die veroordelingen noch de omstandigheid dat de bijkomende straf van het levenslang rijverbod uitwerking blijft hebben, leveren elk als dusdanig en zelfs in hun onderlinge verband beschouwd een wettige grond op om het verzoek tot herstel in eer en rechten af te wijzen, ook al kunnen die omstandigheden een impact hebben op de beoordeling of de verzoeker tijdens de proeftijd blijk heeft gegeven van verbetering en van goed gedrag in de zin van artikel 624 Wetboek van Strafvordering.
  7. Het arrest dat met de onder randnummer 2.5 vermelde redenen in wezen oordeelt dat de eiser geen herstel in eer en rechten krijgt omdat hij in de aan de proeftijd voorafgaande periode meermaals werd veroordeeld tot een levenslang rijverbod, dat nog steeds uitwerking heeft, grondt de afwijzing van het verzoek op een niet bij de wet bepaalde voorwaarde en verantwoordt die beslissing aldus niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel Eerste onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest laat na concrete elementen op te geven voor het oordeel dat de eiser geen blijk heeft gegeven van verbetering en goed gedrag en belet aldus ook het Hof zijn wettigheidtoezicht uit te oefenen.
  9. Artikel 149 Grondwet verplicht de kamer van inbeschuldigingstelling die een verzoek tot herstel in eer en rechten afwijst omdat de eiser geen blijk heeft gegeven van verbetering en goed gedrag, de concrete elementen te vermelden waarop dit oordeel is gesteund.
  10. Met de redenen dat noch de toelichting van de eiser noch die van zijn raadsman noch de argumentatie in het verzoekschrift de kamer van inbeschuldigingstelling hebben overtuigd dat er bij de eiser sprake is van een fundamentele mentaliteitsverandering waaruit daadwerkelijk een verbetering als bedoeld in artikel 624 Wetboek van Strafvordering kan worden afgeleid, stelt het arrest weliswaar vast dat aan die voorwaarde niet is voldaan, maar laat het na melding te maken van de concrete elementen waarop dit oordeel is gesteund en belet het aldus het Hof zijn wettigheidtoezicht uit te oefenen. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  11. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het eisers verzoek tot herstel in eer en rechten ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. Bepaalt de kosten op 133,38 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121128.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.