← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.24 Rolnummer: P.21.0358.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-03-19 Raadplegingen: 419 - laatst gezien 2026-06-14 15:23 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De beoordeling van het recidivegevaar vereist niet noodzakelijk de voeging van een uittreksel uit het strafregister en het onderzoeksgerecht kan een dergelijk gevaar, ook al is het gegrond op eerdere veroordelingen wegens soortgelijke misdrijven, afleiden uit andere gegevens. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Beoordeling van het recidivegevaar - Stukken van het strafdossier - Uittreksel uit het strafregister - Draagwijdte - Gevolg Fiches 2 - 3 Een in eerste aanleg begane onregelmatigheid bij de beoordeling van het recidivegevaar kan worden rechtgezet doordat bij de behandeling in hoger beroep aan die onregelmatigheid is verholpen; de kamer van inbeschuldigingstelling is in voorkomend geval niet verplicht vast te stellen dat de raadkamer de voorlopige hechtenis niet had mogen handhaven en de onmiddellijke invrijheidstelling van de betrokkene te bevelen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Beoordeling van het recidivegevaar - Onregelmatigheid bij de beoordeling in eerste aanleg - Rechtzetting bij de behandeling in hoger beroep - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Beoordeling van het recidivegevaar - Onregelmatigheid bij de beoordeling in eerste aanleg - Rechtzetting bij de behandeling in hoger beroep - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.0358.N I en II A. R. H. P., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 maart

  1. De eiser doet afstand van het cassatieberoep I. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM en artikel 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest beantwoordt niet eisers in zijn appelconclusie gevoerde verweer over de schending van deze verdragsbepaling en meer bepaald de aanvoering dat het onderzoeksgerecht zou moeten aangeven waarom de opheffing van het bevel tot aanhouding maatschappelijke onrust zou veroorzaken.
  3. Met het geheel van redenen die het arrest bevat onder de randnummers 3.2 tot en met 3.5, stelt het vast dat de wettelijke voorwaarden voor de handhaving van eisers voorlopige hechtenis zijn verenigd en beantwoordt en verwerpt het het door het middel bedoelde verweer, zonder dat het specifiek moet aangeven waarom de opheffing van het aanhoudingsbevel maatschappelijke onrust zou veroorzaken. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM: het arrest handhaaft ten onrechte eisers voorlopige hechtenis; het had moeten vaststellen dat de raadkamer de handhavingsbeslissing heeft genomen zonder dat aan het strafdossier een uittreksel uit het strafregister was gevoegd en dit uittreksel slechts werd gevoegd nadat de eiser dit in besluiten had opgemerkt, zodat het appelgerecht had moeten vaststellen dat de hechtenis onregelmatig was.
  5. De beoordeling van het recidivegevaar vereist niet noodzakelijk de voeging van een uittreksel uit het strafregister. Het onderzoeksgerecht kan een dergelijk gevaar, ook al is het gegrond op eerdere veroordelingen wegens soortgelijke misdrijven, afleiden uit andere gegevens. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Een in eerste aanleg begane onregelmatigheid bij de beoordeling van het recidivegevaar kan worden rechtgezet doordat bij de behandeling in hoger beroep aan die onregelmatigheid is verholpen. De kamer van inbeschuldigingstelling is in voorkomend geval niet verplicht vast te stellen dat de raadkamer de voorlopige hechtenis niet had mogen handhaven en de onmiddellijke invrijheidstelling van de betrokkene te bevelen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het arrest (p. 2, randnummer 3.4) stelt vast dat een ECRIS-uittreksel en een uittreksel uit het strafregister inmiddels op regelmatige wijze aan het strafdossier zijn gevoegd en het leidt uit deze documenten af dat er nog steeds recidivegevaar is. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep I Verwerpt het cassatieberoep II. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 144,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.