id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.3 Rolnummer: P.20.1170.N Zaak: A. contra Y. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-03-19 Raadplegingen: 1077 - laatst gezien 2026-06-19 03:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De artikelen 962 tot 991undecies Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op een door de onderzoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek, ook al kan de onderzoeksrechter in het belang van het onderzoek en rekening houdend met de aard van het deskundigenonderzoek en in het licht van de stand en het al dan niet hoogdringend karakter van de rechtspleging, bepalen dat het deskundigenonderzoek contradictoir zal verlopen door aan de partijen de gelegenheid te geven te reageren op het voorverslag van de deskundige en de deskundige op te dragen die opmerkingen te beantwoorden
(1).
(1)Cass. 12 april 2000, AR P.00.0136.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000412.16, AC 2000, nr. 249. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Strafzaken - Strafvordering - Gerechtelijk onderzoek - Deskundige aangesteld door de onderzoeksrechter - Toepassing van het Gerechtelijk Wetboek - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 962 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 963 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 964 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 965 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 966 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 967 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 968 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 969 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 970 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 971 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 972 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 972bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 973 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 974 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 975 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 976 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 977 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 978 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 979 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 980 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 981 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 982 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 983 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 984 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 985 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 986 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 987 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 988 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 989 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 990 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991quinquies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991sexies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991septies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991novies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 991undecies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 Uit de enkele omstandigheid dat een door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige zijn verslag heeft opgesteld op basis van de gegevens die hem op dat ogenblik bekend waren en dus zonder het standpunt te kennen van een beklaagde die pas later werd verhoord of van een door een beklaagde geraadpleegde technisch raadgever of uit de enkele omstandigheid dat aan een door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige niet is gevraagd of hij in het licht van die achteraf opgedoken gegevens bij zijn bevindingen blijft dan wel of die tot aanpassing verplichten, volgt niet dat het recht op een eerlijk proces van die beklaagde is miskend; het recht op een eerlijk proces van een beklaagde is afdoende gewaarborgd door de mogelijkheid die de beklaagde heeft om voor de rechter de bevindingen van de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige te bekritiseren en aan te geven waarom een aanvullend deskundigenonderzoek of het horen van de deskundige op de rechtszitting noodzakelijk is, zonder evenwel dat de rechter op een dergelijk verzoek steeds moet ingaan aangezien het aan de rechter staat onaantastbaar te oordelen of rekening houdend met het proces in zijn geheel en in het licht van de concrete elementen van de zaak het voor de waarheidsvinding of ter vrijwaring van het recht van verdediging van de beklaagde noodzakelijk is een aanvullend deskundigenonderzoek te bevelen of de deskundige te horen op de rechtszitting
(1).
(1)Cass. 12 april 2000, AR P.00.0136.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000412.16, AC 2000, nr. 249, RW 2001-2002, 306 met noot van B. DE SMET, “De samenwerking tussen de deskundige en de partijen in strafzaken”; P. TRAEST en P. VAN CAENEGEM, “De tegensprekelijkheid van het deskundigenonderzoek in strafzaken: een status questionis ten behoeve van de praktijk”, T. Strafr.2000, 45-53; zie Arbitragehof nr. 24/97, 30 april 1997, BS 19 juni 1997, JLMB 1997, 788, noot A. MASSET, JT 1997, 494, RDP 1997,
- Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Deskundige aangesteld door de onderzoeksrechter - Recht op een eerlijk proces - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Gerechtelijk onderzoek - Deskundige aangesteld door de onderzoeksrechter - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.1170.N M. A., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Johan Michielsen, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
- F. Y., burgerlijke partij,
- M. Y., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest veroordeelt de eiser telkens tot betaling van een voorschot aan de verweerders, het beveelt een deskundigenonderzoek, het houdt de beslissing over de definitieve schadevergoeding, de interesten en de kosten aan en het verzendt de zaak naar de eerste rechter voor verdere afhandeling van de burgerlijke belangen. Dit is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing als bedoeld door een van de uitzonderingsgevallen bedoeld door het tweede lid van deze bepaling. In zoverre ook gericht tegen deze beslissingen, is het cassatieberoep voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerders, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing over het beginsel van aansprakelijkheid, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 976 Gerechtelijk Wetboek: het arrest antwoordt niet op het verweer van de eiser in zijn appelconclusie dat de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige geen kennis heeft kunnen nemen van de verklaringen van de eiser; de eiser had onvoldoende waarborgen om de verslagen van de deskundige tegen te spreken; het verslag van de deskundige werd neergelegd op een tijdstip dat de eiser en zijn broer alsook een andere rechtstreeks betrokkene nog niet waren verhoord, zodat de deskundige slechts beschikte over een zeer onvolledige versie van het strafdossier, waarbij moet worden onderlijnd dat de versies van de verweerders en de eiser en zijn broer over het verloop van het gevecht haaks op elkaar staan; de deskundige heeft de eiser en zijn broer niet uitgenodigd om opmerkingen te formuleren bij zijn voorverslag; het verslag van de door de eiser geraadpleegde technisch raadgever werd niet aan de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige voorgelegd; de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige werd evenmin gehoord als getuige.
- De artikelen 962 tot 991undecies Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op een door de onderzoeksrechter bevolen deskundigenonderzoek, ook al kan de onderzoeksrechter in het belang van het onderzoek en rekening houdend met de aard van het deskundigenonderzoek en in het licht van de stand en het al dan niet hoogdringend karakter van de rechtspleging, bepalen dat het deskundigenonderzoek tegensprekelijk zal verlopen door aan de partijen de gelegenheid te geven te reageren op het voorverslag van de deskundige en de deskundige op te dragen die opmerkingen te beantwoorden.
- Uit de enkele omstandigheid dat een door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige zijn verslag heeft opgesteld op basis van de gegevens die hem op dat ogenblik bekend waren en dus zonder het standpunt te kennen van een beklaagde die pas later werd verhoord of van een door een beklaagde geraadpleegde technisch raadgever, volgt niet dat het recht op een eerlijk proces van die beklaagde is miskend.
- Ook de enkele omstandigheid dat aan een door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige niet is gevraagd of hij in het licht van die achteraf opgedoken gegevens bij zijn bevindingen blijft dan wel of die tot aanpassing verplichten, impliceert geen dergelijke miskenning.
- Het recht op een eerlijk proces van een beklaagde is afdoende gewaarborgd door de mogelijkheid die de beklaagde heeft om voor de rechter de bevindingen van de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige te bekritiseren en aan te geven waarom een aanvullend deskundigenonderzoek of het horen van de deskundige op de rechtszitting noodzakelijk is.
- Het recht op een eerlijk proces van een beklaagde houdt niet in dat de rechter op een dergelijk verzoek steeds moet ingaan. Het staat aan de rechter onaantastbaar te oordelen of rekening houdend met het proces in zijn geheel en in het licht van de concrete elementen van de zaak het voor de waarheidsvinding of ter vrijwaring van het recht van verdediging van de beklaagde noodzakelijk is een aanvullend deskundigenonderzoek te bevelen of de deskundige te horen op de rechtszitting.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 13 en p. 16) oordeelt als volgt: - het hof van beroep volgt niet de visie van de eiser dat het verslag van de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige volstrekt ontoereikend is om de ware toedracht van de feiten te achterhalen; - het hof van beroep acht zich voldoende geïnformeerd over de feiten op basis van dat verslag; - de verschillende gegevens die de technisch raadgever van de eiser opsomt, met name de beschrijving van de steek- en snijwonde, de documentatie van de diepte van de snijwonde en de beschrijving van de snijzijde van het daadinstrument, zijn niet meer te achterhalen of dragen niet extra bij tot de waarheidsvinding; - het is voor de waarheidsvinding niet noodzakelijk om de medische dossiers van de verweerders in beslag te laten nemen en verder te laten onderzoeken; - het is voor de waarheidsvinding evenmin noodzakelijk om de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige te vragen om zijn verslag te herwerken in het licht van de verklaringen van de eiser en zijn broer gedurende het strafonderzoek; - aangezien de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige zijn opdracht heeft uitgevoerd tijdens het gerechtelijk onderzoek was het ook niet noodzakelijk dat de eiser werd uitgenodigd om opmerkingen te formuleren met betrekking tot dit verslag; - de eiser toont niet aan dat het horen van de deskundige noodzakelijk is voor de waarheidsvinding en het hof van beroep acht zich op basis van zijn schriftelijk verslag voldoende ingelicht; - de eiser was ter rechtszitting in de mogelijkheid in persoon, via zijn advocaat en met bijstand van zijn technisch raadgever het deskundigenverslag tegen te spreken en heeft dit ook gedaan. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat in het licht van de concrete elementen van de zaak eisers recht op een eerlijk proces niet vereist dat de door de onderzoeksrechter aangestelde deskundige diende te worden gehoord als getuige of dat hem een aanvullende deskundigenopdracht diende te worden toevertrouwd en met die redenen beantwoordt het arrest het door het middel bedoelde verweer. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231128.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000412.16 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div