← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.4 Rolnummer: P.20.1272.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-03-19 Raadplegingen: 701 - laatst gezien 2026-06-18 03:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 In zoverre artikel 780, eerste lid, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis, op straffe van nietigheid, de naam moet vermelden van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies heeft gegeven, is deze bepaling niet van toepassing in strafzaken; in strafzaken kan de naam van de magistraat die het ambt van openbaar ministerie heeft uitgeoefend blijken uit het vonnis zelf of het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de zaak werd behandeld of het vonnis is uitgesproken en indien een vonnis vermeldt dat het is uitgesproken in aanwezigheid van een magistraat van het openbaar ministerie, volgt daaruit dat de uitspraak is gebeurd in aanwezigheid van de magistraat van het openbaar ministerie die is vermeld in het proces-verbaal van de rechtszitting waarop het vonnis is uitgesproken, ook al verwijst dit vonnis niet uitdrukkelijk naar dit proces-verbaal aangezien dit laatste tot doel heeft op authentieke wijze een dergelijke vaststelling te doen. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Vermelding - Naam van de magistraat van het openbaar ministerie - Artikel 780, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek - Toepasselijkheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 780, eerste lid, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 De misdrijven van de door artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet strafbaar gestelde weigering zich te onderwerpen aan een ademtest of ademanalyse of zonder wettige reden een bloedproef te laten nemen, zijn voltrokken door de weigering gevolg te geven aan een verzoek zich aan een dergelijke test of analyse te onderwerpen of een bloedproef te laten nemen; niet is vereist dat de personen die bevoegd zijn tot het opleggen van een dergelijke test of analyse of het laten afnemen van een dergelijke proef de betrokkene het bevel geven zich daaraan te onderwerpen en de weigering staat vast indien de persoon aan wie een dergelijke test, analyse of proef kan worden opgelegd, negatief antwoordt op de vraag of hij die test of analyse of bloedproef wil ondergaan; een dergelijke strafbaarstelling is niet strijdig met het door artikel 10 EVRM gewaarborgde recht van vrijheid van meningsuiting. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 34 Vrije woorden: Artikel 34, § 2, 3° - Weigering zich te onderwerpen aan een ademtest, ademanalyse of bloedproef - Strafbaarstelling - Bestanddelen - Vrijheid van meningsuiting - Artikel 10 EVRM - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 34, § 2, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 10 Vrije woorden: Vrijheid van meningsuiting - Wegverkeer - Artikel 34, § 2, 3° - Weigering zich te onderwerpen aan een ademtest, ademanalyse of bloedproef - Strafbaarstelling - Bestanddelen - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 10 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 34, § 2, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1272.N P. E., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2800 Mechelen, Edgard Tinellaan 6c, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 13 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de op de rechtszitting neergelegde stukken
  2. De stukken neergelegd buiten de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn zijn niet ontvankelijk. Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 780 Gerechtelijk Wetboek, het bestreden vonnis vermeldt niet de naam van de magistraat van het openbaar ministerie die het advies heeft gegeven, noch verwijst het naar het zittingsblad waar de naam van die magistraat is vermeld.
  4. In zoverre artikel 780, eerste lid, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis, op straffe van nietigheid, de naam moet vermelden van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies heeft gegeven, is deze bepaling niet van toepassing in strafzaken.
  5. In strafzaken kan de naam van de magistraat die het ambt van openbaar ministerie heeft uitgeoefend blijken uit het vonnis zelf of het proces-verbaal van de rechtszitting waarop de zaak werd behandeld of het vonnis is uitgesproken.
  6. Indien een vonnis vermeldt dat het is uitgesproken in aanwezigheid van een magistraat van het openbaar ministerie, volgt daaruit dat de uitspraak is gebeurd in aanwezigheid van de magistraat van het openbaar ministerie die is vermeld in het proces-verbaal van de rechtszitting waarop het vonnis is uitgesproken, ook al verwijst dit vonnis niet uitdrukkelijk naar dit proces-verbaal. Dit proces-verbaal heeft immers tot doel op authentieke wijze een dergelijke vaststelling te doen.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Het proces-verbaal van de openbare rechtszitting van 13 november 2020 vermeldt dat het vonnis werd uitgesproken in aanwezigheid van substituut-procureur des Konings Ph. Van Ingelgem. Daaruit volgt dat vaststaat welke magistraat van het openbaar ministerie aanwezig was bij de uitspraak. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 10 EVRM en artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet: met het antwoord op de vraag van de politie om een ademtest, ademanalyse of bloedproef af te leggen heeft de eiser slechts een mening geuit, zonder dat dit als een weigering kan worden aangenomen.
  10. De misdrijven van de door artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet strafbaar gestelde weigering zich te onderwerpen aan een ademtest of ademanalyse of zonder wettige reden een bloedproef te laten nemen, zijn voltrokken door de weigering gevolg te geven aan een verzoek zich aan een dergelijke test of analyse te onderwerpen of een bloedproef te laten nemen. Niet is vereist dat de personen die bevoegd zijn tot het opleggen van een dergelijke test of analyse of het laten afnemen van een dergelijke proef de betrokkene het bevel geven zich daaraan te onderwerpen. De weigering staat vast indien de persoon aan wie een dergelijke test, analyse of proef kan worden opgelegd, negatief antwoordt op de vraag of hij die test of analyse of bloedproef wil ondergaan.
  11. Een dergelijke strafbaarstelling is niet strijdig met het door artikel 10 EVRM gewaarborgde recht van vrijheid van meningsuiting.
  12. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 16 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210316.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.