id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210319.1N.8 Rolnummer: C.20.0144.N Zaak: GEMEENTE Gemeente Tessenderlo c. NV Kunststoftechniek Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-08-18 Raadplegingen: 1036 - laatst gezien 2026-06-19 03:42 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het recht van terugkoop, dat kan worden uitgeoefend indien de koper niet voldoet aan de voorwaarden omtrent de economische bestemming van de gronden en de gebruiksmodaliteiten, strekt tot vrijwaring van de belangrijke financiële inspanningen die de overheid heeft moeten doen voor de aankoop, de aanleg of de uitrusting van de gronden, zodat de termijn van vijf jaar waartoe artikel 1660 Oud Burgerlijk Wetboek het in artikel 1659 Oud Burgerlijk Wetboek bedoelde recht van wederinkoop beperkt, hierop niet van toepassing is
(1).
(1)Zie Cass. 22 februari 2018, AR C.13.0095.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180222.6, AC 2018, nr. 115; Cass. 3 december 2015, AR C.14.0428.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151203.13, AC 2015, nr. 728, met gelijkluidende concl. van advocaat-generaal A. Van Ingelgem; Cass. 18 maart 2004, AR C.03.0099.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040318.10, AC 2004, nr.
- Thesaurus CAS: ECONOMIE Vrije woorden: Economische expansie - Verkoop van gronden - Recht van terugkoop - Aard Wettelijke bepalingen: Wet 30 december 1970 betreffende de economische expansie - 30-12-1970 - Art. 32, § 1 - 02 ELI link Pub nr 1970123001 Decreet 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004 - 19-12-2003 - zoals vervangen door art. 76 - 39 ELI link Pub nr 2003036268 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Economische expansie - Verkoop van gronden - Recht van terugkoop - Duur Wettelijke bepalingen: Wet 30 december 1970 betreffende de economische expansie - 30-12-1970 - Art. 32, § 1 - 02 ELI link Pub nr 1970123001 Decreet 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004 - 19-12-2003 - zoals vervangen door art. 76 - 39 ELI link Pub nr 2003036268 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0144.N GEMEENTE TESSENDERLO, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met zetel te 3980 Tessenderlo, Markt 15A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.470.330, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen KUNSTSTOFTECHNIEK nv, met zetel te 3980 Tessenderlo, Essenschotstraat 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0444.176.559, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 9 december
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF
- Artikel 32, § 1, van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie (hierna: Wet Economische Expansie) bepaalt: "Wanneer een openbare rechtspersoon een tegemoetkoming van de Staat heeft genoten voor de verwerving, de aanleg, of de uitrusting van gronden voor de nijverheid, het ambachtswezen of de diensten, worden die gronden ter beschikking gesteld van de gebruikers door verhuring of door verkoop. In geval van verkoop, moet de authentieke akte clausules bevatten die preciseren: 1° de economische bedrijvigheid die op de grond zal dienen te worden uitgeoefend alsmede de andere voorwaarden van zijn gebruik; 2° dat de openbare rechtspersoon of de Staat, vertegenwoordigd door de Ministers die Economische Zaken of Streekeconomie en Openbare werken in hun bevoegdheid hebben, de grond zal kunnen terugkopen in het geval dat de gebruiker de in 1° genoemde bedrijvigheid staakt, of in het geval dat hij de andere voorwaarden tot gebruik niet naleeft. Nochtans, op voorwaarde dat de openbare rechtspersoon hiermede instemt, zal de gebruiker het goed weer kunnen verkopen, in welk geval de akte van wederverkoop de hierboven vermelde clausules moet bevatten. De terugkoop, voorwerp van de in de tweede alinea, sub 2° vermelde clausule, zal geschieden tegen de prijs van de eerste verkoop door de overheid, aangepast overeenkomstig de schommelingen van het door de regering bekendgemaakte indexcijfer van de consumptieprijzen. De infrastructuur en de gebouwen - met uitzondering van het materieel en de outillage - die de gebruiker toebehoren en op de grond zijn gelegen, worden teruggekocht tegen de verkoopwaarde. Indien echter de verkoopwaarde hoger ligt dan de kostprijs, zoals deze in de boekhouding werd opgenomen verminderd met de inzake belastingen aangenomen afschrijvingen, dan zal de terugkoop tegen deze laatste prijs geschieden. De verkoopwaarde en de aldus bepaalde kostprijs worden door de bevoegde rijksdiensten vastgesteld."
- Artikel 76 van het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004 (hierna: Decreet 19 december 2003), dat met ingang van 1 januari 2004, artikel 32, § 1, Wet Economische Expansie heeft vervangen, bepaalt: "De aktes houdende verkoop aan bedrijven van de gronden die met tussenkomst van het Vlaamse Gewest (her)aangelegd werden of bij toepassing van artikel 73 werden verworven, bevatten clausules die preciseren: 1° de economische bedrijvigheid die op de gronden zal uitgeoefend worden evenals alle andere gebruiksvoorwaarden; 2° de termijn waarbinnen de koper of andere gebruiker van het verkochte goed verplicht is het goed te bebouwen en/of het in exploitatie te nemen; 3° de modaliteiten waaraan de grond kan teruggekocht worden in geval de koper de in 1° en 2° vermelde voorwaarden niet naleeft. Nochtans kan, op voorwaarde dat de verkoper ermee instemt, het verkochte goed doorverkocht of op een andere manier ter beschikking gesteld worden aan derden-gebruikers voor zover de desbetreffende akte de hierboven vermelde clausules bevat."
- Voormelde bepalingen beogen hetzelfde doel en strekken met name ertoe de economische expansie te stimuleren en aan de bedoelde gronden een blijvende economische bestemming te geven. Hieruit volgt dat: - het gebruik of de verwerving van de gronden afhankelijk wordt gemaakt van de bestendiging van de economische activiteit die erop wordt uitgeoefend; - in geval van verkoop is voorzien in een eigen terugkoopregeling die niet overeenstemt met de regeling in het Burgerlijk Wetboek van het recht van wederinkoop; - een gemoduleerde opname van de bedoelde terugkoopregeling in de verkoopakte verplicht wordt gesteld, zonder dat hierin expliciet naar artikel 32, § 1, Wet Economische Expansie of artikel 76 Decreet 19 december 2003 moet worden verwezen. Het recht van terugkoop, dat kan worden uitgeoefend indien de koper niet voldoet aan de voorwaarden omtrent de economische bestemming van de gronden en de gebruiksmodaliteiten, strekt tot vrijwaring van de belangrijke financiële inspanningen die de overheid heeft moeten doen voor de aankoop, de aanleg of de uitrusting van de gronden. Hieruit volgt dat de termijn van vijf jaar waartoe artikel 1660 Oud Burgerlijk Wetboek het in artikel 1659 Oud Burgerlijk Wetboek bedoelde recht van wederinkoop beperkt, niet van toepassing is op het recht van terugkoop zoals bedoeld in artikel 32, § 1, Wet Economische Expansie en artikel 76 Decreet 19 december
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseres bij notariële verkoopakte van 20 maart 1992 aan de verweerster een perceel grond verkoopt, terwijl de verweerster zich verbindt aan de grond een economische bestemming te geven binnen nader bepaalde voorwaarden en gebruiksmodaliteiten; - de eiseres bij dagvaarding van 27 oktober 2011 onderhavige procedure instelt gelet op de miskenning door de verweerster van de voorwaarden omtrent de economische bestemming van de grond en de gebruiksmodaliteiten; - de eiseres daarbij in de eerste plaats de terugkoop beoogt van het niet-benutte gedeelte van de grond; - artikel 2 van de verkoopakte voorziet in een verplichting tot volledige benutting van de grond, met dien verstande dat de verweerster binnen vijf jaar na het verlijden van de verkoopakte minstens 30 pct. van de bebouwbare oppervlakte moet bebouwen, bij gebreke waarvan de eiseres het na deze termijn niet-benutte gedeelte kan terugkopen aan de verkoopprijs aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen, terwijl de kosten en de lasten van de terugkoop voor rekening van de verweerster zijn; - artikel 9 van de verkoopakte voorziet in een expliciet recht van terugkoop zoals bedoeld in artikel 32, § 1, Wet Economische Expansie ingeval de verweerster andere verplichtingen miskent; - artikel 2 van de verkoopakte bijgevolg moet worden aangezien als een zelfstandige bepaling die in een bijkomende contractuele sanctie voorziet naast de in artikel 9 bedoelde sanctie overeenkomstig artikel 32, § 1, Wet Economische Expansie; - voor zover de eiseres haar vordering tot terugkoop steunt op artikel 2 van de verkoopakte geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 32, § 1, Wet Economische Expansie, ook niet wat betreft de verjaring van die vordering; - wat betreft de verjaring van de vordering op grond van artikel 2 van de verkoopakte integendeel de gemeenrechtelijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek over het recht van wederinkoop gelden; - artikel 1660 Oud Burgerlijk Wetboek meer precies bepaalt dat het recht van wederinkoop voor niet langer dan vijf jaar kan worden bedongen. De appelrechters die op deze gronden de door de eiseres beoogde terugkoop van het niet-benutte gedeelte van de grond verjaard verklaren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 19 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210319.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040318.10 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151203.13 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180222.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div