id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021
Art. 67bis- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast.
Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Overtreding van de Wegverkeerswet of het Wegverkeersreglement - Vermoeden van strafrechtelijke aansprakelijkheid van de kentekenplaathouder - Schriftelijke verklaring van een derde die de verkeersinbreuk bekent - Weerlegging van het wettelijk vermoeden - Grens Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 67bis
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Overtreding van de Wegverkeerswet of het Wegverkeersreglement - Vermoeden van strafrechtelijke aansprakelijkheid van de kentekenplaathouder - Schriftelijke verklaring van een derde die de verkeersinbreuk bekent - Weerlegging van het wettelijk vermoeden - Grens Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 67bis- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.0058.N F. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Victor Petitat, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 4 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 67bis Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het voorleggen van een ondertekende verklaring van de werkelijke bestuurder, samen met zijn identiteitskaart, niet volstaat om het vermoeden van artikel 67bis Wegverkeerswet te weerleggen; hierdoor wordt de weerlegging van het wettelijk vermoeden de facto onmogelijk.
- De natuurlijke persoon op wiens naam een motorvoertuig is ingeschreven, wordt overeenkomstig artikel 67bis Wegverkeerswet vermoed de overtredingen van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten met dit voertuig te hebben begaan, indien bij de vaststelling van de overtreding de bestuurder niet werd geïdentificeerd. De houder van de kentekenplaat van het voertuig kan dit vermoeden evenwel weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. Hij moet daartoe de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar maken, tenzij hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of de kentekenplaathouder van het motorvoertuig waarmee de overtreding werd begaan, erin slaagt het op hem rustende vermoeden te weerleggen. Hij kan daartoe alle feitelijke gegevens in aanmerking nemen waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt, waaronder de tijd verstreken tussen de overtreding en de kennisgeving door de kentekenplaathouder van de identiteit van de vermeende bestuurder van het voertuig op het ogenblik van de overtreding.
- De enkele omstandigheid dat de kentekenplaathouder een schriftelijke verklaring van een derde voorlegt, samen met een kopie van de identiteitskaart van deze derde, ter bevestiging van zijn bewering dat deze derde de bestuurder was van het voertuig op het ogenblik van de overtreding, verplicht de rechter niet aan te nemen dat daarmee het vermoeden van schuld is weerlegd.
- Uit deze beoordelingsbevoegdheid van de rechter volgt niet dat elke weerlegging van het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde vermoeden onmogelijk is en dat dit vermoeden het karakter krijgt van een onweerlegbaar vermoeden.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel aanvoert dat een derde op de rechtszitting voor het appelgerecht aanwezig was om zijn verantwoordelijkheid voor de overtredingen te erkennen, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- De appelrechters oordelen dat het ongeloofwaardig is dat de eiser en de derde die beweren dat de derde de bestuurder was op het ogenblik van de overtreding zich na verloop van meer dan twee jaren opeens zouden herinneren dat niet de eiser maar de derde het voertuig van de eiser heeft bestuurd op de datum van de overtreding en oordelen op die grond dat het vermoeden van artikel 67bis Wegverkeerswet niet is weerlegd. In zoverre het opkomt tegen dat onaantastbaar oordeel, is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 44,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 23 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210323.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131022.3 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161122.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200616.2N.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.20 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div