id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.5 Rolnummer: D.18.0015.N Zaak: D. contra PSYCHOLOGENCOMMISSIE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-02-14 Raadplegingen: 2160 - laatst gezien 2026-06-18 23:08 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210326.1N.5 Fiche Artikel 458bis Strafwetboek is niet van toepassing in een geval waarin een hulpverlener enkel met het slachtoffer van een misdrijf in de zin van dat artikel contact heeft gehad
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM Vrije woorden: Hulpverlener - Patiënt - Slachtoffer van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 458bis Strafwetboek - Melding aan de Procureur des Konings - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 458 en 458bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Nieuw Juridisch Weekblad [NJW] - 2021, nr. 448, p. 685-
- - VANASSCHE, Sophie; Noot'Toepassing artikel 458bis sw. vereist dat hulpverlener contact had met slachtoffer en dader' T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 1, p. 41-
- - VANASSCHE, Sophie; OPGENHAFFEN, Tim; Noot'Het beroepsgeheim wanneer de patiënt slachtoffer is. Het doolhof van Cassatie' Tekst van de beslissing Nr. D.18.0015.N N. D., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen PSYCHOLOGENCOMMISSIE, met zetel te 1210 Brussel, Kunstlaan 3, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige kamer van de Raad van Beroep van de Psychologencommissie van 20 september
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 30 november 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 5 koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog, zoals van toepassing voor de wijziging ervan door artikel 3 koninklijk besluit van 4 juni 2018, legt de psycholoog, uit zorg om de privacy van de personen en bewust van de noodzaak van de toegankelijkheid van het beroep voor allen, zichzelf een discretie op over alles wat hij door en tijdens de uitoefening van het beroep verneemt. Dit houdt minstens de naleving in van het verplichte beroepsgeheim zoals bepaald in de strafwetgeving. Het beroepsgeheim is van openbare orde: de psycholoog die een cliënt of proefpersoon onder zijn hoede heeft is in alle omstandigheden door het beroepsgeheim gebonden.
- Krachtens artikel 458 Strafwetboek worden geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet, het decreet of de ordonnantie hen verplicht of toelaat die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. Hoewel artikel 458 Strafwetboek, behalve als er een rechtvaardigingsgrond bestaat, de hulpverlener verbiedt door het beroepsgeheim gedekte feiten bekend te maken die aanleiding kunnen geven tot strafvervolging ten laste van de patiënt, geldt dat verbod niet voor feiten waarvan de patiënt of cliënt het slachtoffer is geweest, in een geval waar de hulpverlener enkel met dat slachtoffer in contact is gekomen.
- Krachtens artikel 458bis Strafwetboek kan eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 371/1 tot 377, 377quater, 379, 380, 383bis, § 1 en 2, 392 tot 394, 396 tot 405ter, 409, 423, 425, 426 en 433quinquies, gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar is ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, partnergeweld, gebruiken van geweld, gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde “eer”, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 422bis, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings, hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde kwetsbare persoon en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen, hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of bedoelde kwetsbare personen het slachtoffer worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat het artikel uitsluitend van toepassing is in het geval waarin een hulpverlener zowel met de dader als het slachtoffer van een misdrijf in de zin van dat artikel contact heeft gehad. Derhalve is artikel 458bis Strafwetboek niet van toepassing in een geval waarin een hulpverlener enkel met het slachtoffer van een misdrijf in de zin van dat artikel contact heeft gehad.
- De Raad van Beroep stelt vast dat de eiseres, die zowel de minderjarige patiënt als diens moeder behandelde, een brief heeft gericht aan de procureur des Konings, waarin zij melding maakt van het feit dat haar minderjarige patiënt uitingen gedaan zou hebben omtrent verkrachting en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag vanwege diens vader en om die reden om een strafrechtelijk onderzoek verzoekt. Desalniettemin oordeelt de Raad van Beroep vervolgens dat de eiseres door het beroepsgeheim gebonden is en dat dit beroepsgeheim zich uitstrekt tot alles wat zij binnen deze opdracht verneemt en evenzeer tot feitelijkheden betrekking hebbend op haar patiënt, dat de eiseres niet van dat beroepsgeheim kon afwijken op basis van de rechtvaardigingsgrond voorzien in artikel 458bis Strafwetboek, aangezien niet aan de toepassingsvoorwaarden ervan is voldaan, en besluit dat de eiseres haar beroepsgeheim geschonden heeft. Aldus verantwoordt de Raad van Beroep zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 603,33 euro. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige kamer van de Raad van Beroep van de Psychologencommissie, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210326.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div