id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.9 Rolnummer: C.19.0350.N Zaak: BV BVBA EBENIUS contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2021-08-18 Raadplegingen: 1345 - laatst gezien 2026-06-16 04:14 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210326.1N.9 Fiches 1 - 3 Indien er een reden van onverenigbaarheid bestaat, kan zij enkel de weglating van de advocaat tot gevolg hebben
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Drijven van handel of nijverheid - Onverenigbaarheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 437, eerste lid, 3°, en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN Vrije woorden: Advocaat - Drijven van handel of nijverheid - Onverenigbaarheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 437, eerste lid, 3°, en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Handelsvennootschap - Advocaat - Drijven van handel of nijverheid - Onverenigbaarheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 437, eerste lid, 3°, en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0350.N EBENIUS bv, met zetel te 2520 Ranst, Oudebaan 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0471.727.826, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- L. D., verweerder,
- O. E., in gemeenverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 april
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 2 februari 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 437, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek is het beroep van advocaat onverenigbaar met het drijven van handel of nijverheid. Krachtens artikel 437, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt, indien er een reden van onverenigbaarheid bestaat, de weglating van het tableau, van de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere Lid-Staat van de Europese Unie of van de lijst van stagiairs uitgesproken door de raad van de Orde, hetzij op verzoek van de betrokken advocaat, hetzij ambtshalve, en in dit laatste geval volgens de rechtspleging in tuchtzaken.
- Hieruit volgt dat, indien er een reden van onverenigbaarheid bestaat, zij enkel de weglating van de advocaat tot gevolg kan hebben.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiser, als advocaat, en de verweerster, als zijn cliënte, op 16 februari 2008 een ereloonafspraak sloten; - de eiser zijn vordering overdroeg aan de eiseres; - het doel van de eiseres zoals omschreven in de notariële akte van 28 juli 2008 tot de wijziging ervan bij akte van 6 april 2016, naast het burgerlijk doel, met name de uitoefening van het beroep van advocaat, ook de uitoefening van handelsactiviteiten tot voorwerp had, zoals de projectontwikkeling voor nieuwbouw en renovatie van gebouwen allerhande, handel in en verhuur van onroerend goed allerhande en het beheer van residentiële goederen; - de burgerlijke of handelsaard van een vennootschap bepaald wordt door haar doel; - artikel 437, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek van openbare orde is en zich ertegen verzet dat het beroep van advocaat wordt uitgeoefend in de schoot van een handelsvennootschap; - de vordering van de eiseres niet toelaatbaar is omdat zij tot 6 april 2016 moet worden beschouwd als een handelsvennootschap.
- Met die redenen verantwoorden de appelrechters niet naar recht hun beslissing dat de vordering van de eiseres tot betaling van erelonen en kosten steunt op een onrechtmatig belang en bijgevolg niet toelaatbaar is. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210326.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210326.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div