← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210330.2N.1 Rolnummer: P.20.1219.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-04-02 Raadplegingen: 1008 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche Indien een beklaagde de schuldigverklaring aan bepaalde feiten niet als grief vermeldt in zijn grievenformulier, maar als grief wel de beslissing aanduidt over de straf met inbegrip van die over deze niet-betwiste feiten, behoort de bestraffing van de niet-betwiste feiten wel degelijk tot de saisine van het appelgerecht. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenformulier - Geen grief over schuldigverklaring aan bepaalde feiten - Grieven over de straf - Saisine van het Appelgerecht - Straftoemeting - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.20.1219.N H. L., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Alexander Van Heeschvelde en mr. Jesse Van den Broeck, beiden advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 3 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 204 en 210 Wetboek van Strafvordering: het arrest stelt de schuld van de eiser vast aan het transport Antwerpen-Boom op 8 juli 2016 met één slachtoffer en het houdt daarmee rekening bij de straftoemeting, zonder dat het daarover een ambtshalve middel heeft opgeworpen; aldus oordeelt het over een feit dat niet vervat was in de grieven en niet behoorde tot de saisine van het appelgerecht.
  3. Het beroepen vonnis heeft de eiser schuldig verklaard aan de feiten van de telastlegging D.3 betreffende het transport van 8 juli
  4. Het arrest beoordeelt en verwerpt de in de appelconclusie van de eiser geformuleerde kritiek op die schuldigverklaring, wat inhoudt dat het die schuldigverklaring bevestigt. De eiser heeft bijgevolg geen belang bij het middel dat aanvoert dat het arrest zich ten onrechte en opnieuw heeft uitgesproken over de schuld van de eiser aan deze feiten. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  5. Indien een beklaagde de schuldigverklaring aan bepaalde feiten niet als grief vermeldt in zijn grievenformulier, maar als grief wel de beslissing aanduidt over de straf met inbegrip van die over deze niet-betwiste feiten, behoort de bestraffing van die niet-betwiste feiten wel degelijk tot de saisine van het appelgerecht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1319 en 1320 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat volgens het ter griffie neergelegde grievenformulier de eiser zich gegriefd acht door het beroepen vonnis en met name "Schuld betwisting schuld tenlastlegging D - gedeeltelijk", miskent het arrest de bewijskracht van dit formulier aangezien daaruit volgt dat enkel de schuld betreffende de transporten van 11 juli 2016, 12 juli 2016 en 13 juli 2016 werd betwist; met dat oordeel past het ook de door de eiser nauwkeurig bepaalde grieven aan.
  7. Met de door het middel bekritiseerde reden geeft het arrest van het grievenschrift een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  8. Voor het overige is het middel afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde onwettigheid en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 30 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210330.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.