← België

BALOISE BELGIUM N.V. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 maart 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021

Art. 162bis

, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 153, § 5 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Strafzaken - Procedure voor de feitenrechter - Burgerlijke partij die zich aansluit bij de strafvordering - In het ongelijk gestelde burgerlijke partij - Vrijwillig tussenkomende partij - Veroordeling van de burgerlijke partij - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 162bis

, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 153, § 5 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Thesaurus CAS: VERZEKERING - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter - Burgerlijke partij die zich aansluit bij de strafvordering - In het ongelijk gestelde burgerlijke partij - Vrijwillig tussenkomende partij - Veroordeling van de burgerlijke partij - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 162bis

, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 153, § 5 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Fiches 6 - 8 Uit de arresten nr. 28/2009 van 18 februari 2009 en nr. 66/2009 van 2 april 2009 van het Grondwettelijk Hof volgt dat een burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht en die een rechtsvordering instelt tegen een vrijwillig tussenkomende partij, zich niet in een vergelijkbare situatie bevindt als een partij in een burgerlijke procedure, die deze procedure niet heeft gestart en een tussenvordering instelt tegen een vrijwillig tussenkomende partij alsmede dat een burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht en wier rechtsvordering ingesteld tegen een vrijwillig tussenkomende partij wordt toegekend, zich niet in een vergelijkbare situatie bevindt als een vrijwillig tussenkomende partij ten aanzien van wie een door de burgerlijke partij ingestelde rechtsvordering wordt afgewezen

(1).
(1)GwH 18 februari 2009, nr. 28/2009, GwH 2 april 2009, nr. 66/2009, www.const-court.be. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter - Burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht - Rechtsvordering tegen vrijwillig tussenkomende partij - Burgerlijke procedure - Partij die de burgerlijke procedure niet heeft opgestart - Tussenvordering - Rechtsplegingsvergoeding - Draagwijdte Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter - Burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht - Rechtsvordering tegen vrijwillig tussenkomende partij - Burgerlijke procedure - Partij die de burgerlijke procedure niet heeft opgestart - Tussenvordering - Rechtsplegingsvergoeding - Draagwijdte Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter - Burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht - Rechtsvordering tegen vrijwillig tussenkomende partij - Burgerlijke procedure - Partij die de burgerlijke procedure niet heeft opgestart - Tussenvordering - Rechtsplegingsvergoeding - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.1273.N BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, met als raadsman mr. Wim Vermeiren, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen ALPHABET BELGIUM LONG TERM RENTAL nv, met zetel te 2630 Aartselaar, Ingberthoeveweg 6, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 13 november
  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 10 en 11 Grondwet, de artikelen 162bis, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1017, 1018, 1021 en 1138 Gerechtelijk Wetboek en artikel 153, § 5 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen (hierna Wet Verzekeringen): het bestreden vonnis dat de burgerlijke rechtsvordering, ingesteld door de verweerster tegen de eiseres ongegrond verklaart, oordeelt ten onrechte dat de verweerster aan de eiseres geen rechtsplegingsvergoeding is verschuldigd; uit voormeld artikel 153, § 5, volgt dat de vrijwillig tussengekomen verzekeraar in een strafprocedure aanspraak kan maken op een rechtsplegingsvergoeding indien dit het geval zou zijn indien het geschil voor de burgerlijke rechter werd afgehandeld; hieruit volgt dat de burgerlijke partij die in het ongelijk wordt gesteld een rechtsplegingsvergoeding moet betalen aan de vrijwillig tussengekomen verzekeraar; door anders te oordelen, behandelt het bestreden vonnis de eiseres ongelijk ten aanzien van een vrijwillig tussengekomen verzekeraar, geplaatst in dezelfde omstandigheden, in een burgerlijke procedure die wel aanspraak kan maken op een rechtsplegingsvergoeding, alsook ten aanzien van een burgerlijke partij die, wanneer haar rechtsvordering wordt toegekend, aanspraak kan maken op een rechtsplegingsvergoeding ten aanzien van de vrijwillig tussengekomen verzekeraar.
  3. Artikel 1021 Gerechtelijk Wetboek volgens welk de partijen een omstandige opgave kunnen indienen van hun onderscheiden kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding zoals bepaald in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Artikel 1138 Gerechtelijk Wetboek is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel eveneens naar recht.
  5. Uit artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat een burgerlijke partij enkel kan worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure gevoerd voor de politierechtbank, indien zij rechtstreeks heeft gedagvaard of zich heeft aangesloten bij de rechtstreekse dagvaarding van een andere burgerlijke partij en vervolgens in het ongelijk wordt gesteld. Artikel 153, § 5, Wet Verzekeringen bepaalt dat, wanneer het geding tegen de verzekerde is ingesteld voor het strafgerecht, de verzekeraar door de benadeelde of door de verzekerde in de zaak kan worden betrokken en vrijwillig kan tussenkomen, onder dezelfde voorwaarden als zou de vordering voor het burgerlijk gerecht zijn gebracht.
  6. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een burgerlijke partij die niet zelf de strafvordering op gang heeft gebracht, niet kan worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan een vrijwillig tussenkomende partij tegen wie zij ten onrechte een burgerlijke rechtsvordering heeft ingesteld. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de artikelen 10 en 11 Grondwet niet worden geschonden doordat de burgerlijke partij slechts tot de betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken beklaagde wordt veroordeeld wanneer zij zelf de strafvordering op gang heeft gebracht en niet wanneer zij haar vordering heeft doen aansluiten bij een door het openbaar ministerie ingestelde strafvordering (Grondwettelijk Hof 18 februari 2009, nr. 28.2009, B.3; Grondwettelijk Hof 2 april 2009, nr. 66/2009, B.3). Het Grondwettelijk Hof steunt dit oordeel op de overweging dat die situatie verschilt van die van een voor de burgerlijke rechter ingestelde procedure, die, ongeacht de wijze waarop zij wordt ingesteld, nooit een vordering is die wordt toegevoegd aan een strafvordering.
  8. Uit deze rechtspraak volgt dan ook dat: - een burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht en die een rechtsvordering instelt tegen een vrijwillig tussenkomende partij, zich niet in een vergelijkbare situatie bevindt als een partij in een burgerlijke procedure, die deze procedure niet heeft gestart en een tussenvordering instelt tegen een vrijwillig tussenkomende partij; - een burgerlijke partij die de strafvordering niet op gang heeft gebracht en wier rechtsvordering ingesteld tegen een vrijwillig tussenkomende partij wordt toegekend, zich niet in een vergelijkbare situatie bevindt als een vrijwillig tussenkomende partij ten aanzien van wie een door de burgerlijke partij ingestelde rechtsvordering wordt afgewezen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.
  9. Uit het bestreden vonnis blijkt dat de strafvordering door het openbaar ministerie werd ingesteld en dat de verweerster zich hierbij heeft aangesloten. De appelrechters die oordelen dat de verweerster niet is gehouden tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de eiseres, hoewel zij deze partij in het gelijk stellen, verantwoorden hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 73,88 euro waarvan 38,88 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 30 maart 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210330.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150520.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180508.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.