id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210402.1N.2 Rolnummer: F.20.0002.N Zaak: VLAAMS GEWEST c. GROM Groen-en omgevingswerken Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-08-19 Raadplegingen: 1079 - laatst gezien 2026-06-18 16:40 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210402.1N.2 Fiches 1 - 2 In geval van herhaalde overtredingen op de kilometerheffing, binnen de grenzen bepaald in artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, VCF, kan voor dezelfde overtreding een nieuwe sanctie worden opgelegd, ook wanneer de overtreder geen kennis heeft van de eerste overtreding, maar het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboete voor dezelfde overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: Kilometerheffing - Herhaalde overtredingen - Nieuwe sanctie voor dezelfde overtreding - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 3.18.0.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Vrije woorden: Kilometerheffing - Herhaalde overtredingen - Nieuwe sanctie voor dezelfde overtreding - Mildering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 3.18.0.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0002.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, voor wie optreedt de Vlaamse Belastingdienst, met kantoor te 9300 Aalst, Vaartstraat 16, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen GR&OM GROEN- EN OMGEVINGSWERKEN bv, met zetel te 9100 Sint-Niklaas, Anthonis De Jonghestraat 62, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0892.825.315, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 mei
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 1 maart 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Eerste onderdeel (...) Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
- Krachtens artikel 3.3.1.0.11, § 1, eerste lid, VCF moet de houder van een voertuig als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, vijfde lid, 6°, tenzij het voertuig is vrijgesteld van de kilometerheffing, voorafgaand aan het gebruik van elke weg, voor dat voertuig met een dienstverlener naar keuze een dienstverleningsovereenkomst sluiten. Krachtens artikel 3.3.1.0.13, § 1 en § 2, VCF wordt de registratie van afgelegde kilometers, die nodig is voor de berekening van de kilometerheffing, gedaan met behulp van een elektronische registratievoorziening. Tenzij het voertuig is vrijgesteld van de kilometerheffing, moet de houder van het voertuig voorafgaand aan het gebruik van elke weg ervoor zorgen dat het voertuig is uitgerust met de elektronische registratievoorziening die aan hem ter beschikking gesteld is. Als de bestuurder niet de houder van het voertuig is, rust op hem dezelfde verplichting als vermeld in het eerste lid.
- Krachtens artikel 3.18.0.0.1, § 1, VCF, in de versie zoals van toepassing, kan het bevoegde personeelslid een administratieve geldboete van 50 euro tot 1250 euro opleggen voor iedere overtreding van de bepalingen van deze codex, alsook van de besluiten die genomen zijn ter uitvoering ervan, met uitzondering van overtredingen van artikel 3.1.0.0.2, § 2 tot en met §
- Krachtens artikel 3.18.0.0.1, § 4, VCF, in de versie zoals van toepassing, kan, als de overtredingen, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, blijven bestaan nadat een administratieve geldboete wordt opgelegd daarvoor een nieuwe administratieve geldboete worden opgelegd telkens als de overtreding opnieuw wordt vastgesteld. In dat geval worden de bedragen, vermeld in paragraaf 1 of paragraaf 2, vermenigvuldigd met een factor die overeenkomt met het aantal keer dat de overtreding is vastgesteld. Dezelfde overtreding kan maximaal tien keer per kalenderjaar worden beboet. Krachtens artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, VCF, in de versie zoals van toepassing, is paragraaf 4 niet van toepassing op de kilometerheffing. Voor de kilometerheffing kan slechts één administratieve geldboete worden opgelegd voor het totaal van de overtredingen, vermeld in het vierde lid, die gepleegd zijn met hetzelfde voertuig en vastgesteld zijn op dezelfde kalenderdag. Het toepasselijke tarief voor de administratieve geldboete is dat van de overtreding waarvoor het hoogste tarief geldt, overeenkomstig het vierde lid. Onverminderd de toepassing van het tweede lid, wordt er geen administratieve geldboete opgelegd voor iedere overtreding die werd begaan binnen een ononderbroken tijdvak van drie uren vanaf de vaststelling van een eerdere overtreding op de bepalingen van deze codex en de uitvoeringsbesluiten ervan of van de wetgeving van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest met betrekking tot de kilometerheffing, in zoverre de betrokken overtredingen werden begaan met hetzelfde voertuig en in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerst begane overtreding. De administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de volgende tabel: categorie van de overtreding B, er is geen elektronische registratievoorziening voor België aan boord van het voertuig en/of er is geen dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor het betrokken voertuig, boetebedrag van 800 euro. Het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboete, vermeld in het vierde lid, voor hetzelfde type van overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde.
- Uit de samenhang van voormelde wetsbepalingen volgt dat in geval van herhaalde overtredingen op de kilometerheffing, binnen de grenzen bepaald in artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, VCF, voor dezelfde overtreding een nieuwe sanctie kan worden opgelegd, ook wanneer de overtreder geen kennis heeft van de eerste overtreding, maar dat het bevoegde personeelslid de administratieve geldboete voor dezelfde overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne kan verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde.
- De appelrechters stellen met betrekking tot de administratieve boetes voor de overtreding begaan op 15 september 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/04763 van 19 september 2016) en voor de overtreding op 28 september 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/54879 van 30 september 2016) vast en oordelen dat: - overeenkomstig punt B van de nieuwe tabel bepaald in artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, vierde lid, VCF, zoals ingevoegd door artikel 97, 2°, Decreet van 22 december 2017 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018, de boete 800 euro bedraagt indien er geen elektronische registratievoorziening voor België aan boord is van of er geen dienstverleningsovereenkomst is afgesloten voor het betrokken voertuig, hetgeen de eiser zelf aangeeft; - de toepassing van de milderere strafwet inhoudt dat slechts één administratieve boete kan worden opgelegd voor het totaal van de overtredingen die gepleegd zijn met hetzelfde voertuig en vastgesteld zijn op dezelfde kalenderdag en aangezien zowel op 15 september 2016 als op 28 september 2016 tweemaal dezelfde overtreding is vastgesteld, voor deze twee dagen in toepassing van de mildere strafwet slechts één geldboete van 800 euro kan worden opgelegd.
- In zoverre het subonderdeel is gebaseerd op de veronderstelling dat de appelrechters de administratieve boete voor de overtreding op 15 september 2016 zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/04763 van 19 september 2016 en de administratieve boete voor de overtreding op 28 september 2016 zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/54879 van 30 september 2016 hebben vernietigd op grond dat de overtreder voor de tweede zelfde overtreding slechts strafwaardig is in zoverre hij kennis heeft van de eerste zelfde overtreding en dat, bij gebreke van enig gegeven met betrekking tot de juiste datum van de verzending en de kennisgeving van de eerste overtreding door de overtreder, de belastingdienst niet gemachtigd was om nadien voor dezelfde overtredingen en hetzelfde voertuig bijkomende administratieve boeten op te leggen, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het mitsdien feitelijke grondslag.
- Vervolgens stellen de appelrechters met betrekking tot de administratieve boetes voor de overtreding begaan op 27 september 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/48516 van 29 september 2016), voor de overtreding begaan op 28 september 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/54778 van 30 september 2016), voor de overtreding begaan op 3 oktober 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/80343 van 4 oktober 2016) en voor de overtreding begaan op 4 oktober 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1027/18032 van 7 oktober 2016) vast en oordelen dat: - artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, tweede lid, VCF bepaalt dat bijkomende administratieve geldboeten kunnen opgelegd worden voor dezelfde overtreding ‘in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerste begane overtreding’ en de juiste toepassing van deze bepaling in het licht van het doel van de decreetgever om een snelle cumulatie van boetes te voorkomen, de interpretatie verantwoordt dat de overtreder kennis heeft van de eerste overtreding; - wanneer zoals in deze zaak er geen aanwijzingen zijn om aan te nemen dat de overtreder de overtredingen te kwader trouw beging en geen kennis had van het bestaan van een overtreding, deze zijn gedrag niet zal kunnen aanpassen of regulariseren; - in die situatie zowel het preventieve als het repressieve doel van een sanctie miskend worden door een reeks van zelfde sancties op te leggen voor dezelfde overtreding zonder dat de overtreder kennis heeft van de eerste overtreding, terwijl de decreetgever uitdrukkelijk de bedoeling had om de boetes in overeenstemming te brengen met het proportionaliteitsbeginsel en een onopzettelijke en een onbewuste snelle cumulatie van boetes te voorkomen; - de concrete feitelijke elementen in het licht van het doel van de voormelde toevoeging van artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, tweede lid, VCF inhoudt dat de cumulatie van sancties pas mogelijk is indien de eerste administratieve boete werkelijk opgelegd is, in die zin dat de overtreder kennis heeft van de opgelegde administratieve boete, en dat het de belastingdienst die een cumulatie van administratieve boeten wil opleggen voor dezelfde overtreding met betrekking tot hetzelfde voertuig toekomt aan te tonen dat de overtreder kennis had van de eerste opgelegde administratieve boete; - bij gebreke van enig gegeven met betrekking tot de juiste datum van verzending en kennisgeving van de eerste overtreding door de overtreder, de belastingdienst krachtens artikel 3.18.0.0.1, § 4/1, tweede lid, VCF niet gemachtigd was om nadien voor dezelfde overtredingen en hetzelfde voertuig bijkomende administratieve boeten op te leggen.
- De appelrechters die aldus de administratieve boetes voor de overtreding begaan op 27 september 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/48516 van 29 september 2016), voor de overtreding begaan op 28 september 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/54778 van 30 september 2016), voor de overtreding begaan op 3 oktober 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/80343 van 4 oktober 2016) en voor de overtreding begaan op 4 oktober 2016 (zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1027/18032 van 7 oktober 2016) nietig verklaren bij gebreke aan bewijs van de voorafgaande kennisgeving van de eerste administratieve boete, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het subonderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de administratieve boetes voor de overtreding begaan op 27 september 2016 zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/48516 van 29 september 2016, voor de overtreding begaan op 28 september 2016 zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/54778 van 30 september 2016, voor de overtreding begaan op 3 oktober 2016 zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1026/80343 van 4 oktober 2016 en voor de overtreding begaan op 4 oktober 2016 zoals vastgesteld bij proces-verbaal nr. 167/1027/18032 van 7 oktober 2016, nietig verklaart en het oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 2 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210402.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210402.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div