← België

VDAB / H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210412.3N.2 Rolnummer: S.20.0038.N Zaak: VDAB / H. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2021-11-09 Raadplegingen: 829 - laatst gezien 2026-06-16 04:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 58/9, § 1, Werkloosheidsbesluit heeft enkel betrekking op het gevolg dat kan worden gegeven aan een eerste negatieve evaluatie van een volledig werkloze. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - ALGEMEEN Vrije woorden: Actieve beschikbaarheid - Evaluatie - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Artt. 58/1, eerste lid, 58/8, eerste lid, en 58/9 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Besluit van de Vlaamse Regering 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding - 05-06-2009 - Artt. 111/6, § 1, eerste lid, 111/9, eerste lid, 111/10, eerste en tweede zin, 111/12, 111/16 en 111/22 - 62 ELI link Pub nr 2009035886 Fiche 2 Met de in artikel 58/9, § 1, tweede lid, Werkloosheidsbesluit bedoelde formele schriftelijke verwittiging wordt niet de in het eerste lid bedoelde verwittiging beoogd, maar wel elke formele verwittiging die aan de werkloze wordt gegeven in het kader van de controle op zijn of haar actieve beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, zoals onder meer wordt gegeven door middel van het ultieme afsprakenblad dat overeenkomstig artikel 111/12 Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding wordt opgesteld door de aangestelde bemiddelaar. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - ALGEMEEN Vrije woorden: Actieve beschikbaarheid - Formele schriftelijke verwittiging - Begrip Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 58/9, § 1, tweede lid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Besluit van de Vlaamse Regering 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding - 05-06-2009 - Art. 111/12 - 62 ELI link Pub nr 2009035886 Fiche 3 Uit artikel 58/9, § 2, Werkloosheidsbesluit volgt dat om de erin bedoelde sanctie op te leggen, naast de vaststelling dat de volledig werkloze het voorwerp is geweest van een eerdere negatieve evaluatie, niet vereist is dat hem reeds een sanctie werd opgelegd zoals bedoeld bij artikel 58/9, § 1, tweede lid, Werkloosheidsbesluit. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Vrije woorden: Actieve beschikbaarheid - Tweede negatieve evaluatie - Sanctie Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Artt. 58/9, § 1, tweede lid, en 58/9, § 2 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing Nr. S.20.0038.N VLAAMSE DIENST VOOR ARBEIDSBEMIDDELING EN BEROEPSOPLEIDING, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 11, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0887.010.362, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen B. H., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 6 maart

  1. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 58/1, eerste lid, Werkloosheidsbesluit leggen de artikelen 58/2 tot 58/12 het normatief kader vast dat van toepassing is op de controle van de actieve beschikbaarheid van de volledig werkloze door de gewestinstelling die, krachtens artikel 6, § 1, IX, 5°, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bevoegd is om die controle uit te oefenen. Krachtens artikel 58/8, eerste lid, Werkloosheidsbesluit evalueert de bevoegde gewestinstelling periodiek de actieve beschikbaarheid van de volledig werkloze tijdens de volledige duur van de werkloosheid en ten minste een keer per jaar, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, en zorgt er daarbij voor dat de rechten van de verdediging worden nageleefd.
  3. De activering en de opvolging van het zoekgedrag naar werk van de volledig werkloze wordt geregeld bij de artikelen 111/1 tot 111/23 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding (hierna Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding). Krachtens artikel 111/6, § 1, eerste lid, Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende door de eiser uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek om na te gaan of hij zich voldoende heeft geïntegreerd op de arbeidsmarkt. Krachtens artikel 111/9, eerste lid, Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende, als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, tijdens het opvolgingsgesprek in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. Krachtens artikel 111/10, eerste en tweede zin, Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding, vindt op het tijdstip dat afgesproken is in het afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, opnieuw een opvolgingsgesprek plaats. Tijdens dat opvolgingsgesprek beoordeelt de bemiddelaar de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het afsprakenblad en de inspanningen die hij heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt. Artikel 111/12 Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding bepaalt: “Als de bemiddelaar vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende de afspraken die hij in het afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, is aangegaan, niet heeft nageleefd, en onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. Tijdens hetzelfde opvolgingsgesprek bepaalt de bemiddelaar de afspraken die worden opgenomen op een ultiem afsprakenblad, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren tijdens de volgende maand. Het ultieme afsprakenblad wordt opgesteld in twee exemplaren, gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. Een exemplaar wordt aan de verplicht ingeschreven werkzoekende overhandigd. Door de ondertekening verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich tot de uitvoering van de afspraken tijdens de afgesproken periode. Dit ultieme afsprakenblad wordt beschouwd als een formele verwittiging in het kader van de controle op de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van de verplicht ingeschreven werkzoekende.” Artikel 111/15 Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding bepaalt: “Als de bemiddelaar vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende de afspraken die hij in het ultieme afsprakenblad is aangegaan, niet heeft nageleefd, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende, uiterlijk veertien dagen na het opvolgingsgesprek, op de hoogte van die negatieve beoordeling en bezorgt hij zijn dossier aan de controledienst.” Artikel 111/16, eerste lid, Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding bepaalt: “Met behoud van de toepassing van artikel 111/6, 111/13 en 111/15 bezorgt de bemiddelaar een dossier aan de controledienst als: 1° de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een trajectovereenkomst, afsprakenblad of ultiem afsprakenblad te ondertekenen als hem dat ter ondertekening wordt voorgelegd; (…) 4° door toedoen van de verplicht ingeschreven werkzoekende een begeleidingsplan, competentieversterking of opleidingscontract mislukt of wordt stopgezet.” Artikel 111/22, § 1, Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding bepaalt: “De controledienst beslist over de schorsing, vermindering of uitsluiting van het recht op werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen. De controledienst kan ook een verwittiging geven.”
  4. Artikel 58/9 Werkloosheidsbesluit bepaalt: “§ 1 De volledig werkloze van wie de actieve beschikbaarheid negatief wordt geëvalueerd door de bevoegde gewestinstelling wordt gesanctioneerd met een verwittiging indien het gaat om de eerste negatieve evaluatie. In afwijking van het eerste lid, wanneer hem reeds een formele schriftelijke verwittiging in het kader van de actieve beschikbaarheid werd betekend tijdens de begeleiding, zal de volledig werkloze wiens actieve beschikbaarheid negatief wordt geëvalueerd: 1° gedurende een periode van ten minste 4 weken en maximum 10 weken, de verminderde werkloosheidsuitkering genieten bedoeld in artikel 130bis, indien hij de hoedanigheid van werknemer met gezinslast heeft in de zin van artikel 110, § 1, of van alleenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 2; 2° gedurende een periode van ten minste 4 weken en maximum 10 weken uitgesloten worden van het recht op uitkeringen, indien hij de hoedanigheid heeft van samenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 3, of indien hij inschakelingsuitkeringen geniet. § 2 Na een tweede negatieve evaluatie van zijn actieve beschikbaarheid zal de volledig werkloze: 1° gedurende een periode van 13 weken de verminderde werkloosheidsuitkering genieten bedoeld in artikel 130bis, indien hij de hoedanigheid van werknemer met gezinslast heeft in de zin van artikel 110, § 1, of van alleenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 2; 2° gedurende een periode van 13 weken uitgesloten worden van het recht op uitkeringen, indien hij de hoedanigheid heeft van samenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 3, of indien hij inschakelingsuitkeringen geniet. § 3 Na een derde negatieve evaluatie van zijn actieve beschikbaarheid zal de volledig werkloze: 1° gedurende een periode van 6 maanden, berekend van datum tot datum, de verminderde werkloosheidsuitkering genieten bedoeld in artikel 130bis en na afloop van de voormelde periode uitgesloten worden van het recht op werkloosheidsuitkeringen, indien hij de hoedanigheid van werknemer met gezinslast heeft in de zin van artikel 110, § 1, of van alleenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 2; 2° uitgesloten worden van het recht op uitkeringen, indien hij de hoedanigheid heeft van samenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 3, of indien hij inschakelingsuitkeringen geniet. (…)”
  5. Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat artikel 58/9, § 1, Werkloosheidsbesluit enkel betrekking heeft op het gevolg dat kan worden gegeven aan een eerste negatieve evaluatie van een volledig werkloze. Met de in artikel 58/9, § 1, tweede lid, Werkloosheidsbesluit bedoelde formele schriftelijke verwittiging wordt niet de in het eerste lid bedoelde verwittiging beoogd, maar wel elke formele verwittiging die aan de werkloze wordt gegeven in het kader van de controle op zijn of haar actieve beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, zoals onder meer wordt gegeven door middel van het ultieme afsprakenblad dat overeenkomstig artikel 111/12 Besluit Vlaamse regeling arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding wordt opgesteld door de aangestelde bemiddelaar.
  6. Het arrest dat aanneemt dat met de in artikel 58/9, § 1, tweede lid, Werkloosheidsbesluit bedoelde formele schriftelijke verwittiging de in het eerste lid bedoelde verwittiging wordt beoogd en oordeelt dat de administratieve beslissing van 11 september 2017 onwettig is genomen omdat geen verwittiging voorligt zoals bedoeld in artikel 58/9, § 1, eerste lid, Werkloosheidsbesluit, zonder na te gaan of, noch vast te stellen dat aan de verweerster tijdens de begeleiding geen formele schriftelijke verwittiging werd gegeven door de arbeidsbemiddelaar, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is in zoverre gegrond.
  7. Krachtens artikel 58/9, § 2, Werkloosheidsbesluit zal de volledig werkloze na een tweede negatieve evaluatie van zijn actieve beschikbaarheid: 1° gedurende een periode van 13 weken de verminderde werkloosheidsuitkering genieten bedoeld in artikel 130bis, indien hij de hoedanigheid van werknemer met gezinslast heeft in de zin van artikel 110, § 1, of van alleenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 2; 2° gedurende een periode van 13 weken uitgesloten worden van het recht op uitkeringen, indien hij de hoedanigheid heeft van samenwonende werknemer in de zin van artikel 110, § 3, of indien hij inschakelingsuitkeringen geniet.
  8. Uit deze wetsbepaling volgt dat om de erin bedoelde sanctie op te leggen, naast de vaststelling dat de volledig werkloze het voorwerp is geweest van een eerdere negatieve evaluatie, niet vereist is dat hem reeds een sanctie werd opgelegd zoals bedoeld bij artikel 58/9, § 1, tweede lid, Werkloosheidsbesluit. Het arrest dat anders oordeelt en op grond van die onjuiste rechtsopvatting de administratieve beslissing van 16 november 2017 nietig verklaart is niet naar recht verantwoord. In zoverre is het onderdeel eveneens gegrond. Kosten
  9. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de eiser te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Bepaalt de kosten voor de eiser op 617,36 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 12 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210412.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.