id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210412.3N.3 Rolnummer: S.20.0022.N Zaak: A. contra IRIS FACILITY SOLUTIONS Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2021-12-17 Raadplegingen: 1298 - laatst gezien 2026-06-16 04:16 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210412.3N.3 Fiche De arbeidsovereenkomst kan na 31 december 2013 nog met toepassing van een op die datum lopend beding bedoeld in artikel 60 Arbeidsovereenkomstenwet worden beëindigd met de in dat beding bepaalde verkorte opzeggingstermijn, indien de opzegging wordt gegeven vooraleer de werknemer zes maanden ononderbroken in dienst is van de onderneming; indien de werknemer evenwel wordt ontslagen nadat hij zes maanden ononderbroken in dienst is van de onderneming, geldt, voor de berekening van het bij artikel 68 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen bedoelde eerste deel van de opzeggingstermijn, de bij voormeld artikel 59, tweede lid, Arbeidsovereenkomstenwet bepaalde opzeggingstermijn en niet de overeenkomstig artikel 60 Arbeidsovereenkomstenwet bedongen verkorte opzeggingstermijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Opzegging Vrije woorden: Eénheidsstatuut - Overgangsbepalingen - Uitwerking Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - 03-07-1978 - Artt. 59, tweede lid, en 60 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Wet 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen - 26-12-2013 - Artt. 67, 68, eerste en tweede lid, en 72 - 08 ELI link Pub nr 2013012289 Annotaties Publicaties: Bulletin Juridique et Social [B.J.S.] - 2021, n° 674, p.
- - LAMBINET, France; Note'La Cour de cassation se prononce sur le sort des clauses de préavis conclues en vertu de l'article 60 ancien de la loi du 3 juillet 1978' Tekst van de beslissing Nr. S.20.0022.N A. A., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen IRIS FACILITY SOLUTIONS nv, voorheen IRIS CLEANING SERVICES nv, met zetel te 1140 Evere, Bazellaan 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0453.520.é, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 2 juli
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 3 maart 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 59, tweede lid, Arbeidsovereenkomstenwet, zoals toepasselijk tot 31 december 2013, is de opzeggingstermijn inzake de arbeidsovereenkomst voor werklieden vastgesteld op 28 dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat. Krachtens artikel 60 Arbeidsovereenkomstenwet, zoals toepasselijk tot 31 december 2013, kan de overeenkomst afwijken van artikel 59 voor werklieden die minder dan 6 maanden ononderbroken in dienst van dezelfde onderneming zijn, maar de door de werkgever in acht te nemen termijn mag niet korter zijn dan 7 dagen.
- Krachtens artikel 67 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen (hierna Wet Eenheidsstatuut), wordt de na te leven opzeggingstermijn in geval van ontslag door de werkgever of ontslag door de werknemer van werknemers wier arbeidsovereenkomst een aanvang heeft genomen vóór 1 januari 2014, vastgesteld door de twee termijnen die berekend worden zoals respectievelijk bepaald in de artikelen 68 en 69, op te tellen. Krachtens artikel 68, eerste en tweede lid, Wet Eenheidsstatuut wordt het eerste deel berekend in functie van de ononderbroken dienstanciënniteit verworven op 31 december
- Die termijn wordt vastgesteld op basis van de wettelijke, reglementaire en conventionele regels die gelden op 31 december 2013 en die van toepassing zijn in geval van opzegging ter kennis gebracht op deze datum. Krachtens artikel 72 Wet Eenheidsstatuut, blijven de bedingen ingevoegd krachtens artikel 60 Arbeidsovereenkomstenwet, die betrekking hebben op een arbeidsovereenkomst waarvan de uitvoering is aangevangen vóór 1 januari 2014, hun gevolgen behouden tot het verstrijken ervan.
- Uit de samenhang van deze bepalingen en de wetsgeschiedenis volgt dat de arbeidsovereenkomst na 31 december 2013 nog met toepassing van een op die datum lopend beding bedoeld in artikel 60 Arbeidsovereenkomstenwet kan worden beëindigd met de in dat beding bepaalde verkorte opzeggingstermijn, indien de opzegging wordt gegeven vooraleer de werknemer zes maanden ononderbroken in dienst is van de onderneming. Indien de werknemer evenwel wordt ontslagen nadat hij zes maanden ononderbroken in dienst is van de onderneming, geldt, voor de berekening van het bij artikel 68 Wet Eenheidsstatuut bedoelde eerste deel van de opzeggingstermijn, de bij voormeld artikel 59, tweede lid, Arbeidsovereenkomstenwet bepaalde opzeggingstermijn en niet de overeenkomstig artikel 60 Arbeidsovereenkomstenwet bedongen verkorte opzeggingstermijn. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 12 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210412.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210412.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div