← België

K. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.1 Rolnummer: P.21.0116.N Zaak: K. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-04-16 Raadplegingen: 781 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De beslissing waarbij het hoger beroep van een beklaagde op burgerlijk gebied ontvankelijk wordt verklaard en de zaak wordt uitgesteld voor verder onderzoek is geen eindbeslissing en evenmin een beslissing waartegen onmiddellijk cassatieberoep mogelijk is. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Beslissing waarbij de zaak is uitgesteld voor verder onderzoek - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 Het vonnis in hoger beroep dat het hoger beroep op strafgebied onontvankelijk verklaart van de burgerlijke partij maar geen uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van dezelfde partij in haar hoedanigheid van beklaagde voor een andere telastlegging, is geen eindbeslissing op de tegen deze partij ingestelde strafvordering, zodat het cassatieberoep ingesteld tegen dit onderdeel van de bestreden beslissing voorbarig en bijgevolg niet-ontvankelijk is. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: Uitstel van de zaak voor verder onderzoek - Geen beslissing over de beslissing over het hoger beroep op strafgebied - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0116.N E. K., beklaagde en burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Nick Heinen, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen

  1. S. I. J. D., beklaagde,
  2. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, vrijwillig tussengekomen partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 23 november
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. Volgens artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan tegen voorbereidende beslissingen of beslissingen van onderzoek slechts cassatieberoep worden ingesteld na de eindbeslissing, behoudens de in het tweede lid vermelde uitzonderingsgevallen.
  5. De strafrechter neemt een eindbeslissing op de strafvordering indien hij zijn rechtsmacht over die vordering volledig uitput.
  6. Uit eisers verklaring van hoger beroep van 8 november 2019 en het op die datum ingediende grievenformulier, blijkt dat de eiser, die bij vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 16 oktober 2019, op rechtstreekse dagvaarding door de verweerder 1, werd veroordeeld wegens het feit van de telastlegging C, namelijk een inbreuk op de artikelen 5.1 en 9.1.2.2°, tweede lid, Wegverkeersreglement en artikel 29, § 2, Wegverkeerswet, ook hoger beroep heeft ingesteld in zijn hoedanigheid van beklaagde.
  7. Het bestreden vonnis (p. 10) oordeelt dat "het hoger beroep op strafgebied van de burgerlijke partij Kennis Emiel onontvankelijk is. Het verklaart de hogere beroepen van de eiser op burgerlijk gebied ontvankelijk en verzoekt vooraleer daarover uitspraak te doen het openbaar ministerie om aanvullend onderzoek te laten uitvoeren.
  8. Uit de motivering van het bestreden vonnis blijkt dat de beslissing van onontvankelijkheid betrekking heeft op het hoger beroep dat de eiser heeft ingesteld in zijn hoedanigheid van burgerlijke partij tegen de vrijspraak van de verweerder 1 voor de feiten van de telastleggingen A en B en dus niet op het hoger beroep dat de eiser heeft ingesteld in zijn hoedanigheid van beklaagde betreffende zijn veroordeling voor het feit van de telastlegging C. Het bestreden vonnis spreekt zich niet uit over eisers hoger beroep in die hoedanigheid.
  9. Daaruit volgt dat het bestreden vonnis geen eindbeslissing is op de tegen de eiser ingestelde strafvordering. Het bestreden vonnis bevat wat betreft de burgerlijke rechtsvorderingen evenmin een eindbeslissing noch een beslissing als bedoeld door artikel 420, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Het cassatieberoep van de eiser is voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middelen
  10. De middelen die geen verband houden met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.