id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.16 Rolnummer: P.21.0467.N Zaak: J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-04-16 Raadplegingen: 910 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 5.3 EVRM volgt niet dat de rechter bij de beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis steeds de vraag in aanmerking moet nemen of de opheffing van de hechtenis maatschappelijke onrust zal veroorzaken ; de voorlopige hechtenis kan immers ook op andere gronden worden verantwoord
(1).
(1)Het middel over het aspect ‘maatschappelijke onrust' was gesteund op het arrest EHRM 9 februari 2021, Maasen t/Nederland, www.echr.coe.int Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Redelijke termijn - Verweer over de vraag of opheffing van het aanhoudingsbevel maatschappelijke onrust zou veroorzaken - Grens Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Redelijke termijn - Verweer over de vraag of opheffing van het aanhoudingsbevel maatschappelijke onrust zou veroorzaken - Grens Fiches 3 - 4 Uit artikel 5.
- EVRM volgt niet dat een inverdenkinggestelde die van zijn vrijheid is beroofd in het kader van strafuitvoering niet in voorlopige hechtenis kan worden genomen of dat zijn voorlopige hechtenis niet kan worden gehandhaafd; de opsluiting in het kader van strafuitvoering is immers gebaseerd op een andere autonome opsluitingstitel en een eventuele invrijheidstelling, desgevallend onder voorwaarden, is afhankelijk van het voldoen aan eigen voorwaarden, die vreemd zijn aan de voorwaarden die gelden inzake voorlopige hechtenis. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Ernstige aanwijzingen van schuld tegen een verdachte die gedetineerd is - Beoordeling Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Redelijke termijn - Ernstige aanwijzingen van schuld tegen een verdachte die gedetineerd is - Beoordeling Tekst van de beslissing Nr. P.21.0467.N M. E. M. J., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen, alsook mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM en de artikelen 23, 4°, en 30 Voorlopige Hechteniswet: de motivering die het arrest verstrekt op eisers verweer dat er geen noodzaak kan zijn voor de handhaving van de voorlopige hechtenis aangezien de eiser ook is opgesloten in het kader van de uitvoering van een straf en hij slechts in vrijheid kan worden gesteld indien is voldaan aan alle tegenaanwijzingen van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering, is strijdig met artikel 5.3 EVRM; de onderzoeksgerechten dienen bij de beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis in aanmerking te nemen of de opheffing van het bevel tot aanhouding maatschappelijke onrust zal veroorzaken.
- Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het arrest de artikelen 23, 4°, en 30 Voorlopige Hechteniswet schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Uit artikel 5.3 EVRM volgt niet dat de rechter bij de beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis steeds de vraag in aanmerking moet nemen of de opheffing van de hechtenis maatschappelijke onrust zal veroorzaken. De voorlopige hechtenis kan immers ook op andere gronden worden verantwoord.
- Uit deze verdragsbepaling volgt evenmin dat een inverdenkinggestelde die van zijn vrijheid is beroofd in het kader van strafuitvoering niet in voorlopige hechtenis kan worden genomen of dat zijn voorlopige hechtenis niet kan worden gehandhaafd. De opsluiting in het kader van strafuitvoering is immers gebaseerd op een andere autonome opsluitingstitel en een eventuele invrijheidstelling, desgevallend onder voorwaarden, is afhankelijk van het voldoen aan eigen voorwaarden, die vreemd zijn aan de voorwaarden die gelden inzake voorlopige hechtenis.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met de redenen die het arrest bevat, verantwoordt het naar recht de beslissing eisers hechtenis te handhaven; In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220104.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div