id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.17 Rolnummer: P.21.0482.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-04-16 Raadplegingen: 948 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De artikelen 5.3 en 5.4 EVRM en artikel 16, §§ 1 en 5 Voorlopige hechteniswet noch enig andere bepaling noch enig algemeen rechtsbeginsel verzetten zich ertegen dat indien een titularis-onderzoeksrechter voor de verhoren van meerdere inverdenkingestelden in zijn dossier verplicht is een beroep te doen op een collega-onderzoeksrechter, hij die collega inlicht over de stand van het onderzoek en hem alle nuttige informatie, desgevallend schriftelijk, verstrekt die deze collega-vervanger moet toelaten zijn taak met voldoende kennis van zaken te vervullen; een dergelijke professionele informatiedeling tussen onderzoeksrechters houdt geen schending in van het beroepsgeheim of het geheim van het beraad, maar getuigt van een goede rechtsbedeling; ook indien de onderzoeksrechter-vervanger vanwege de onderzoeksrechter-titularis, desgevallend schriftelijk, informatie aangereikt zou hebben gekregen betreffende de stand van het onderzoek, is het de onderzoeksrechter-vervanger die na verhoor van de inverdenkinggestelde, desgevallend met bijstand van diens raadsman, beslist over het al dan niet uitvaardigen van een bevel tot aanhouding en de motivering van dit bevel; het loutere feit dat de onderzoeksrechter-vervanger informatie aangereikt zou hebben gekregen van de onderzoeksrechter-titularis is zonder invloed op de wettigheid van het verleende bevel tot aanhouding. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Uitvaardigen van een aanhoudingsbevel door een onderzoeksrechter die niet de titularis is van de zaak - Informatiedeling tussen de onderzoeksrechters - Regelmatigheid van het bevel tot aanhouding Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Uitvaardigen van een aanhoudingsbevel door een onderzoeksrechter die niet de titularis is van de zaak - Informatiedeling tussen de onderzoeksrechters - Regelmatigheid van het bevel tot aanhouding Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Regelmatigheid - Rechterlijke controle - Uitvaardigen van een aanhoudingsbevel door een onderzoeksrechter die niet de titularis is van de zaak - Informatiedeling tussen de onderzoeksrechters - Regelmatigheid van het bevel tot aanhouding Fiches 4 - 6 De artikelen 5.3 en 5.4 EVRM en artikel 16, §§ 1 en 5 Voorlopige hechteniswet verzetten zich niet ertegen dat ingeval in eenzelfde gerechtelijk onderzoek tegen meerdere personen een bevel tot aanhouding wordt verleend wegens onder meer misdrijven die verband houden met de betrokkenheid van de inverdenkinggestelden bij eenzelfde criminele organisatie, de onderzoeksrechter of de onderzoeksrechters bij de ernstige aanwijzingen van schuld een identiek algemeen overzicht vermelden; uit de verplichting van een geïndividualiseerde motivering kan niet worden afgeleid dat de onderzoeksrechter of de onderzoeksrechters de feitelijke gegevens betreffende de criminele organisatie telkens zouden moeten aanpassen per inverdenkinggestelde; evenmin kan uit die verplichting worden afgeleid dat de onderzoeksrechter of onderzoeksrechters voor elke strafbare vorm van betrokkenheid bij de criminele organisatie afzonderlijk opgave zouden moeten doen van de ernstige aanwijzingen van schuld. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Ernstige aanwijzingen van schuld van deelname aan een criminele organisatie - Gelijktijdig uitvaardigen van bevelen tot aanhouding door verschillende onderzoeksrechters - Identiek algemeen overzicht van de ernstige aanwijzingen van schuld - Verplichting van geïndividualiseerde motivering - Redenen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Ernstige aanwijzingen van schuld van deelname aan een criminele organisatie - Gelijktijdig uitvaardigen van bevelen tot aanhouding door verschillende onderzoeksrechters - Identiek algemeen overzicht van de ernstige aanwijzingen van schuld - Verplichting van geïndividualiseerde motivering - Redenen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Regelmatigheid - Rechterlijke controle - Ernstige aanwijzingen van schuld van deelname aan een criminele organisatie - Gelijktijdig uitvaardigen van bevelen tot aanhouding door verschillende onderzoeksrechters - Identiek algemeen overzicht van de ernstige aanwijzingen van schuld - Verplichting van geïndividualiseerde motivering - Redenen Fiches 7 - 9 De artikelen 5.3 en 5.4 EVRM en artikel 16, §§ 1 en 5 Voorlopige hechteniswet verzetten zich er niet tegen dat ingeval in eenzelfde gerechtelijk onderzoek tegen inverdenkinggestelden een bevel tot aanhouding wordt verleend wegens onder meer misdrijven die verband houden met hun betrokkenheid bij eenzelfde criminele organisatie, de onderzoeksrechter of onderzoeksrechters de volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en het gevaar voor collusie en onttrekking op identieke wijze omschrijven, aangezien in het licht van de stand van het gerechtelijk onderzoek, die noodzakelijkheid en die gevaren bij alle inverdenkinggestelden op gelijke wijze kunnen aanwezig zijn. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Ernstige aanwijzingen van schuld van deelname aan een criminele organisatie - Gelijktijdig uitvaardigen van bevelen tot aanhouding door verschillende onderzoeksrechters - Identieke omschrijving van de volstrekte noodzakelijkheid van de aanhouding voor de openbare veiligheid - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Ernstige aanwijzingen van schuld van deelname aan een criminele organisatie - Gelijktijdig uitvaardigen van bevelen tot aanhouding door verschillende onderzoeksrechters - Identieke omschrijving van de volstrekte noodzakelijkheid van de aanhouding voor de openbare veiligheid - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Regelmatigheid - Rechterlijke controle - Ernstige aanwijzingen van schuld van deelname aan een criminele organisatie - Gelijktijdig uitvaardigen van bevelen tot aanhouding door verschillende onderzoeksrechters - Identieke omschrijving van de volstrekte noodzakelijkheid van de aanhouding voor de openbare veiligheid - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.0482.N H. E. M., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Joachim Meese en mr. Eline Tritsmans, beiden advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 23, 4°, en 30, § 3, laatste lid, Voorlopige Hechteniswet en de artikelen 8.1, 2°, 8.15, 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het arrest antwoordt niet op het verweer van de eiser dat er op basis van de door hem aangevoerde feiten een feitelijk vermoeden is dat onderzoeksrechter Byl de motivering van het bevel heeft aangereikt gekregen van onderzoeksrechter Van Linthout, dan wel dat die het bevel zelf heeft aangereikt; minstens miskent het arrest met het oordeel dat de omstandigheid dat de aanhoudingsbevelen aanvangen met een algemeen feitelijk overzicht dat voor alle verdachten geldt, niet van die aard is dat daardoor enig beroepsgeheim of enig geheim van beraad is geschonden, de bewijskracht van de zeventien aanhoudingsbevelen door er iets niet in te lezen dat er wel in wordt vermeld, namelijk dat niet enkel het algemeen feitelijk overzicht identiek is, maar dat ook de overige overwegingen van deze aanhoudingsbevelen identiek zijn.
- Het arrest oordeelt onder meer als volgt: - uit niets blijkt dat onderzoeksrechter Byl na het afnemen van het verhoor van de eiser en vooraleer het aanhoudingsbevel uit te vaardigen contact zou hebben gelegd met onderzoeksrechter Van Linthout; - het is niet aangetoond dat onderzoeksrechter Van Linthout een opgesteld ontwerp van beslissing of zijn standpunt over een te nemen beslissing aan onderzoeksrechter Byl heeft overgemaakt; - de omstandigheid dat de aanhoudingsbevelen aanvangen met een algemeen feitelijk overzicht dat voor alle inverdenkinggestelden geldt, is niet van aard dat daardoor enig beroepsgeheim of enig geheim van het beraad is miskend; - het is niet zo dat de inhoudelijke motivering van elk in deze zaak verleend aanhoudingsbevel volkomen identiek is; - het in deze zaak ter beoordeling voorliggend aanhoudingsbevel is wel degelijk geïndividualiseerd naar de persoon van de eiser toe; - zo wordt ter staving van het recidivegevaar verwezen naar zijn strafregister met eerdere veroordelingen voor drugfeiten en wordt gemotiveerd dat hij de gebruiker is van een"reseller-pin (...)", dat er twee reguliere pins als gebruik aan hem werden gekoppeld en dat hij een kennelijk wederrechtelijk vermogen van 341.785,00 euro zou hebben opgebouwd. Met die redenen beantwoordt en verwerpt het arrest het door het onderdeel bedoelde verweer. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- Artikel 8.1, 2°, Burgerlijk Wetboek is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- De zeventien door de eiser bij zijn memorie gevoegde aanhoudingsbevelen bevatten naast een identieke algemene uiteenzetting betreffende de ernstige aanwijzingen van schuld in verband met de criminele organisatie en een identieke motivering betreffende de absolute noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en het collusie- en onttrekkingsgevaar, telkens een aantal paragrafen die specifiek op de betrokken inverdenkinggestelde betrekking hebben. De motivering betreffende het recidivegevaar is niet identiek in alle zeventien aanhoudingsbevelen. Met het door onderdeel bekritiseerde oordeel miskent het arrest bijgevolg niet de bewijskracht van deze bevelen. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 8.1, 9°, Burgerlijk Wetboek: gelet op de feitelijke vaststelling dat afzonderlijke teksten terzelfdertijd door verschillende personen zijn opgesteld in volstrekt gelijkluidende bewoordingen, kunnen de appelrechters niet wettig oordelen dat er geen sprake is van een feitelijk vermoeden dat deze teksten door één en dezelfde persoon zijn opgesteld en kunnen zij ook niet wettig beslissen dat niet is aangetoond dat een door onderzoeksrechter Van Linthout opgesteld ontwerp van beslissing of zijn standpunt over een te nemen beslissing aan onderzoeksrechter Byl zou zijn overgemaakt of dat er contact is geweest tussen de beide onderzoeksrechters; het arrest weigert ten onrechte uit zijn vaststellingen het vermoeden af te leiden dat de auteur van de zeventien aanhoudingsbevelen dezelfde is, met als gevolg dat er noodzakelijkerwijze een automatisme bestaat in de aanhoudingsbevelen en de motivering ervan; de rechter kan niet weigeren, wanneer hij in conclusies daarmee wordt geconfronteerd, om uit één of meer bekende feiten het bestaan van één of meer onbekende feiten af te leiden.
- Artikel 8.1, 9°, Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest stelt niet vast dat de zeventien aanhoudingsbevelen identiek zijn. Het stelt integendeel vast dat het niet zo is dat de inhoudelijke motivering van elk in deze strafzaak verleend aanhoudingsbevel volkomen identiek is. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige komt het onderdeel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechter en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.3 en 5.4 EVRM en artikel 16, § 1, en § 5, Voorlopige Hechteniswet: het arrest verklaart het bevel tot aanhouding ten onrechte regelmatig; de vermelde bepalingen verbieden elk automatisme in het bevel tot aanhouding en in de motivering ervan; het gelijktijdig nemen door twee onderzoeksrechters van bevelen tot aanhouding die zijn gesteund op exact dezelfde bewoordingen voor alle zeventien inverdenkinggestelden, waaronder de eiser, wijst noodzakelijkerwijs op voorafgaande afspraken over de beslissing en minstens de motivering ervan wat een onwettig automatisme impliceert; de voorlopige hechtenis heeft een uitzonderlijk karakter en een bevel tot aanhouding kan maar worden verleend met een geïndividualiseerde beslissing; daarmee is niet verenigbaar de beslissing die is genomen op grond van enig automatisme, wat het geval is bij een systematische herhaling van dezelfde redenen, de verwijzing naar schijnbaar onderscheiden maar in werkelijkheid identieke beslissingen en het gebruik van standaardformuleringen waarbij het oordeel niet is gesteund op concrete of individualiseerbare elementen; uit de aanhoudingsbevelen van de zeventien inverdenkinggestelden in deze zaak blijkt dat zij werden aangehouden voor onder meer een inbreuk op de paragrafen 1, 2, 3 en 4 van artikel 324ter Strafwetboek zonder enige vorm van individualisering, wat betekent dat wordt aangenomen dat zij allen leider zijn van dezelfde criminele organisatie en allen ook hebben deelgenomen aan de besluitvorming ervan; de beide onderzoeksrechters hebben voor alle zeventien inverdenkinggestelden gebruik gemaakt van exact dezelfde bewoordingen betreffende de ernstige aanwijzingen van schuld, de strikte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en de risico's inzake collusie, verduistering en (gedeeltelijk) recidive, wat noodzakelijkerwijze wijst op voorafgaande afspraken over de beslissing of minstens de motivering ervan; in het bevel tot aanhouding betreffende de eiser wordt gesteld dat hij een "reseller" (doorverkoper) zou zijn, terwijl uit het proces-verbaal van verhoor blijkt dat hem daarover zelfs geen vragen zijn gesteld aangezien er enkel werd gealludeerd op het feit dat hij gebruiker zou zijn van een sky-toestel.
- Zoals blijkt uit het antwoord op het derde onderdeel zijn de zeventien aanhoudingsbevelen niet volledig identiek, maar bevatten ze telkens een aantal paragrafen die specifiek betrekking hebben op de betrokken inverdenkinggestelde. Ook de redenen betreffende het recidivegevaar zijn niet identiek in de zeventien bevelen tot aanhouding. Het bevel tot aanhouding dat werd verleend lastens de eiser bevat na de algemene feitelijke uiteenzetting over de ernstige aanwijzingen van schuld twee paragrafen die specifiek op hem betrekking hebben en bij de beschrijving van het recidivegevaar wordt gewezen op zijn strafregister dat eerdere veroordelingen wegens drugfeiten vermeldt. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bevel tot aanhouding en mist het feitelijke grondslag.
- De in het onderdeel als geschonden vermelde bepalingen noch enig andere bepaling noch enig algemeen rechtsbeginsel verzetten zich ertegen dat indien een titularis-onderzoeksrechter voor de verhoren van meerdere inverdenkingestelden in zijn dossier verplicht is een beroep te doen op een collega-onderzoeksrechter, hij die collega inlicht over de stand van het onderzoek en hem alle nuttige informatie, desgevallend schriftelijk, verstrekt die deze collega-vervanger moet toelaten zijn taak met voldoende kennis van zaken te vervullen. Een dergelijke professionele informatiedeling tussen onderzoeksrechters houdt geen schending in van het beroepsgeheim of het geheim van het beraad, maar getuigt van een goede rechtsbedeling.
- Ook indien de onderzoeksrechter-vervanger vanwege de onderzoeksrechter-titularis, desgevallend schriftelijk, informatie aangereikt zou hebben gekregen betreffende de stand van het onderzoek, is het de onderzoeksrechter-vervanger die na verhoor van de inverdenkinggestelde, desgevallend met bijstand van diens raadsman, beslist over het al dan niet uitvaardigen van een bevel tot aanhouding en de motivering van dit bevel. Het loutere feit dat de onderzoeksrechter-vervanger informatie aangereikt zou hebben gekregen van de onderzoeksrechter-titularis is zonder invloed op de wettigheid van het verleende bevel tot aanhouding.
- De in het onderdeel als geschonden vermelde bepalingen verzetten zich niet ertegen dat ingeval in eenzelfde gerechtelijk onderzoek tegen meerdere personen een bevel tot aanhouding wordt verleend wegens onder meer misdrijven die verband houden met de betrokkenheid van de inverdenkinggestelden bij eenzelfde criminele organisatie, de onderzoeksrechter of de onderzoeksrechters bij de ernstige aanwijzingen van schuld een identiek algemeen overzicht vermelden. Uit de verplichting van een geïndividualiseerde motivering kan niet worden afgeleid dat de onderzoeksrechter of de onderzoeksrechters de feitelijke gegevens betreffende de criminele organisatie telkens zouden moeten aanpassen per inverdenkinggestelde. Evenmin kan uit die verplichting worden afgeleid dat de onderzoeksrechter of onderzoeksrechters voor elke strafbare vorm van betrokkenheid bij de criminele organisatie afzonderlijk opgave zouden moeten doen van de ernstige aanwijzingen van schuld.
- De in het onderdeel als geschonden vermelde bepalingen verzetten zich er evenmin tegen dat ingeval in eenzelfde gerechtelijk onderzoek tegen inverdenkinggestelden een bevel tot aanhouding wordt verleend wegens onder meer misdrijven die verband houden met hun betrokkenheid bij eenzelfde criminele organisatie, de onderzoeksrechter of onderzoeksrechters de volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en het gevaar voor collusie en onttrekking op identieke wijze omschrijven, aangezien in het licht van de stand van het gerechtelijk onderzoek, die noodzakelijkheid en die gevaren bij alle inverdenkinggestelden op gelijke wijze kunnen aanwezig zijn.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het lastens de eiser verleende bevel tot aanhouding oordeelt niet enkel dat uit het onderzoek zou kunnen blijken dat de eiser een "reseller" is van sky-toestellen, maar ook dat hij kon worden geïdentificeerd als gebruiker van een reseller-pin en er eveneens twee reguliere pins aan hem als gebruiker konden worden gekoppeld. In zoverre berust het onderdeel op een onvolledige lezing van het aanhoudingsbevel en mist het feitelijke grondslag.
- Met de redenen die het arrest bevat, kan het wettig oordelen dat het tegen de eiser verleende aanhoudingsbevel regelmatig is. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.14 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div