id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021
Art. 37
/1, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 2 - 4 De rechtstoestand van een bestuurder die zich enkel bevindt in een staat van herhaling als bedoeld door artikel 36 Wegverkeerswet is niet dezelfde als die van een bestuurder die zich niet enkel bevindt in een dergelijke staat van herhaling, maar bovendien ook voldoet aan de grondvoorwaarde opdat hem een alcoholslot moet worden opgelegd ingevolge artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet; de rechtstoestand van een bestuurder die zich bevindt in de staat als bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet is niet dezelfde als die van een bestuurder die zich bevindt in een staat als bedoeld door artikel 36 Wegverkeerswet én artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet; de toepassingsvoorwaarden voor die toestanden en de gevolgen ervan zijn immers verschillend
(1).
(1)Wetsontwerp van 22 december 2017 ter verbetering van de verkeersveiligheid, Parl. St. Kamer 54-2868/001, p.7; Ph. TRAEST, Topics verkeers(straf)recht, Intersentia, 2020, 31-36. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 36 Vrije woorden: Staat van herhaling - Strafverzwaring - Verschil met de beveiligingsmaatregel van het alcoholslot - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 36
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 37
/1, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 38
, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37/1 - Beveiligingsmaatregel van het alcoholslot - Herhaling - Verschil met het verval van het recht tot sturen met herstelexamens - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 36
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 37
/1, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 38
, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Herstelexamens - Verschil met de beveiligingsmaatregel van het alcoholslot - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 36
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 37
/1, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 38
, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Annotaties Publicaties: For.ass.-Forum de l'assurance - 2022, n° 221, p. 21-
- - DE WOLF, Shannon; Note'L'obligation d'imposer un éthylotest antidémarrage en cas de récidive n'est pas d'application immédiate' Tekst van de beslissing Nr. P.21.0025.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN, afdeling Oudenaarde, eiser, tegen D. D. S., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, van 27 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet, alsmede miskenning van de elementaire beginselen van de legaliteit en rechtszekerheid en de vaststaande principes inzake de inwerkingtreding van beveiligingsmaatregelen: het bestreden vonnis veroordeelt de eiser voor feiten van alcoholintoxicatie; hij verkeerde in staat van herhaling ingevolge een eerdere veroordeling wegens alcoholintoxicatie; het bestreden vonnis was dan ook verplicht de geldigheid van het rijbewijs van de verweerder te beperken tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot; het gaat er evenwel ten onrechte van uit dat zowel het feit dat aanleiding heeft gegeven tot een eerdere veroordeling wegens alcoholintoxicatie als het nieuwe feit van alcoholintoxicatie moeten zijn gepleegd na de inwerkingtreding op 1 juli 2018 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid (hierna Wet Verkeersveiligheid 2018); de appelrechters voegen aldus een voorwaarde toe aan de wet die voorziet dat artikel 37/1 Wegverkeerswet, zoals vervangen door artikel 10 Wet Verkeersveiligheid 2018, enkel geldt voor feiten gepleegd na de inwerkingtreding ervan; de aanvulling van de wettekst met de voorwaarde dat beide feiten na de inwerkingtreding van de wet moeten zijn gepleegd, werd weggelaten in de definitieve wettekst; een duidelijke wettekst mag niet worden aangevuld door verwijzing naar de parlementaire voorbereidingen; het opleggen van een alcoholslot is zoals de herstelexamens een beveiligingsmaatregel die van toepassing is ook al dateren de feiten van vóór de datum waarop de maatregel werd ingevoerd in de wet; er anders over oordelen heeft een ongelijke behandeling tot gevolg tussen rechtsonderhorigen die in staat van herhaling verkeren, waarbij in het ene geval de rechtszoekende als recidivist wordt aangemerkt voor de toepassing van de strafverzwaring en de beveiligingsmaatregel en in het andere geval de recidivist enkel een strafverzwaring kan worden opgelegd maar niet de beveiligingsmaatregel; er zou alsdan ook een ongelijke behandeling bestaan tussen rechtszoekenden die voor de ene beveiligingsmaatregel, met name de door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet voorziene proeven wel in aanmerking komen vanaf de inwerkingtreding van de wet, maar niet voor de andere beveiligingsmaatregel, met name het alcoholslot waarbij het feit waarop de recidive steunt pas na de inwerkingtreding van de wet moet zijn gepleegd; de parlementaire werkzaamheden geven geen verantwoording voor het onderscheid tussen, enerzijds, de recidive in artikel 36 Wegverkeerswet en de strafverzwaring van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet, en, anderzijds, de recidive zoals bedoeld in artikel 37/1 Wegverkeerswet; ondergeschikt, verzoekt de eiser de volgende prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof:
- “Schendt artikel 26 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid in samenhang gelezen met artikel 36 Wegverkeerswet de artikelen 10 en 11 Grondwet en artikel 6.1 EVRM in die zin geïnterpreteerd dat het de recidive waarvan sprake in artikel 37/1 Wegverkeerswet afhankelijk stelt van het feit dat beide overtredingen dienen begaan te zijn na 1 juli 2018 in plaats van de bij wettelijke herhaling gebruikelijke periode tussen basisveroordeling en nieuw feit?”
- “Schendt artikel 26 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid in samenhang gelezen met artikel 38, § 6, Wegverkeerswet de artikelen 10 en 11 Grondwet en artikel 6.1 EVRM in die zin geïnterpreteerd dat het opleggen van de beveiligingsmaatregel van het alcoholslot bij recidive afhankelijk stelt van het feit dat beide overtredingen dienen begaan te zijn na 1 juli 2018 in plaats van de bij wettelijke herhaling gebruikelijke periode tussen basisveroordeling en nieuw feit?”
- De vaststaande principes inzake de inwerkingtreding van beveiligingsmaatregelen zijn geen wet in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet, zoals vervangen bij artikel 10 Wet Verkeersveiligheid 2018, bepaalt: “In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36, indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6.” Artikel 26 Wet Verkeersveiligheid 2018 bepaalt: “Deze wet treedt in werking op 15 februari 2018, met uitzondering van de artikelen 10 (…) , die in werking treden op 1 juli
- Artikel 37/1, § 1, van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, zoals vervangen bij artikel 10, geldt enkel voor de feiten gepleegd na de inwerkingtreding ervan.”
- Uit de tekst van deze bepalingen volgt niet dat artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet moet worden toegepast indien de feiten voorwerp van de nieuwe vervolging dateren van na 30 juni 2018 en dit ongeacht of de feiten die aanleiding hebben gegeven tot een vonnis dat de grondslag vormt voor de herhaling als bedoeld door artikel 36 Wegverkeerswet dateren van vóór of na 1 juli
- Uit de wetsgeschiedenis van deze bepalingen volgt integendeel dat volgens de wil van de wetgever artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet slechts kan worden toegepast indien zowel de feiten voorwerp van de nieuwe vervolging als de feiten die aanleiding hebben gegeven tot een vonnis dat de grondslag vormt voor de herhaling als bedoeld door artikel 36 Wegverkeerswet werden gepleegd na 30 juni
- De wetgever verwees voor die keuze naar de vereiste van rechtszekerheid en de tijd die nodig is voor de omkaderingsinstelling, de dienstencentra en de magistratuur om zich voor te bereiden op deze ingrijpende wijziging van de alcoholslotwetgeving. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De aangevoerde miskenning van het legaliteits- en rechtszekerheidsbeginsel zijn afgeleid uit de vermelde vergeefs aangevoerde onwettigheid en zijn bijgevolg niet ontvankelijk.
- De rechtstoestand van een bestuurder die zich enkel bevindt in een staat van herhaling als bedoeld door artikel 36 Wegverkeerswet is niet dezelfde als die van een bestuurder die zich niet enkel bevindt in een dergelijke staat van herhaling, maar bovendien ook voldoet aan de grondvoorwaarde opdat hem een alcoholslot moet worden opgelegd ingevolge artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet. De rechtstoestand van een bestuurder die zich bevindt in de staat als bedoeld door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet is niet dezelfde als die van een bestuurder die zich bevindt in een staat als bedoeld door artikel 36 Wegverkeerswet én artikel 37/1, § 1, derde lid, Wegverkeerswet. De toepassingsvoorwaarden voor die toestanden en de gevolgen ervan zijn immers verschillend. De prejudiciële vragen worden niet gesteld. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 49,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240925.2F.9 ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.143 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220223.2F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div