← België

T. contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.8 Rolnummer: P.21.0045.N Zaak: T. contra T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2021-04-16 Raadplegingen: 1091 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Het recht van het kind om zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn leeftijd en rijpheid, wordt niet miskend door de loutere omstandigheid dat de rechter in een aangelegenheid die het kind betreft niet oordeelt volgens de mening die dat kind heeft geuit

(1).
(1)Zie W. VANDENHOLE, “Wordt de stem van het kind gehoord? Initiatiefrecht en positie van de minderjarige in de procedure van de verblijfsregeling in het licht van het internationaal recht van de rechten van het kind en de mens”, in Verblijfsregeling, Intersentia, 2008, 111-124; J. PUT, Handboek jeugdbeschermingsrecht, Die Keure, 2015, 446 en 468; L. CAPPON en F. VANDER LAENEN, “Gehoord worden is nog geen inspraak: perspectieven van minderjarigen en ouders op de beslissingen genomen door de jeugdrechter”, TJK 2015, 3-19; B. DE SMET, Jeugdbeschermingsrecht in hoofdlijnen, Intersentia, 2017, 191; E. VAN DER MUSSELE (e.a.), Jeugdadvocaat in Vlaanderen, België en Europa, Brussel, Larcier, 2017, 129; S. RAP, “Heilige graal of werkelijkheid? Het recht om gehoord te worden voor kinderen in juridische procedures”, TJK 2019, 131-133; S. DEVRIENDT en M. DECOCK, “De impact van mensenrechtelijke instrumenten op de procespositie van minderjarigen”, TJK 2020, 7-20 (p. 15), P. SENAEVE, “Het hoorrecht van minderjarigen”, in Handboek familiestrafprocesrecht, Kluwer, 2020, 469-517; F. SWENNEN, Het personen-en familierecht, Intersentia, 2019, 175-
  1. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Verontrustende situatie - Uitoefening van het hoorrecht van de minderjarige - Verplichting aan de mening van het kind een passend belang te hechten in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 12.1 - 35 Link Justel databank 19891120-35 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - ALLERLEI Vrije woorden: Kinderrechtenverdrag - Artikel 12 - Hoorrecht van de minderjarige - Verplichting aan de mening van het kind een passend belang te hechten in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 12.1 - 35 Link Justel databank 19891120-35 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 22 Vrije woorden: Artikel 22bis - Hoorrecht van de minderjarige - Verplichting aan de mening van het kind een passend belang te hechten in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 12.1 - 35 Link Justel databank 19891120-35 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: KIND Vrije woorden: Hoorrecht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen te New York op 20 november 1989 - 20-11-1989 - Art. 12.1 - 35 Link Justel databank 19891120-35 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22bis, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0045.N T. T., ouder van de minderjarige, eiser, met als raadsman mr. Nick Heinen, advocaat bij de balie Antwerpen, mede in zake
  2. S. T., minderjarige,
  3. K. V. G., ouder van de minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 17 december
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  5. Het arrest zegt voor recht dat het reisverbod wordt opgeheven. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 12 Kinderrechtenverdrag en artikel 22bis Grondwet: met het oordeel dat de kinderen nog te jong zijn om in deze zaak, waar hun loyaliteit op de proef wordt gesteld, in te schatten waar hun belang ligt, miskent de appelrechter het hoorrecht van de minderjarige; hoewel de minderjarige werd gehoord, werd op geen enkele wijze een respectvolle inschatting gemaakt van de stem van de kinderen; de rechter dient aan de mening van het kind een passend belang te hechten en rekening te houden met de door het kind geuite mening; tussen de wens van de kinderen om gehoord te worden en het horen door de jeugdrechter verliepen zes maanden, gedurende welke periode de kinderen niet de mogelijkheid hebben gehad om vrij hun mening te uiten; het arrest motiveert niet waarom de kinderen te jong zouden zijn en aan hun mening geen passend gevolg kan worden gegeven, waarbij met name niet hun maturiteit, waarvan ook sprake in artikel 1004/1 Gerechtelijk Wetboek, en onderscheidingsvermogen worden getoetst; de appelrechter miskent ook het gelijkheidsbeginsel door de mening van minderjarigen met een loyaliteitsproblematiek anders te beoordelen dan de mening van andere minderjarigen; de mening van een kind als minderwaardig beschouwen op basis van een loyaliteitsproblematiek, houdt geen objectief en redelijk verantwoord beoordelingscriterium in en is buitenproportioneel.
  7. Volgens artikel 12.1 Kinderrechtenverdrag heeft een kind dat in staat is zijn eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn leeftijd en rijpheid. Artikel 22bis, tweede lid, Grondwet bepaalt dat elk kind het recht heeft zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan en dat met die mening rekening wordt gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn onderscheidingsvermogen. Het door die bepalingen gewaarborgde recht wordt niet miskend door de loutere omstandigheid dat de rechter in een aangelegenheid die een kind betreft, niet oordeelt volgens de mening die dat kind heeft geuit. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het arrest oordeelt niet dat met de mening van de kinderen, die hebben verklaard bij de eiser in Zwitserland te willen wonen, geen rekening kan worden gehouden omwille van hun leeftijd of door de omstandigheid dat zij te kampen zouden hebben met een loyaliteitsproblematiek. Het oordeelt wel dat: - het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling meldt dat er sprake is van een hoog conflictueus ouderschap waaraan de ouders niet kunnen of willen werken, wat de verdere ontwikkeling van de kinderen ontwricht ("Door de gespleten loyaliteiten gaan ze er niet in slagen om tot een eigen identiteit te komen met voldoende differentiatie. Hun zwart-wit denken en splitting (papa is goed, mama is slecht) kan een invloed hebben op hun toekomstige relatievorming en hun coping-mechanismen"); - de respectievelijk 11-jarige en 9-jarige kinderen mogelijks een al te romantisch en vertekend beeld hebben van een leven in Zwitserland, dat zij niet zozeer met een thuis maar eerder met vakantie associëren; - de conclusie van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling van die aard is dat het weinig waarschijnlijk is dat een verhuis naar Zwitserland alle problemen zomaar zal oplossen; - de stem van de kinderen moet worden gehoord maar zij nog te jong zijn om in deze zaak, waar hun loyaliteit op de proef wordt gesteld, in te schatten waar hun belang ligt. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  9. In zoverre het middel is gericht tegen de beslissing van de jeugdrechter in eerste aanleg en niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
  10. In zoverre het middel aanvoert dat de appelrechter zou zijn tekortgeschoten aan de door het decreet van 12 juli 2013 voorgeschreven opdrachten, is het bij gebrek aan duidelijkheid niet ontvankelijk.
  11. Voor het overige komt het middel, dat formeel wetsschendingen aanvoert, in werkelijkheid op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest of verplicht het het Hof tot een onderzoek van die feiten en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, de artikelen 3 en 8 Kinderrechtenverdrag en de artikelen 22bis en 149 Grondwet: met haar oordeel miskent de appelrechter het belang van het kind, dat steeds moet primeren.
  13. Het middel preciseert niet hoe of waarom het arrest het belang van de minderjarige miskent. Het middel is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Derde middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, de artikelen 3 en 8 Kinderrechtenverdrag en de artikelen 22bis en 149 Grondwet: door op een arbitraire en niet-objectieve wijze te oordelen dat de kinderen niet zelf kunnen inschatten waar hun belang ligt, is het arrest niet naar recht gemotiveerd; het belang van het kind dient bepalend te zijn, waarbij het cruciaal is dat de minderjarige wordt beschermd in zijn identiteitsbeleving en -behoud; het arrest motiveert niet wat het belang van de kinderen is en gaat bovendien voorbij aan de identiteitsbeleving van de kinderen, die aangeven zich Zwitser te voelen en Zwitserland als hun thuisland te ervaren.
  15. Met de redenen zoals aangehaald in het antwoord op het eerste middel oordeelt het arrest, rekening houdend met de identiteitsbeleving van de kinderen, dat het niet in het belang is van de kinderen dat zij bij hun vader in Zwitserland zouden gaan wonen. Met die redenen is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 13 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240206.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.