id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210416.1N.5 Rolnummer: C.20.0151.N Zaak: T. contra AG INSURANCE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-05-02 Raadplegingen: 1032 - laatst gezien 2026-06-17 21:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De verzekeraar dient de verzekeringsnemer of verzekerde die niet de verzekeringsnemer is kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is om hen toe te laten hun rechten te vrijwaren met het oog op een mogelijk verhaal door de verzekeraar van zijn uitgaven ten voordele van de benadeelde. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Kennisgevingsverplichting Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 152, tweede lid - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Fiche 2 Het recht van verhaal kan niet worden uitgeoefend op een andere grond dan deze waarvan de verzekeraar de verzekeringsnemer of de verzekerde die niet de verzekeringsnemer is tijdig kennis heeft gegeven. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Recht van verhaal - Grond Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 152, tweede lid - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Annotaties Publicaties: T.Pol.-Tijdschrift van de politierechters - 2021, nr. 4, p. 169-
- - VAN TRIMPONT, Dirk; Noot 'Regres in de WAM: de vermelding van de rechtsgrond van het verhaal in de kennisgeving' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0151.N S. T., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 23 december
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 152, tweede lid, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, hierna Wet Verzekeringen, is de verzekeraar, op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringsnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringsnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze kennisgevingsverplichting van de verzekeraar ertoe strekt de verzekeringnemer en de verzekerde toe te laten hun rechten te vrijwaren met het oog op een mogelijk verhaal door de verzekeraar van zijn uitgaven ten voordele van de benadeelde. Hieruit volgt dat de kennisgeving door de verzekeraar van zijn voornemen om verhaal in te stellen eveneens ziet op de grond van het verhaal en dat de verzekeraar vervallen is van zijn recht van verhaal wanneer hij dit uitoefent op een andere grond dan deze waarvan hij de verzekeringnemer en de verzekerede tijdig kennis heeft gegeven.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de rechten van de verzekerde afdoende en volledig gevrijwaard zijn, van zodra hij weet dat in de strafzaak betreffende het verkeersongeval, hij voor zijn verdediging niet meer mag vertrouwen op zijn verzekeraar, doch daarin zelf moet voorzien; - de redenen waarom dit het geval is niet bijster relevant zijn; - de verzekerde slechts eenmaal op nuttige wijze op de hoogte kan gebracht worden van het voornemen van de verzekeraar om verhaal uit te oefenen; - uit de wet niet blijkt dat de verzekeraar ertoe gehouden is op exhaustieve wijze de gronden te vermelden waarop zijn toekomstig verhaal zal worden gesteund; - de verweerster de eiser tijdig heeft ingelicht van zijn voornemen, in het licht van het ogenblik waarop bij haar de staat van alcoholintoxicatie en de invloed van cocaïne aan het licht kwam; - de verweerster op een later tijdstip nog een bijkomende grond van verhaal heeft ontdekt; - de eiser op dat moment reeds tijdig op de hoogte was van verweersters voornemen en hiervan niet nogmaals op de hoogte diende te worden gebracht.
- De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat het recht van verhaal van de verweerster op grond van opzettelijke verzwijging door de eiser ter gelegenheid van het afsluiten van de polis niet is vervallen, schendt artikel 152, tweede lid, Wet Verzekeringen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en raadsheer Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 16 april 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210416.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230317.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div