← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.1 Rolnummer: P.20.1326.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-04-27 Raadplegingen: 859 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche Bij gebrek aan een definitie in de Drugswet en in het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, moet het begrip invoer in de strafbaarstelling worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis, namelijk als de daadwerkelijke overbrenging van verboden middelen naar het Belgische grondgebied; die omschrijving vereist niet dat de ingevoerde verboden verdovende middelen ook op het Belgisch grondgebied worden ontdekt en dus in België zijn gebleven. Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Artikel 2bis, § 1, Drugswet - Artikel 11, § 1, KB 31 december 1930 - Begrip invoer - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 KB 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies - 31-12-1930 - Art. 11, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1930123150 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1326.N

  1. A. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tim Smet, advocaat bij de balie Antwerpen,
  2. I. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tim Smet, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 2 december
  3. De eisers voeren elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht, eenzelfde middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 2bis Drugwet: het arrest oordeelt dat een strafrechtelijk gesanctioneerd voltooid feit van invoer van cocaïne voorligt en verwijst daarvoor naar de omstandigheid dat te Marseille een container met een partij cocaïne werd aangetroffen, die voordien per zeeschip was toegekomen in de haven van Antwerpen en daar op 7 april 2014 werd gelost; hierdoor is naar het oordeel van het hof van beroep de daadwerkelijke materiële overbrenging van de verdovende middelen naar het Belgische grondgebied en dus de invoer voltooid; nochtans vereist het strafbaar feit van invoer van verdovende middelen dat deze verdovende middelen effectief op het Belgisch grondgebied worden ontdekt.
  5. Artikel 2bis, § 1, Drugwet, zoals hier toepasselijk, regelt de bestraffing van de overtreding van de bepalingen van de krachtens deze wet uitgevaardigde besluiten met betrekking tot de slaapmiddelen, verdovende middelen en de andere psychotrope stoffen die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen en waarvan de lijst door de Koning wordt vastgesteld, alsmede met betrekking tot de verbouw van planten waaruit deze stoffen kunnen worden getrokken.
  6. Artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, zoals hier van toepassing, bepaalt: "Zonder voorafgaande vergunning van Onze Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, mag niemand, onder bezwarende titel of om niet, verdovingsmiddelen invoeren, uitvoeren, vervaardigen, in bezit hebben, verkopen of te koop stellen, afleveren of aanschaffen. Deze vergunning is persoonlijk."
  7. Bij gebrek aan een definitie in de Drugwet en in dit besluit moet het begrip invoer in de strafbaarstelling worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis, namelijk als de daadwerkelijke overbrenging van verboden middelen naar het Belgische grondgebied. Die omschrijving vereist niet dat de ingevoerde verboden verdovende middelen ook op het Belgisch grondgebied worden ontdekt en dus in België zijn gebleven. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  9. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van de cassatieberoepen tegen de beslissingen op de strafvordering, verkrijgen deze beslissingen kracht van gewijsde. In zoverre de cassatieberoepen zijn gericht tegen de beslissingen waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eisers wordt bevolen, hebben ze geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 51,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 20 april 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.